Ze zijn allebei dertigers en hebben een zoontje van achttien maanden. Hij, Jan Deblonde, is licentiaat lichamelijke opvoeding van de KU Leuven én landbouwingenieur van de Landbouwuniversiteit van Wageningen. Zij, Els Torreele, is landbouwingenieur van de Universiteit Gent, met een postuniversitaire opleiding van dezelfde Wageningse universiteit. Ze hebben in het West-Vlaamse Hooglede een melkveebedrijf met een quotum (leveringsrecht) van jaarlijks 500.000 liter en produceren op het erf een aantal zuivelproducten - roomijs, yoghurt, chocopasta - die ze in hun hoevewinkel verkopen. En ze trekken naar Zuid-Afrika, om te herbeginnen in een hoeve die ze overnemen nabij Kaapstad. Waarom? "We hebben een rendabel bedrijf en bouwden expertise op," antwoordt Jan. "Maar de reglementering benadeelt een gespecialiseerd melkveebedrijf als het onze: we kunnen te weinig bijkomend quotum verwerven en daarom niet groeien, wat nochtans elk gezond bedrijf wil. Onze roeping is melk produceren, en dat kunnen we hier niet langer. In Zuid-Afrika bestaat geen melkquotareglementering."
...

Ze zijn allebei dertigers en hebben een zoontje van achttien maanden. Hij, Jan Deblonde, is licentiaat lichamelijke opvoeding van de KU Leuven én landbouwingenieur van de Landbouwuniversiteit van Wageningen. Zij, Els Torreele, is landbouwingenieur van de Universiteit Gent, met een postuniversitaire opleiding van dezelfde Wageningse universiteit. Ze hebben in het West-Vlaamse Hooglede een melkveebedrijf met een quotum (leveringsrecht) van jaarlijks 500.000 liter en produceren op het erf een aantal zuivelproducten - roomijs, yoghurt, chocopasta - die ze in hun hoevewinkel verkopen. En ze trekken naar Zuid-Afrika, om te herbeginnen in een hoeve die ze overnemen nabij Kaapstad. Waarom? "We hebben een rendabel bedrijf en bouwden expertise op," antwoordt Jan. "Maar de reglementering benadeelt een gespecialiseerd melkveebedrijf als het onze: we kunnen te weinig bijkomend quotum verwerven en daarom niet groeien, wat nochtans elk gezond bedrijf wil. Onze roeping is melk produceren, en dat kunnen we hier niet langer. In Zuid-Afrika bestaat geen melkquotareglementering." Minstens even belangrijk is het avontuur. "We hadden natuurlijk voor eeuwig en drie dagen ons quotum kunnen volmelken zonder veel ambitie, en ons voor de rest uitleven in de zuivelproducten," zegt Els. "Maar herbeginnen op een heel andere plek is een uitdaging, bijna een sport voor ons. We denken dat onze deskundigheid en ondernemingsdrang in andere landen beter beloond wordt, zowel financieel als sociaal."Het quotumvan Jan en Els is groter dan 400.000 liter, zowat het minimum om rendabel te zijn. Veel melkveebedrijven halen dat minimum niet, en zullen dat nooit meer halen: sinds twee jaar is in België de vrije verkoop van quota - waarbij kleinere of achteropgebleven boeren hun quotum verkochten en zich zo van een mooie oude dag verzekerden - verboden. Melkveehouders die ermee ophouden, moeten nu hun quotum tegen een schijntje van de vroegere marktprijs verkopen aan een overheidsfonds - het zogenaamde Quotumfonds - dat ze dan verdeelt over alle kandidaat-kopers. Een alternatief is een totale overname van de stopper, maar lage rendabiliteit maakt kleine melkveebedrijven oninteressant. Trouwens, onze regels verhinderen een melkveehouder om zomaar een collega over te nemen. Gevolg van dit alles: te weinig melkveehouders die ermee ophouden tegenover te veel kandidaat-kopers van quota. Tegelijk wordt de natuurlijke herstructurering van de sector - met de vorming van grotere, rendabele bedrijven - beknot. Er zijn drama's in de maak. Groeibedrijven die investeerden in uitbreiding van stallen, melkinstallaties en bijhorende informatica, blijven steken in een te kleine schaal om de schulden te dragen.Het fonds moest ondoordachte boeren tegen zichzelf beschermen, want twee jaar geleden scheerden de quotaprijzen nooit geziene toppen, 40 tot 45 frank per liter. "Nochtans, onmogelijke prijzen waren dat niet," zegt Jan. "Een melkveehouder die wat kon rekenen en technisch goed zat, kon dat afschrijven." Intussen groeit de ontevredenheid. Christof De Keukeleire, een jonge melkveehouder uit Deinze met een quotum van 450.000 liter, vreest dat de melkprijsverlaging voorzien in de Agenda 2000 van de EU veel van zijn collega's de das zal omdoen: "Geef ons toch de groeimogelijkheden die elke andere zelfstandige heeft. Kun je je voorstellen dat elke transporteur zijn vrachtwagens een dag per week aan de kant moet zetten omdat er te veel kleine transportbedrijven zijn?" Te klein om leefbaar te zijnEtienne Van den Hauwe, Dirk Ryckaert, Noël De Causmaecker en Willy Baecke zijn akkerbouwers uit het Meetjesland in Oost-Vlaanderen. "De akkerbouw is ten dode opgeschreven," zegt Dirk. "Een gemiddelde bedrijfsgrootte van 40 hectare is te klein om leefbaar te zijn, zonder de EU-hectarentoeslag zouden we in de graanteelt geen positieve cijfers halen. Daarom doen velen er iets naast, zoals melk- of vleesvee." Bovendien is de mechanisatiekost per hectare te hoog en raken veel bedrijven overgekapitaliseerd. "2 miljoen voor een goeie tractor, dat gaat nog," zegt Willy. "Maar velen onderhouden hun oude maaidorsers zo goed mogelijk, want een nieuwe is onbetaalbaar geworden." Het zwaarst vallen de exorbitante grondprijzen - "dertig procent duurder op drie jaar tijd". Dat komt door urbanisatie, industrialisatie - "de plannen voor een grote verbindingsweg tussen de Gentse industriezone en de Westerscheldetunnel liggen klaar" - de aanleg van natuur- en recreatiegebieden en vooral: het MAP (Mestactieplan). "De honger van varkens- en veebedrijven naar grond voor mestafzet is niet te stillen," aldus Dirk. "Akkers zijn verworden tot recyclage-instrument. We worden wel vergoed voor die mestafzet, maar daarmee hou je geen akkerbouwbedrijf recht." "Drie jaar geleden ging de grond hier al 700.000 frank per hectare, te duur voor rendabele akkerbouw," zegt Noël. "Vergeet niet dat een jonge boer zijn broers en zuster moet uitbetalen tegen de gangbare marktprijs. Her en der hoor je al dat industriëlen een hoeveke opkopen en enkele hectare in bruikleen geven aan boeren die er iets mogen op verbouwen. Dat fleurt het uitzicht van meneer op. De boeren zijn geen baas meer."Inspelen op de vraagnaar veilig en gezond voedsel, daar zit volgens het viertal toekomst in. Etienne: "Ons voordeel is dat we tussen de consumenten zitten, want zij willen weten waar hun voeding vandaan komt." De warenhuizen zetten inderdaad geïntegreerde kwaliteitsketens op, de agro-industrie doet aan verticale integratie. Vrezen ze niet dat de boer gedegradeerd wordt tot een radertje in de machine, alleen nog werkend volgens een lastenboek? "Velen van ons zitten al onder contract," antwoordt Etienne. "De maatschappij moet weten of zij nog zelfstandige boeren wil hebben, of integendeel superboerderijen zoals de kolchozen van de ex-USRR, maar dan gecontroleerd door de agro-industrie. Willy's vader had vijf knechten. Nu is de avond- en weekendboer op komst, kortom: de hobbyboer." Voor de Amerikaanse concurrenten is het MAP geen zorgBeide voorbeelden bewijzen hetzelfde: iedere boer tevreden houden, kan niet langer. Schaalvergroting en hightech, milieu- en kwaliteitseisen, de beperking van het areaal in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, wegvallende handelsbarrières en de almaar hardere kritiek op de EU-subsidies, alle dwingen ze de landbouw tot keuzes. Daarbij zullen er winnaars en vooral veel verliezers zijn. Kan de Boerenbond nog langer de kool en de geit sparen? "Wij zijn te kleinschalig om de vrije wereldmarkt aan te kunnen, tenzij je met een koude sanering het hele sociaal-economische netwerk op het platteland vernietigt," zegt voorzitter Noël Devisch. "Geef mij naar zoveel mogelijk leefbare boerderijen in plaats van een select kransje topbedrijven. De vrije markt van de economieboeken staat ver van de praktijk: daar zijn het de bedrijven met het meeste geld die vooruit raken, niet de boeren die er het grootste economische voordeel bij hebben. En daarbij, naast grootschaligheid zijn nog andere zaken van tel, zoals toegevoegde waarde op het bedrijf: ambachtelijke hoeveproducten, zorg voor kwaliteit en gezondheid,... Het gevaar is echter dat we gekneld raken tussen de veeleisende consument en de vrije wereldmarkt. Je kunt niet respect voor het milieu en gezonde producten vragen, en tegelijk je markt openen voor landen die zich daar veel minder zorgen om maken. In de VS heb je veehouderijen met soms tot 100.000 dieren. Die zouden nooit aan de voorwaarden van ons MAP voldoen. Ze hoeven zich daar ook geen zorgen om te maken, dat is juist het punt." Een generatievan deskundige boeren-managers komt op, die van de Boerenbond een dialoog tussen gelijken eisen. Zelf schuift de Boerenbond steeds meer taken naar zijn dienstenbedrijf SBB, die klinkende munt aanrekent. Is er bij de Boerenbond dan toch een geruisloze omschakeling naar ondernemerschap en vrije markt? "Milieu, fiscaliteit, boekhouding, onteigeningen: vandaag zijn de dossiers zo complex dat je niet zonder specialisten kan. Die zijn duur en daarom hebben we de individuele dienstverlening gecommercialiseerd. De leden hebben daar geen probleem mee, zolang ze goed geholpen worden. De Boerenbond behoudt de belangenverdediging, de groepsvoorlichting - cursussen, voordrachten - en het eerstelijnsdienstbetoon: eenvoudige vergunningsaanvragen, belastingformulieren, dat soort zaken." Vroeger had een boer varkens en koeien lopen, hij verbouwde graan, maakte boter en karnemelk, en had een moestuin met groenten. Vandaag lijken de geïnformatiseerde melkveehouderijen in niets op de gespecialiseerde tuinbouwbedrijven, of erger, staan de akkerbouwers lijnrecht tegenover de varkensboeren die, op zoek naar mestafzet, de grondprijzen doen escaleren. Komt daarbij dat de akkerbouw in Vlaanderen veel lichter weegt dan de welvarende varkenssector, die dan nog een hele Vlaamse slacht-en verwerkingsindustrie achter zich heeft. Hoelang nog kan de Boerenbond alle landbouwers bijeenhouden? "Nu al maken we amper 2% van de beroepsbevolking uit," zegt Devisch. "Als we ons nog eens opsplitsen, betekenen we nog minder. Solidariteit maakt sterk: als de tuinbouw de varkensteelt steunt in deze moeilijke MAP-tijden, dan krijgt zij hulp van de varkensboeren bij een tomatencrisis. Maar de specialisatie en segmentatie gaan verder, en daarom heeft de Boerenbond vakgroepen, met vertegenwoordigers in het bestuur. Zo houden we de synthese van de belangen binnenshuis, in tegenstelling tot Nederland, waar er openlijke spanningen zijn." Vreest Devisch niet dat de contracten van de agro-industrie en de warenhuizen de boeren van zijn syndicaat zullen vervreemden, en dus zijn macht zullen ondermijnen? "Zover zijn we nog niet, maar het kan komen. Vandaar het belang van afzetcoöperaties, zoals Covavee voor de varkens of Belgomilk en BZU voor de zuivel. De boeren hebben een concreet voordeel bij. Nogmaals: samen sterk." JOZEF VANGELDER