Lubumbashi (Congo), Harare (Zimbabwe), Johannesburg (Zuid-Afrika).
...

Lubumbashi (Congo), Harare (Zimbabwe), Johannesburg (Zuid-Afrika).Scène 1Locatie: WaverProtagonist: George ForrestDinsdagavond 16 januari 2001.De gsm van George Forrest, de Belg die sedert maart 2000 de Congolese staatsmijnbouwreus Gécamines leidt, rinkelt. "George," zegt de stem aan de andere kant van de lijn, " Kabila est bien mort." De Belgische zakenman, die al decennialang als een vis in het Congolese troebele water zwemt, blijft als naar gewoonte doodkalm. De paleisrevolutie in Kinshasa zou Forrest slecht kunnen uitkomen als het oude regime plaats moet ruimen voor nieuwkomers. Maar Forrest heeft al meer tropische wervelstormen overleefd: hij bakte eerst zoete broodjes met de Katangese president Moïse Tsjombé, later met Mobutu. En na een periode in quarantaine had hij er hard aan gewerkt om ook bij Kabila in de gunst te komen. Scène 2Locatie: LubumbashiProtagonisten: George ForrestBalamba-chef KapondaDonderdag 30 november 2000. Aan de voet van de gigantische zwarte terril van Lubumbashi. Heel de stad is toegestroomd rond de notabelen en hoogwaardigheidsbekleders. Op de tonen van rauwe Balamba-hymnen wordt de nieuwe kobaltslagsmelter ingehuldigd van George Forrest, behalve topman van Gécamines ook de baas van STL (Société de Traitement du terril de Lubumbashi). De reusachtige smelter moet de hoogste ertsafvalberg van Katanga verteren (in 3500 ton staal, 2000 ton beton en 1150 ton betonijzer). Om in de komende twintig jaar 17 miljard dollar aan koper, kobalt, zink en goud uit te spuwen. Wanneer Kaponda, de traditionele Balamba-chef, het woord neemt, doven alle stemmen uit. In een dramatisch moment herdoopt het lokale stamhoofd George Forrest tot " Kialika", "hij die welvaart brengt". Forrest is voortaan verzekerd van immuniteit. Die tribale zegening zal ook na de moord op Kabila nog nazinderen. STL is een van de belangrijkste investeringen sedert de onafhankelijkheid van Congo. "Het vertrouwen keert stilaan terug," zegt Forrest. "Ik onderhandel opnieuw met alle belangrijke spelers."Maar enkele dagen voor de dood van Kabila werd Forrest geconfronteerd met een man die uit de figuurlijke dood is herrezen: de Zimbabwaan Billy Rautenbach. Rautenbach verovert de controle over twee ertsconcentrators van Gécamines. Herovert is eigenlijk het juiste woord, want Rautenbach stond zelf aan het hoofd van Gécamines van november 1998 tot maart 2000, toen hij aan de dijk werd gezet en vervangen door Forrest. Rautenbach kreeg de leiding van Gécamines persoonlijk toegespeeld door Kabila. " You sort it out, you are my friend," had Kabila in 1998 gezegd. Rautenbach komt uit het Zimbabwe van Robert Mugabe, de belangrijkste militaire en politieke bondgenoot van Kabila. De blanke Zimbabwaan had zich tevens uit het niets met 4000 ton per jaar opgewerkt tot de grootste kobaltproducent. Kabila zag in dat succes het bewijs dat Rautenbach de geschikte man was om Gécamines bij de slagtanden te vatten en de logge olifant weer op dreef te krijgen. De lege staatskas moest er wel bij varen om de oorlog tegen de rebellen te kunnen financieren. George Forrest verkeerde in die periode nog in ongenade bij het nieuwe bewind, geschandvlekt als hij was als een Mobutu-knecht. "Ik had het volste vertrouwen van de president, maar zodra ik de deur uit was, kwamen allerlei hyena's aan Kabila's mouw trekken," verklaart Rautenbach. In de euforie van de Kabila-optocht tegen Mobutu volgden de grote mijngroepen ( majors) met meer dan gewone belangstelling de pogingen van kleine mijngroepen ( juniors) om in Katanga voet aan de grond te krijgen. "Billy was nooit een bedreiging. Het was eerder fascinerend om hem bezig te zien," lacht Richard Linnell, directeur van Billiton, een van de majors. Rautenbach mocht gerust het puin ruimen. Volgens Linnell had de man capaciteiten om Gécamines weer op het spoor te zetten: "Hij klaarde zelfs de moeilijkste klus: zonder een opstand in de mijnen te ontketenen, heeft hij tienduizend overbodige werknemers laten afvloeien. Door echter samenwerkingsvoorstellen van de Zuid-Afrikaanse majors om Gécamines als partners op gang te trekken arrogant af te wijzen, ontmoedigde hij potentiële bondgenoten die nochtans blij waren dat hij zijn nek uitstak om de augiasstal uit te mesten." En dat deed Rautenbach ook. Een kaderlid van Gécamines: "Billy ging te keer als een Amerikaanse chief executive officer, wat in dit milieu zelfmoord is. De maatregelen waren correct, niet zijn aanpak. Hij stak zijn neus in jarenlange misbruiken van toeleveranciers." Rautenbach noemt onfrisse praktijken van Belgische toeleveranciers: "De concentrator van Kipushi draaide jarenlang op producten uit België tegen 12.000 dollar per ton, terwijl wij ze via Zuid-Afrika uit China konden aanvoeren tegen 700 dollar per ton. Degenen die mij in Brussel zijn gaan bekladden, hebben Gécamines stelselmatig uitgemolken door overfacturaties. Er is zelfs een expat die maandelijks 25.000 dollar opstrijkt en waarvan de voortijdige beïndiging van zijn contract Gécamines tot één miljoen dollar zou kosten." Deze dossiers over misbruiken - die Rautenbach achter de hand houdt - hebben wellicht in de week vóór de moord op Kabila de doorslag gegeven om hem zijn mijnactiviteiten met Central Mining Group terug te geven; ook het feit dat Rautenbach tegen Gécamines in New York een schadeclaim van 350 miljoen dollar had geïntroduceerd bij de International Council For the settling of Investment Disputes (ICFID). In ruil voor zijn engagement mocht Rautenbach van de Kabila-regering in 1997 de Kabambankola-mijn voor eigen rekening uitbaten ter compensatie voor Volvo-bussen die hij aan Kinshasa had geleverd. Omdat de staatskas leeg is, is het schenken van mijnconcessies in ruil voor geleverde diensten aan de overheid in Congo een courante praktijk. "Billy had geen ervaring in de mijnsector," zegt een mijnconsulent. Kabambankola was een succes omdat het kobalt er omzeggens voor het oprapen ligt. Billy deed gewoon wat alle afromers momenteel in heel Katanga aan het doen zijn - Gécamines incluis -: snel-snel geld pakken, zonder langetermijnvisie. Toch ging Rautenbach een stap verder. Hij pretendeerde een nieuwe mijntechniek te introduceren door recht naar de kern van de mijn te gaan. Maar precies die werkwijze bracht de verdere mijnuitbating in de toekomst, naar dieperliggende ertslagen, in het gedrang." De Belgische bankier W.D. neemt Rautenbachs verdediging op: "Hij deed iets ongewoons: uit eigen zak investeerde hij in Kabambankola 18 miljoen dollar voor nieuwe mijnmachines van Volvo. Dat zou later mee het faillisement van zijn familiale groep, Wheels of Africa, veroorzaken." Billy Rautenbach joeg ook de belangrijkste kobalttraders tegen zich in het harnas. Volgens waarnemers liep Rautenbach echter zelf in de val door uitgerekend met de grootste manipulators van de kobaltprijs te willen scheep gaan: de gebroeders Weissfish van MRG Cobalt Sales. Uiteindelijk gooiden de broers Weissfish het rechtstreeks op een akkoordje met Kabila, wat neerkwam op een aderlating van 10 miljoen dollar voor Gécamines. Scène 3Locatie: BrusselProtagonisten: Kabinetschef van Guy VerhofstadtDirectie van DelcredereJuli 1999. De Delcredere-directie opent het dossier STL. Het bedrijf van Forrest heeft een lening van 20 miljoen dollar aangevraagd bij Belgolaise Bank, een onderdeel van Fortis. De bank eist een staatswaarborg. Op dat moment staat Rautenbach aan het hoofd van Gécamines. De Delcredere slaat het dossier toe, na een telefoontje van de kabinetschef van premier Guy Verhofstadt: "Negatief." Geen staatswaarborg, is de conclusie. De kabinetschef had zopas een tête-à-tête met Billy Rautenbach. Scène 4Locatie: Kinshasa en BrusselProtagonisten: Billy RautenbachLaurent-Désiré KabilaHervé Hasquin, Robert Guillot-PingueDirectie DelcredereMaandag 13 maart 2000. In Kinshasa verscheurt Kabila het mijncontract van Billy Rautenbach voor de mijn van Kabambankola en van zijn Central Mining Group (waarin onder meer de twee hogergenoemde ertsconcentratoren). Het contract heeft nochtans een duurtijd van minstens twintig jaar. In éénzelfde beweging wijst de president Rautenbach ook de deur als topman van Gécamines. George Forrest vervangt hem. In Brussel wordt instemmend gereageerd: "We kunnen toch niet passief toekijken hoe ces étrangers viennent gratter dans nos salades," sist de Franstalige liberale lobby rond Hervé Hasquin (PRL), de minister-president van de Franse gemeenschapsregering. Robert Guillot-Pingue (ook PRL), gewezen directeur-generaal van Buitenlandse Zaken en vandaag bestuurder bij George Forrest International (GFI), knikt instemmend. GFI doet als privé-bedrijf van George Forrest in Katanga ook aan mijnbouw. Rautenbach buiten, Forrest binnen. De Delcredere-directie opent opnieuw het dossier STL. En slaat het weer toe: "Positief." STL krijgt de gevraagde staatswaarborg.De pot verwijt de ketel...Forrest kan nu voluit gaan met zijn STL. Partner van Forrest in STL is OMG (dat 65% aanhoudt). OMG is hoofdzakelijk Amerikaans. Was daarom Kabila afwezig op de opening van de monstersmelter november vorig jaar? Kabila was immers niet langer de vriend van de VS uit 1996-'97, toen die hem triomfantelijk op de schouders van hun ' Nieuwe-Afrikaleiders' uit Oeganda en Ruanda naar Kinshasa catapulteerden. Tot grote ontsteltenis van de Afrika-strategen in Washington produceerde Kabila niet het muziekje dat van hem werd verwacht. De yanks vrijen sinds enige tijd hun nieuwste joker op: de tot de vrije markt bekeerde marxist Edouardo Dos Santos, president van Angola. Ook Dos Santos begon het stilaan op de heupen te krijgen van de fratsen van Kabila. In Luanda mag dan een van de meest corrupte regimes aan de macht zijn, het parfum van olie is niet ver weg. Niet voor niets haalt de VS sedert de ommezwaai van Dos Santos al 10% van zijn olieinvoer uit Angola. In Harare verdedigt Rautenbach zich tegen beschuldigingen van degenen die hem liefst zo snel mogelijk zagen verdwijnen aan de leiding van Gécamines. Rautenbach heeft zich in Zimbabwe teruggeplooid op de laatste resten van zijn vorig jaar in Zuid-Afrika failliet verklaarde groep Wheels of Africa: de distributie van Volvo-trucks en Hyundai-personenwagens in Zimbabwe en zijn plaatselijke montagefabriek voor Land Rover, Peugeot en Toyota. Volgens Billy Rautenbach had Gécamines zich al tijdens de onderhandelingen in 1995 over de afvalberg van Lubumbashi in de luren laten leggen. "Gécamines bracht de afvalberg in en OMG de technologie," zegt hij. "Er was dus in STL helemaal geen behoefte aan een derde partij, Forrest. Toen ik als topman van Gécamines dat standpunt verdedigde, was dat voor George een oorlogsverklaring. Ook het scenario voor het bekomen van een borgstelling door Delcredere was in het nadeel van Gécamines. Delcredere verleende een staatswaarborg, op voorwaarde dat OMG zelf borg stond voor 10 miljoen dollar. Op zijn beurt was OMG daar slechts toe bereid indien eerdere prijsafspraken over kobaltaankopen uit de mijn van Luiswishi gewijzigd werden in hun voordeel: in ruil voor een borg van 10 miljoen dollar bedong OMG een korting van 7,8 miljoen dollar. Gécamines werd dus niet alleen in STL, maar ook nog eens in Luiswishi benadeeld." Een kaderlid van Gécamines treedt die stelling bij: "Forrest kan in de volgende twintig jaar uit STL jaarlijks zo'n 10 tot 15 miljoen dollar binnenrijven. Terwijl Gécamines weer eens de kruimels zal mogen oprapen.""STL is geen fundamentele herstart van de zieltogende koper- en kobaltgigant Gécamines," bevestigt een onafhankelijke mijnanalist. "Men roomt met nieuwe technologie gewoon een oude ertsafvalberg af. Gécamines heeft nochtans alles om opnieuw een wereldleider te worden, waardoor Congo zelfs zonder ontwikkelingshulp overeind zou kunnen kruipen. Daarvoor is echter een planmatige, rationele mijnuitbating noodzakelijk. De huidige niet-professionele exploitatie bedreigt de mijnen van Katanga en hypothekeert zelfs de toekomst. Zonder nog te spreken van de ecologische ramp die zich daar aan het voltrekken is. Potentieel kan Gécamines - mits zware investeringen - jaarlijks 100.000 ton kobalt produceren. Het Congolese kobalt moet dan wel de concurrentieslag aankunnen met een exploderend aanbod van veel goedkopere kobaltwinningen uit bijvoorbeeld de nikkelmijnen van Australië. Kobalt is in Katanga een afgeleid product van koper. Om tegen de prijzenslag op te kunnen, moet er massaal opnieuw koper geproduceerd worden. Dat kan dan weer niet zonder de nieuwste technologie, die Gécamines niet bezit. Intussen tikt de klok verder en dreigt Congo de trein te missen."De grote mijngroepen kijken daarbij rustig toe. In het Rosebank- Hyatt-hotel van Johannesburg - de favoriete tempel van de welstellende Congolese elite waar ze, al dan niet met politieke ambities, urenlang palavert over het trieste lot van het moederland - relativeert de Congolees Kalaa Mpinga, directeur African operations van Anglo American, het belang van Gécamines voor de Zuid-Afrikaanse mijnreus: "Anglo heeft Congo niet nodig." In één adem eraan toevoegend dat Anglo American momenteel op een berg cash zit van 2,5 à 3 miljard dollar. "Als Anglo dat niet in Congo kan investeren, is het geld over vijf jaar elders besteed, zo simpel is dat. In Vietnam, Rusland of Australië." Mpinga heeft zelf uitgesproken politieke ambities in Congo. Billiton, ook een groot mijnhuis, zit momenteel eveneens op een bedrag van die orde van grootte. Voor directeur Richard Linnell blijven de ertsen van Katanga onmiskenbaar " the biggest and the best" in de wereld. Dat verklaart waarom de majors Gécamines niet helemaal afschrijven, "hoewel de markt momenteel niet op koper uit Katanga zit te wachten." Scène 5Locatie: BrusselProtagonist: Louis MichelDinsdagavond 16 januari 2001. Minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel kondigt als eerste urbi et orbi de dood van Kabila aan. Erg snel en op dat ogenblik voorbarig. Woensdag citeert de hele wereldpers Michel. België mag zich weer wentelen in de illusie een speler te zijn op het schouwtoneel van de wereldpolitiek.erik bruyland,ebruyland@trends.be