Het vertrouwen van de Belgische ondernemers in de economische conjunctuur is de voorbije drie maanden niet toegenomen. Dat de vooropgestelde herneming van de economie iets trager is gegaan dan aanvankelijk gedacht, zal er wel iets mee te maken hebben. Uit de enquête die Trends uitvoerde, blijkt dat de bedrijfsleiders optimistischer noch pessimistischer geworden zijn. We peilden naar de vertrouwensgraad in de Belgische economie via een schaal die van 1 (laag) tot 10 (hoog) liep. De gemiddelde score ligt op 5,8. Ongeveer identiek aan de score van maart (5,9), maar nog altijd een stuk hoger dan de 5,1 die we optekenden na de aanslagen van 11 september vorig jaar.
...

Het vertrouwen van de Belgische ondernemers in de economische conjunctuur is de voorbije drie maanden niet toegenomen. Dat de vooropgestelde herneming van de economie iets trager is gegaan dan aanvankelijk gedacht, zal er wel iets mee te maken hebben. Uit de enquête die Trends uitvoerde, blijkt dat de bedrijfsleiders optimistischer noch pessimistischer geworden zijn. We peilden naar de vertrouwensgraad in de Belgische economie via een schaal die van 1 (laag) tot 10 (hoog) liep. De gemiddelde score ligt op 5,8. Ongeveer identiek aan de score van maart (5,9), maar nog altijd een stuk hoger dan de 5,1 die we optekenden na de aanslagen van 11 september vorig jaar. Dat de Belgische bedrijfsleiders op het eerste gezicht niet van mening zijn veranderd, blijkt eveneens uit hun toekomstperspectieven voor hun bedrijf: een gemiddelde van 7,2 nu tegenover 7,3 in maart. En de accountants en belastingconsulenten zijn net als drie maanden geleden iets pessimistischer. Telkens tekenden we bij hen hetzelfde gemiddelde op: 6,8.Meteen daarna stelden we de vraag wanneer de CEO's dan denken dat de economie weer zal aantrekken. En daar komt het pessimisme wel duidelijk bovendrijven. Terwijl in maart nog 10% van de CEO's dacht dat de economie zich binnen drie maanden zou herstellen, is dat cijfer nu gedaald tot 6,8%. Een getal dat des te meer opvalt als u weet dat in maart 43% van de managers voor september een herstel had verwacht. Alles bij elkaar genomen denkt een meerderheid van de respondenten (55,8%) dat het nog minstens een jaar zal duren voor de champagnekurken kunnen knallen.EuroHoe zit het met de omzetverwachtingen van de Belgische bedrijven? Evenmin euforie, wel een nuchtere houding. Opnieuw op een schaal van 1 (sterk dalend) tot tien (sterk stijgend) geven ze hun mening over de evolutie van hun bedrijfsomzet. De gemiddelde score bedraagt 6,0, evenveel als in maart (6,1). Net als drie maanden geleden zijn de accountants en belastingconsulenten iets pessimistischer: zij houden het op 5,6. De antwoorden die we in verband met de evolutie van de tewerkstelling en het investeringsbeleid noteerden, lagen in dezelfde lijn en verschillen niet significant met wat we bij de vorige enquête optekenden: telkens 5,2. De antwoorden van de accountants en belastingconsulenten betroffen hier het investeringsbeleid van de ondernemingen waarvoor zij werken.Inzake vertrouwen in de euro lijkt er evenmin veel veranderd. Tenminste als we geen vergelijking maken met wat ondernemers over de dollar zeggen. De euro krijgt van de CEO's een 7,1 (tegenover 7 in maart en 6,9 in september 2001), maar de dollar kan op minder genade rekenen (6,1 tegenover 6,9.) Ze zullen het in Frankfurt graag horen. De antwoorden liggen in de lijn van wat de meeste economische waarnemers zeggen: het herstel van de euro is niet de verdienste van het oude continent, alles is te herleiden tot de slechte groeiverwachtingen in Amerika. Op lange termijn zien de ondernemers het de euro trouwens knap lastig krijgen: "De toetreding van de Oost-Europese landen tot de Europese Unie zal de euro geen goed doen." Relatie met bankenBij de vorige enquête werd eveneens een actualiteitsvraag gesteld: Heeft de kredietpolitiek van uw bankier ervoor gezorgd dat u uw investeringsplan hebt moeten aanpassen of terugschroeven ? In maart - toen de spanningen tussen ondernemers en bankiers dagelijks in het nieuws kwamen - antwoordde 20% van de bedrijfsleiders ja. De accountants namen zo mogelijk een nog sterker standpunt in. Meer dan de helft was van oordeel dat de banken inderdaad een effect hebben gehad op het investeringsgedrag van hun klanten. Bij de jongste enquête werd bij accountants en belastingconsulenten zelfs 57,5% opgetekend. Het aantal bedrijfsleiders dat met een beschuldigende vinger wijst naar de banken, bedraagt nog altijd 20%. "De schaalvergroting bij financiële instellingen heeft er zeker toe geleid dat KMO's moeilijk kredieten krijgen. Vooral langetermijnkredieten blijken voor de financiële instellingen minder lucratief dan kortetermijnkredieten. De banken maken het zichzelf ook steeds makkelijker door steeds meer en steeds hardere waarborgen te vragen." Een accountant geeft de banken nog een waarschuwing mee: "Niet dat ik een voorstander ben van een Britse, Nederlandse, Franse of Duitse kolonisatie, maar de dag dat kleinere banken uit andere lidstaten dezelfde rechten en mogelijkheden krijgen op de Belgische professionele markt als hun broertjes van hier, zal het hek van de dam zijn en zullen bescheiden KMO's meer kans krijgen om hun projecten te realiseren. Zonder dat grootmoeder of hond moeten meetekenen."ArbeidsmarktAan de recentste CEO-poll werden ook een paar vragen toegevoegd die betrekking hebben op evoluties op de arbeidsmarkt. Het is bekend dat steeds meer bedrijven, ook wanneer het met de economie wat minder goed gaat, moeite hebben om specifieke vacatures op te vullen. Niet alleen de zoektocht naar hooggeschoolden is een zware opdracht, ook wie nood heeft aan technici zoals lassers moet geduld oefenen. Niet verwonderlijk dus dat 28,2% van de bedrijfsleiders toegeeft dat ze problemen hebben gehad met het invullen van een vacature. Opmerkelijk is wel dat de accountants en belastingconsulenten een veel hoger percentage halen (47,4%.)Daarom stelden wij de vraag of de bedrijfsleiders geen voorstanders zijn van een versoepeling van de Belgische immigratiewetgeving om vacatureproblemen op te lossen. Daar is het antwoord klaar en duidelijk: neen. Maar liefst 75,3% van de respondenten is niet te vinden voor een minder stringent immigratiebeleid. Bij federaties als Agoria en het Vlaams Economisch Verbond ( VEV) horen we andere geluiden dan bij de bedrijfsleiders. Agoria en VEV klagen steen en been over de te strenge immigratiewetgeving en oefenen sterke druk uit op de bevoegde minister om tot een versoepeling van de wetgeving te komen. Het is een gevoelig thema. Dat blijkt ook uit de antwoorden die we van bedrijfsleiders kregen: "De immigratiewetgeving aanpassen om het vacatureprobleem op te lossen lijkt me een paniekreactie. In elk geval een kortetermijnoplossing." De meeste ondernemers hebben niet echt problemen met het principe van een soepeler immigratiewetgeving, maar vrezen voor uitwassen. "Als het een tijdelijke oplossing is, ga ik akkoord," zegt een bedrijfsleider. "Maar het probleem is dat ze hier blijven hangen als er geen werk meer is voor hen. Ik stel vast dat hooggeschoolden uit het buitenland, vooral uit niet-EU-lidstaten, niet meer willen terugkeren en desnoods na het einde van hun contract zelfstandige worden, hetgeen niet de oorspronkelijke bedoeling was van hun immigratietoelating.""Uit onderzoeken die wij hebben gevoerd komt een vergelijkbare tendens met de CEO-poll naar voor," zegt Jan Sap van de zelfstandigenorganisatie Unizo. "Slechts 16% van de Unizo-leden is echt te vinden voor een versoepeling van de immigratiewetgeving. Onze leden zijn eerder te vinden voor maatregelen als een verlaging van de loonkosten of een verhoging van de pensioenleeftijd. Natuurlijk verschillen ze van sector tot sector van mening. Het is bekend dat wie veel ingenieurs nodig heeft, veeleer pleit voor een verhoogde instroom van buitenlanders." Het opvullen van vacatures blijft ook voor KMO's een moeilijke opdracht. Een KMO-ondernemer antwoordt: "Wij hebben aan een gerenommeerd uitzendkantoor gevraagd om vijf verschillende werkkrachten te selecteren met het oog op een vaste betrekking. Ze zijn er slechts in geslaagd twee vacatures degelijk in te vullen. Een kleine KMO als wij heeft niet de tijd en de middelen om lange selectieprocedures te organiseren. Wij hebben in het verleden al andere vormen van aanwerving geprobeerd door een beroep te doen op de VDAB of een selectiekantoor. Zonder succes. Voor ons zijn de aanwervingen bijna vogelpik geworden." Alain Mouton [{ssquf}]alain.mouton@trends.beDe exhaustieve resultaten van de Trends CEO/IAB-Poll, inclusief de procentsgewijze opsplitsing van de antwoorden en de onderverdeling volgens type respondent (Nederlandstalig of Franstalig, CEO of IAB-lid)."De dag dat kleinere banken uit andere lidstaten dezelfde mogelijkheden krijgen op de Belgische markt, zullen bescheiden KMO's meer kans krijgen om hun projecten te realiseren.""Als het een tijdelijke oplossing is, ga ik akkoord met een soepeler immigratie. Maar het probleem is dat ze hier blijven hangen als er geen werk meer is voor hen."