De Brusselse Beursschouwburg is terug van lang weggeweest. Terug in zijn vertrouwde stek in de Auguste Ortsstraat, welteverstaan. Gedurende drie jaar vond het kunstencentrum, onder de naam BSBbis, een onderkomen in de Kazernestraat. Drie jaar kan lang lijken voor een renovatie van een complex met een vloeroppervlakte van niet meer dan 3500 vierkante meter. Maar als je de plaatjes 'voor' en 'na' naast elkaar legt, besef je dat er hier toch vlijtig gewerkt is.
...

De Brusselse Beursschouwburg is terug van lang weggeweest. Terug in zijn vertrouwde stek in de Auguste Ortsstraat, welteverstaan. Gedurende drie jaar vond het kunstencentrum, onder de naam BSBbis, een onderkomen in de Kazernestraat. Drie jaar kan lang lijken voor een renovatie van een complex met een vloeroppervlakte van niet meer dan 3500 vierkante meter. Maar als je de plaatjes 'voor' en 'na' naast elkaar legt, besef je dat er hier toch vlijtig gewerkt is. Niet dat er volledig gebroken werd met het verleden. Het café baadt nog in dezelfde sfeer als vier jaar geleden, de historische gevel is niet wezenlijk veranderd, de monumentale trappenpartij blijft een belangrijke ontmoetingsplaats. Maar structureel en organisatorisch heeft het complex toch een ware metamorfose ondergaan. "In die drie jaar dat we zijn weggeweest, is ook deze buurt grondig veranderd," merkt directeur GuidoMinne op. Hij verwijst naar de trendy Dansaertstraat (de straat die in het verlengde van de Ortsstraat ligt), naar het dito Sint-Goriksplein en naar de nieuwe chique overbuur, het vijfsterrenhotel Marriott. In een recordtempo is deze buurt gepromoveerd van probleemwijk tot placetobe. "Dat is ongetwijfeld een evolutie in positieve zin," vindt Guido Minne, "maar ze heeft ook een prijs: de kleur die deze buurt typeerde, is voor een deel verdwenen. Het is onze ambitie om weer wat meer kleur in de wijk te brengen."Het renovatieverhaal van de Beursschouwburg begint al in 1997 met een open architectuurwedstrijd ingericht door het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, de eigenaar van het gebouw. In 1998 zijn de laureaten bekend: de Antwerpse architectenbureaus B- architecten en DHP- architecten. Toch gingen de werken pas van start in 2001. "Dat is enerzijds het gevolg van enkele zware administratieve procedures," legt SvenGrooten van B-architecten uit. "Anderzijds is de opdracht ook uitgebreid. De wedstrijd beperkte zich - terecht - tot de reorganisatie van het complex. Later is daar dan de renovatie en de herinrichting van onder meer het café en de theaterzaal bijgekomen. Dat vraagt behoorlijk wat studiewerk, want je moet dan rekening gaan houden met akoestiek en dergelijke zaken." Hoofdopdracht was dus het conglomeraat van drie panden, twee in de Ortsstraat, één in de Karperbrug, om te vormen tot één helder kunstencentrum. Voor de verbouwingen werd slechts 40 % van het complex gebruikt. De overige 60 % was ontoegankelijk en/of in zeer slechte staat. "In die opeenvolging van donkere, verwaarloosde ruimten zijn we als een mol een gang gaan graven en hebben op die manier een centrale hal gecreëerd die de Ortsstraat met de Karperbrug verbindt," legt Sven Grooten uit. De centrale hal moet het kloppende hart worden van de Beursschouwburg. Het is in de eerste plaats het vertrekpunt voor de circulatie van alle gebruikers - medewerkers, technici, artiesten en toeschouwers - van het gebouw. Die vier gebruikersgroepen hebben hun eigen paden in het gebouw zodat ze elkaar niet in de weg kunnen lopen, maar door te werken met glas en open passerelles blijft er toch contact. Daarnaast is de centrale hal ook volledig uitgerust met theatertechnische infrastructuur zodat de Beursschouwburg er een volwaardige publieksruimte heeft bij gekregen. Directeur Guido Minne is nog om een andere reden bijzonder gelukkig met de hal. "Door een straat aan te leggen in het gebouw, creëer je als het ware een publiek plein," stelt hij. "Het is dus een uitnodiging naar de buurt."Het materiaalgebruik versterkt nog dit straateffect. Zo zijn de wanden afgewerkt in een ruw donkergrijs spuitbeton dat men normaal gebruikt in de tunnelbouw. Het knalrode polyurethaan op de vloer, banken, meubels en trappen zorgt voor de kleur. "Ook een zeer duurzaam materiaal," merkt Grooten op. "Ze hebben het ook gebruikt in het Feyenoordstadion. Hooligan-proofed dus." De centrale hal inbegrepen beschikt de vernieuwde Beursschouwburg over vijf publieksruimten. Belangrijkste is de oude theaterzaal, inmiddels omgedoopt tot feestzaal, die behoorlijk drastisch werd aangepakt. Zo werd het oude balkon verwijderd, wat als belangrijk voordeel oplevert dat de zaal nu in twee richtingen bespeelbaar is. Op de zolder werd een volledig nieuwe zaal gecreëerd. Grote glazen schuivendeuren geven toegang tot een ruim terras dat ook als podium kan dienstdoen. Ook in het café, dat uitgerust is met een technisch plafond, kunnen zeer uiteenlopende publieksactiviteiten plaatsvinden. Tot slot is er onder de centrale hal ook nog een expo- en projectieruimte. Een constante in het complex is de no-nonsensefilosofie bij de materiaalkeuze. In de traphal werd de losse bezetting verwijderd, maar niet hersteld. Het resultaat is een grillige reliëfstructuur die in witte lakverf werd gezet. In de theaterzaal kreeg de blote bakstenen muur een gouden kleur. Littekens van vroegere verbouwingen heeft men niet weggemoffeld. Trappen, passerelles en balustrades zijn dan weer gewoon industriële prefabmaterialen. "De renovatie heeft in totaal bijna 14 miljoen euro gekost, het is dus geen goedkoop gebouw," stelt Sven Grooten. "Dat is evenwel inherent aan een complex met deze functies. Maar met deze materiaalkeuzes hebben we het prijskaartje zeker gedrukt."Het contrasterende kleurgebruik (rood en grijs in de centrale hal, wit voor de foyers en trappen, goud in de feestzaal, zilver in de zolderzaal, zwart-wit in het café) zorgt er dan weer voor dat elke ruimte een eigen sfeer uitademt. "Net zoals Brussel," merkt Guido Minne op. Laurenz VerledensHet knalrode polyurethaan op de vloer, banken, meubels en trappen zorgt voor kleur. Een constante in het complex is de no-nonsensefilosofie bij de materiaalkeuze.