Drie belangrijke gebeurtenissen staan in de lente op het programma. In april wordt een stel nieuwe bevoegdheden, waaronder de controle over de belasting op vastgoedtransacties en afvalverwerking, overgeheveld van Londen naar Edinburgh. Rond dezelfde tijd beginnen de belangrijkste unionistische partijen in Westminster hun campagne voor de algemene verkiezingen. Ze beloven nog meer decentralisatie, onder andere van de huursubsidies en van de controle over de inkomstenbelasting, en vervullen daarmee de paniekerige beloften die ze maakten om de Schotten ervan te overtuigen nee te zeggen tegen onafha...

Drie belangrijke gebeurtenissen staan in de lente op het programma. In april wordt een stel nieuwe bevoegdheden, waaronder de controle over de belasting op vastgoedtransacties en afvalverwerking, overgeheveld van Londen naar Edinburgh. Rond dezelfde tijd beginnen de belangrijkste unionistische partijen in Westminster hun campagne voor de algemene verkiezingen. Ze beloven nog meer decentralisatie, onder andere van de huursubsidies en van de controle over de inkomstenbelasting, en vervullen daarmee de paniekerige beloften die ze maakten om de Schotten ervan te overtuigen nee te zeggen tegen onafhankelijkheid. Dat betekent dat Schotland verder wegdrijft van het Verenigd Koninkrijk. Het belangrijkste evenement is echter de laatste conferentie die de separatistische Scottish National Party (SNP) organiseert in de aanloop naar de algemene verkiezingen in mei. Dat gebeurt onder het nieuwe leiderschap van Nicola Sturgeon, de voormalige vicepremier onder Alex Salmond, die na het referendum ontslag nam. Intussen is de SNP uitgegroeid tot de derde grootste partij van Groot-Brittannië met zowat 100.000 leden, tegenover 25.000 vóór de stemming in september. Die grote aangroei komt van linkse kiezers die zich tijdens de referendumcampagne tot de onafhankelijkheidsgedachte bekeerden en achteraf tot de SNP toetraden om de strijd voort te zetten. Ze zijn radicaal en doorgaans jong en ze brengen de traditioneel conservatieve leden van de SNP (die bekend staan als de Tartan Tories) in de war. Die verschillen borrelen op tijdens de lenteconferentie van de partij. Nieuwe leden zullen hun invloed gebruiken om het beleid van de SNP, vooral in de overheidsuitgaven, naar links om te buigen. De SNP trekt naar de algemene verkiezingen met een uitgesproken sociaaldemocratisch programma. In combinatie met de aanhoudende achteruitgang van de Labour Party in Schotland, levert haar dat zetels op in bastions van de arbeidersklasse als Glasgow en Dundee. De vlaag van zelfanalyse die het Schotse Labour overspoelde na het ontslag van zijn leider in oktober 2014 wordt nog intenser. In 2016 volgen dan Schotse parlementsverkiezingen en dat leidt ertoe dat tijdens de eerste jaarhelft het weefsel van de SNP onder druk komt te staan. Sommige Tartan Tories verlaten de partij. Enkele nieuwkomers geraken gedesillusioneerd en stappen het ook af. De linkse leiderschapsstijl van Sturgeon, die niet erg mededeelzaam is en leunt op een enge kring van vertrouwelingen, begint te irriteren. De toenemende kans dat Groot-Brittannië uit de EU stapt, zet sommigen ertoe aan er bij de SNP op aan te dringen om tijdens de volgende parlementaire termijn voor een nieuwe afscheidingspoging te gaan. Sturgeon gaat daar niet op in, maar bevestigt wel het langetermijnengagement van haar partij voor de zaak. Schotland begint dan ook aan 2016 zonder onmiddellijk vooruitzicht op een nieuw referendum over onafhankelijkheid. De nationalisten zijn echter in opmars. De auteur is politiek correspondent van The Economist.JEREMY CLIFFE