"De geschiedenis zal minder streng over u oordelen dan uw tijdgenoten." Dat zei de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger op 7 augustus 1974 aan Richard Nixon, net voor de Amerikaanse president ontslag nam wegens het Watergate-schandaal. Het antwoord van Nixon: "Het hangt ervan af wie de geschiedenis zal schrijven." Nixon heeft gelijk gekregen. Hij zal voor eeuwig herinnerd worden als de president van Watergate. Over zijn politieke realisaties wordt amper nog gesproken. Dat Nixon in 1972 op bezoek ging bij aartsvijand China en de internationale machtsverhoudingen wijzigde van een ideologische bipolariteit VS-USSR naar een ...

"De geschiedenis zal minder streng over u oordelen dan uw tijdgenoten." Dat zei de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger op 7 augustus 1974 aan Richard Nixon, net voor de Amerikaanse president ontslag nam wegens het Watergate-schandaal. Het antwoord van Nixon: "Het hangt ervan af wie de geschiedenis zal schrijven." Nixon heeft gelijk gekregen. Hij zal voor eeuwig herinnerd worden als de president van Watergate. Over zijn politieke realisaties wordt amper nog gesproken. Dat Nixon in 1972 op bezoek ging bij aartsvijand China en de internationale machtsverhoudingen wijzigde van een ideologische bipolariteit VS-USSR naar een realistische multipolariteit VS-USSR-China, en op die manier de detente mogelijk maakte tussen West en Oost, is vergeten. Of het wordt volledig op het conto van zijn minister Henry Kissinger geschreven. Kissinger kan al een tijd genieten van een hernieuwde aandacht. Getuige daarvan de doorwrochte biografie van Charles Zorgbibe, voormalig rector van de Sorbonne-universiteit. Maar waar zit anno 2015 de actualiteit in een 92-jarige ex-politicus? Zeer eenvoudig: Henry Kissinger is de exponent van wat men in de internationale politiek het 'realisme' noemt. Relaties tussen staten worden bepaald door machtsverhoudingen, niet door morele principes. Oorlogen moeten worden gevoerd uit eigenbelang. Niet omdat een bepaald land de mensenrechten of de democratie niet respecteert. Lange tijd werd dat realisme als iets vies beschouwd. Conflicten werden ingegeven door idealisme. Als de NAVO of de VS als absolute grootmacht ergens tussenbeide kwamen, dan was dat omdat een al of niet vermeende volkerenmoord vermeden moest worden (Kosovo), de democratie moest worden ingevoerd (Irak), of een bloedige dictator moest worden verdreven (Khadaffi in Libië). De geschiedenis leert ondertussen dat die oorlogen in naam van de mensenrechten landen als Irak en Libië veeleer chaos dan stabiliteit hebben gebracht. Kissinger vindt zulke "idealistische oorlogen" daarom maar niets. De jood Kissinger, geboren in Beieren en met zijn ouders naar de VS gevlucht voor het nazisme, is van oordeel dat internationale politiek gestoeld moet zijn op een machtsevenwicht tussen soevereine staten. Zoals in de periode 1815-1914, na het Congres van Wenen. Wanneer een oorlog gevoerd wordt, mag de verliezer niet vernederd worden. Dat leert het verdrag van Versailles uit 1919, dat na de Eerste Wereldoorlog het Duitse revanchisme voedde. Dat leert ook de afloop van de Koude Oorlog in 1989, die Rusland isoleerde en nu tot spanningen leidt tussen Poetin en het Westen. Kissinger geldt als een harde machtsdenker en hij heeft daarom vaak kritiek gekregen. Dat in Chili met Augusto Pinochet een dictator aan de macht kwam, was volgens hem geen probleem. Het diende de Amerikaanse belangen. Ook de schendingen van de mensenrechten in Pakistan en Indonesië (in het conflict met Oost-Timor) interesseerden hem niet. Die landen waren bondgenoten tegen het communisme en konden zich heel wat permitteren. Voor zijn steun aan die regimes wilden sommige linkse activisten Kissinger zelfs voor de rechtbank dagen. Daar is nooit iets van in huis gekomen. Charles Zorgbibe, Kissinger, Editions le Fallois, 2015, 511 blz., 25 euro ALAIN MOUTON