Tussen nu en 2016 komen er in België per jaar gemiddeld 47.000 banen bij, zo berekende het Planbureau. De werkgelegenheidsgraad in de leeftijdsklasse tussen 20 en 64 jaar zou op basis van deze vooruitzichten klimmen van 67,6 procent naar 69,87 procent. De stijging blijft echter nog een eind onder het streefdoel van 73,2 procent tegen 2020 dat België onlangs indiende bij de Europese Commissie.
...

Tussen nu en 2016 komen er in België per jaar gemiddeld 47.000 banen bij, zo berekende het Planbureau. De werkgelegenheidsgraad in de leeftijdsklasse tussen 20 en 64 jaar zou op basis van deze vooruitzichten klimmen van 67,6 procent naar 69,87 procent. De stijging blijft echter nog een eind onder het streefdoel van 73,2 procent tegen 2020 dat België onlangs indiende bij de Europese Commissie. Is die hogere werkgelegenheidsgraad dan een utopie? Volgens het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) niet, indien de mankementen van onze ar-beidsmarkt worden aangepakt. In de net verschenen nieuwste editie van zijn statistisch zakboek - 30 pagina's tabellen en grafieken over de Belgische economie - focust het VBO op die gebreken en reikt het oplossingen aan. Aan de vraagkant maar vooral aan aanbodskant schort er iets. Een eerste alom bekend probleem zijn de hoge Belgische loonkosten die de vraag naar arbeid drukken. Het VBO wijst er nog eens op dat sinds 1996 de Belgische loonkosten 3,9 procent hoger liggen dan in de buurlanden en herinnert eraan dat er met elke 1 procent loonkostenontsporing zo'n 15.000 jobs verloren gaan. En die loonkostenhandicap zal nog stijgen (zie kader Loonstijging 40 procent hoger dan verwacht). In de nieuwe editie van het statistisch zakboek van het VBO wordt vooral gewezen op het grote aantal Belgen dat niet alleen niet werkt, maar zich evenmin beschikbaar stelt voor de arbeidsmarkt. De 469.628 officiële werkzoekenden behoren wel tot het arbeidsaanbod. Maar daarnaast zijn er ook nog minstens 241.248 inactieven op arbeidsleeftijd (tussen 20 en 65 jaar). Daarin vinden we niet alleen de bruggepensioneerden, maar ook mensen met voltijds tijdskrediet of loopbaanonderbreking. Daarmee ligt het werkelijke aantal werklozen eigenlijk 51 procent hoger dan officieel aangegeven. Een belangrijke oorzaak van het hoge aantal inactieven is het beperkte aantal 55-plussers dat aan de slag is. De werkgelegenheidsgraad in die categorie is bedraagt 37 procent tegenover een Europees gemiddelde van 46 procent. Het aantal bruggepensioneerden blijft een belangrijk onderdeel vormen van de groep inactieven. Ondanks het Generatiepact van 2005 ligt het aantal bruggepensioneerden - 120.321 in 2010 - 10 procent hoger dan in 2005. Slechts 2812 bruggepensioneerden moeten beschikbaar blijven voor de arbeidsmarkt. Bovendien neemt de instroom van het aantal bruggepensioneerden toe (zie grafiek Jaarlijkse in- en uitstroom brugpensioen). Het aantal nieuwe bruggepensioneerden op jaarbasis ligt in 2010 met 17.310 nieuwe gerechtigden 23 procent hoger dan in 2005. Bovendien voorspelt het VBO dat er de komende vijf jaar 81.477 bruggepensioneerden zullen verdwijnen, maar dat er bij gelijkblijvend beleid ook ongeveer 81.106 nieuwe zullen bijkomen. De analyses van het VBO tonen voorts aan dat oudere werknemers aan het einde van hun carrière wel degelijk voor tijdskrediet en loopbaanonderbreking kiezen, maar daarom niet langer dan de gemiddelde uittredeleeftijd van 59 jaar werken. Uit de grafiek Tijdskrediet bovenop brugpensioen blijkt zelfs het tegendeel, terwijl het stelsel tot doel heeft een meer ontspannen en langere loopbaan te bekomen. Tussen 56 en 60 jaar daalt het aantal mensen in een landingsbaan - jargon uit het Generatiepact voor 50-plussers die kiezen voor tijdskrediet of een loopbaanonderbreking - met bijna 75 procent. Er wordt na 60 jaar nauwelijks doorgewerkt. Na 60 jaar zijn er nog maar 9270 mensen in een landingsbaan, tegenover 81.477 bruggepensioneerden ouder dan 60 jaar. Tussen 56 en 60 jaar verdrievoudigt het brugpensioen. Conclusie: niet alleen blijft het brugpensioen bestaan, bovendien is het tijdskrediet er bovenop gekomen. Volgens het VBO is de enige manier om dit tegen te gaan "werknemers individueel te responsabiliseren voor hun loopbaankeuzes: meer onderbreken zou dan moeten leiden tot ofwel minder opgebouwde pensioenrechten, ofwel langer aan de slag blijven." De cijfers over het blijvende succes van brugpensioen en verlofsystemen voor ouderen zal het VBO meenemen in de evaluatie van het Generatiepact die voor dit najaar gepland is. De werkgevers zullen er zeker een verstrenging van de vervroegde uittreding op tafel gooien. Bovendien breekt het VBO opnieuw een lans voor een diepgaandere activering van werklozen in België. De Europese Commissie beveelt een opvolging van de werklozen in het eerste jaar werkloosheid aan en binnen de zes maanden voor jongeren. In België worden langdurige werklozen sinds 2004 na 15 maanden (-25 jaar) of 21 maanden werkloosheid (+25 jaar) door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) opgeroepen om hun zoekinspanningen naar werk te evalueren. "Dit beleid, dat voorlopig enkel geldt voor de werklozen tot 50 jaar, werpt duidelijk vruchten af", luidt het bij de werkgeversorganisatie. Over de economische cycli heen tellen de RVA-statistieken structureel 70.000 langdurige werklozen tot 50 jaar minder dan voor de maatregel in 2004. (zie grafiek Evolutie langdurige werkloosheid). Door de sterke toename bij de 50-plussers, die niet aan deze maatregel onderworpen zijn, is de daling van de globale werkloosheid niet zo opvallend, stelt het VBO vast. Om meer mensen naar de arbeidsmarkt te lokken, pleit het VBO niet enkel voor een diepgaandere activering, zeker bij oudere werknemers, maar ook voor meer degressiviteit in de werkloosheidsuitkeringen. Nu ontvangt een Belgische werkloze in het begin een werkloosheidsuitkering die 71 procent bedraagt van het vroegere nettoloon. Tussen het tweede en het derde jaar daalt dat tot 65 procent. In de EU-15-landen is die degressiviteit veel sterker: 63 procent na één jaar en 35 procent na twee tot vijf jaar. Het VBO is voorstander van een sterkere degressiviteit met eventueel een beperking van de uitkering in de tijd. Dat zal werklozen er na verloop van tijd toe aanzetten om sneller een baan te zoeken. ALAIN MOUTONOndanks het Generatiepact van 2005 ligt het aantal bruggepensioneerden in 2010 toch 10 procent hoger dan in 2005.