En de sterkste zakengemeente van het land is? Veurne. Om tot deze conclusie te komen, onderzocht het Britse handelsinformatiebureau Dun & Bradstreet ( D&B) de winstcijfers, de financiële gezondheid en het betalingsgedrag van zo'n 160.000 bedrijven (zie kader: Methodologie). Nergens is de financiële gezondheid van de bedrijven beter dan in Veurne. En de Veurnse bedrijven blijken - naar Belgische normen - ook bijzonder stipte betalers.
...

En de sterkste zakengemeente van het land is? Veurne. Om tot deze conclusie te komen, onderzocht het Britse handelsinformatiebureau Dun & Bradstreet ( D&B) de winstcijfers, de financiële gezondheid en het betalingsgedrag van zo'n 160.000 bedrijven (zie kader: Methodologie). Nergens is de financiële gezondheid van de bedrijven beter dan in Veurne. En de Veurnse bedrijven blijken - naar Belgische normen - ook bijzonder stipte betalers. Veurne is, net als Izegem vorig jaar, een verrassende winnaar. Zeker als je oppervlakkig nagaat wat deze Westhoekgemeente te bieden heeft. Voor veel kusttoeristen is Veurne waarschijnlijk niet meer dan een boerengat op weg naar de Panne. In Veurne is het wel goed eten: Beauvoordse paté, Veurnse babelutten, pannekoeken en wafels. Voeg daar nog bij dat de bijnaam van de Veurenaars "de slapers" is en je krijgt eerder een beeld van een Bourgondische dan een dynamische gemeente."Dat van die slapers is al lang achterhaald," reageert burgemeester Jan Verfaillie ( CVP). "Lang geleden moeten hier nogal wat renteniers geleefd hebben, vandaar. We zijn nu een gemeente van werkers. Er hangt hier ook die typische West-Vlaamse ondernemersgeest." Die West-Vlaamse ondernemersgeest mag dan als een cliché klinken, op basis van de resultaten van het D&B-onderzoek zijn we toch geneigd er geloof aan te hechten. Maar liefst zes gemeenten uit de toptien liggen in West- Vlaanderen. Dat is weliswaar één minder dan vorig jaar, maar het lijkt vooral aan te geven dat het schitterende resultaat van 2000 geen toevalstreffer was. De West-Vlaamse hegemonie zet zich ook door in de bredere top: in de toptwintig staan er elf West-Vlaamse gemeenten, in de topdertig vijftien. "Het is nu wel duidelijk dat het industriële basisweefsel in die ruime zone Kortrijk-Roeselare zeer sterk is," zegt Georges Allaert, hoogleraar ruimtelijke planning en regionale ontwikkeling aan de Universiteit Gent. De enige smet op het West-Vlaamse blazoen is Ieper. De Kattenstad tuimelt van de 39ste naar de zeventigste plaats. Speelt hier een negatief Lernout & Hauspie-effect? "De achteruitgang is te sterk om dit toe te schrijven aan één bedrijf," zegt Desna Troost, de Nederlandse marketinganalist van D&B Benelux. Voor de analyse van de financiële sterkte en het betalingsgedrag van de bedrijven gebruikte D&B gegevens van begin 2001. HavenstedenIn de toptien valt de sterke stijging van de Limburgse gemeente Bilzen (van 31 naar 2) op, en de bevestiging van de gemeenten Kuurne (van 2 naar 3) en Ardooie (van 6 naar 4). De provincies Antwerpen en Oost-Vlaanderen zijn de grote afwezigen in de toptien. Beide provincies scoren trouwens over de hele lijn niet zo goed. Ook Wallonië is slechts mondjesmaat vertegenwoordigd in de rangschikking. "Het toont opnieuw aan," zegt Georges Allaert, die voor Trends ook vorig jaar de onderzoeksresultaten analyseerde, "dat die brede industriële basis - die zo typisch is voor Vlaanderen - in Wallonië ontbreekt. Vlaanderen is één urban field. Het heeft een heel sterk industrieel basisweefsel dat reikt tot in de kleinere kernen en zelfs tot in het buitengebied. Anders zou Veurne nooit als winnaar uit de bus zijn gekomen." Georges Allaert ziet nog een aantal andere onderzoeksresultaten van 2000 bevestigd in de uitslag van 2001. "De havensteden doen het opnieuw niet goed. Gent is op plaats 100 de eerste havenstad, Brugge staat op 144, Oostende volgt op 175, Antwerpen vinden we pas op plaats 177. Dat is dus niet schitterend." Een gedeeltelijke verklaring voor deze zwakke prestatie is dat de vier havensteden ook grote steden zijn. Grote steden trekken meer starters aan. En bedrijven zijn in hun eerste levensjaren het meest kwetsbaar. "Die havendynamiek wordt dus overschaduwd door slechte prestaties op het vlak van kredietwaardigheid en financiële gezondheid van de bedrijven," legt Georges Allaert uit. "Bovendien wordt de havendynamiek door de aanwezigheid van dat basisweefsel verspreid over verschillende gemeenten. De havenstad profiteert dus maar ten dele van die havendynamiek".De zieke Vlaamse RuitHet zwakke presteren van Antwerpen en Oost-Vlaanderen roept bij Allaert ook vragen op bij de zin van de 'Vlaamse Ruit'. In het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen wordt deze ruit (Antwerpen, Gent, Brussel, Leuven) vooropgezet als hét kerngebied voor verdere economische ontwikkeling. "Dat blijkt dus een zieke Vlaamse ruit te zijn," zegt Allaert. "En dat terwijl je met zo'n breed industrieel basisweefsel zit." Georges Allaert pleit ervoor om bij de toekomstige ruimtelijke economie te vertrekken van dit industriële basisweefsel. "De Vlaamse Ruit getuigt van een zeer introverte visie. Je hebt één kerngebied en dan nog wat antennes en netwerken. Vertrekkend vanuit dat industriële basisweefsel zul je verschillende kerngebieden krijgen die veel extraverter zullen zijn."Laurenz Verledens