Marleen Finoulst
...

Marleen FinoulstVeel jongeren kampen met gedragsproblemen. Jeugdpsychiaters hebben hun handen vol en de wachtlijsten voor hulpverleningscentra voor de opvang van probleemjongeren zijn lang. Geweld en druggebruik zitten in de lift. Ouders hebben hun opgroeiende kinderen vaak niet meer in de hand, zo blijkt. Uit liefde voor hun kind verkiezen veel ouders praten en onderhandelen boven een strenge hand. Grenzen opleggen, restrictief zijn en bestraffen, het lijkt een beetje uit de tijd. Veel ouders van pubers hebben zelf niet zulke goede herinneringen aan hun eigen opvoeding, waar doorgaans niet veel ruimte was voor de eigen inbreng. Ze willen het daarom anders doen, volgens het overlegmodel. Daardoor is de slinger volgens sommigen doorgeslagen naar een veel tolerantere houding van 'alles mag en niets moet'. Discipline lijkt vandaag ouderwets. Het toenemende probleemgedrag toeschrijven aan de tolerante, progressieve opvoedingsstijl is echter een brug te ver. Opvoeden is een complexe opdracht waar heel wat misverstanden over bestaan. Het is geen lopendebandwerk: als je stap één, twee en drie goed doet, lever je een braaf en goed opgevoed kind af. Een gezin omvat mensen met verschillende gaven en beperkingen. Daarbij kunnen zeer temperamentvolle kinderen hun ouders zwaar op de proef stellen. Sommige jongeren zijn met de beste bedoelingen zeer moeilijk hanteerbaar. Als er in die gevallen geen duidelijke normen of afspraken zijn, of je houdt niet consequent vol, of een van de ouders kampt zelf met psychische problemen, dan is de kans op ontsporing reëel. Een veelal miskende interfererende factor is uitputting van de ouder. Pure fysieke vermoeidheid. Het chronisch op de proef stellen van de opvoedingsvaardigheden put ouders uit. Terwijl de moeilijke puber uitgeslapen aan de meet verschijnt, hebben zijn ouders, door werk en andere beslommeringen, niet altijd de tijd om alert te zijn voor het moeilijke gedrag. Op het eerste gezicht lijkt dat inconsequent, maar vaak is het noodzakelijk om het gezin waar veelal nog andere kinderen zijn, leefbaar te houden. Ouders zien soms het gedrag even door de vingers. De jongere ontdekt op dat moment echter dat macht loont, dat hij kan manipuleren om zijn zin door te duwen. Er zijn nog andere factoren - onder meer armoede, werkloosheid en een krappe behuizing - die een invloed uitoefenen op het gedrag van de jongere. Neem bijvoorbeeld krappe behuizing. Als een tiener ergens in een flatgebouw schreeuwt en met de deuren knalt, denken de ouders ook aan lawaaioverlast voor de buren. Dat beïnvloedt hun opvoedingsstrategie, zodat de jongere sneller merkt dat hij door lawaai te maken zijn ouders kan manipuleren. Marleen Finoulst