Wommelgem verkeert in een feestroes. Begin augustus kreeg de Antwerpse gemeente het populaire TV1-programma Fata Morgana op bezoek. Wommelgem werd teruggeflitst naar de jaren vijftig en zestig en kaapte, aangemoedigd door Sergio en Geena Lisa, vier sterren weg. Wommelgem behoort daarmee tot de subtop van de Fata Morganagemeenten.
...

Wommelgem verkeert in een feestroes. Begin augustus kreeg de Antwerpse gemeente het populaire TV1-programma Fata Morgana op bezoek. Wommelgem werd teruggeflitst naar de jaren vijftig en zestig en kaapte, aangemoedigd door Sergio en Geena Lisa, vier sterren weg. Wommelgem behoort daarmee tot de subtop van de Fata Morganagemeenten. Ook op zakelijk vlak is Wommelgem dit jaar de absolute top. De gemeente van burgemeester Walter Van Der Plaetsen (VLD) komt in een onderzoek van het handelsinformatiebureau D&B naar voren als de beste zakengemeente van het land. D&B screende voor deze studie de financiële gegevens van 900.0000 bedrijven en maakte op basis van criteria als winst, winstgroei, betalingsgedrag en de financiële gezondheid een gemeentelijke rangschikking (zie kader: Hoe gingen we te werk?). Het Wommelgemse bedrijfsleven scoort goed over de hele lijn: er werd veel winst gemaakt en de winstgroei nam nog toe, de bedrijven zijn vrij stipte betalers en tonen een blakende financiële gezondheid. De deelrangschikking met starters - het aantal nieuwe bedrijven in verhouding tot het totale aantal bedrijven - zorgt wel voor een valse noot: Wommelgem moet zich tevreden stellen met plaats 210 op 409 onderzochte gemeenten. Wommelgem zette overigens ook vorig jaar al een puike prestatie neer. De gemeente eindigde toen net buiten de top 25. In de provincie Antwerpen was Wommelgem toen goed voor een zevende stek. Het Wommelgemse succes is ook de emanatie van een sterke collectieve prestatie van de provincie Antwerpen. In de eerste editie van deze studie, in 2000, was de provincie Antwerpen de grote afwezige in de top van de rangschikking. Ook in 2001 was Antwerpen nog het zwakke broertje onder de Vlaamse provincies. Maar in 2002 was er al enige beterschap te merken. En in de editie van vorig jaar rukte Antwerpen op naar een tweede plaats, na het onvermijdelijke West-Vlaanderen. Dit jaar behoudt West-Vlaanderen nog nipt het overwicht in de top tien (vijf West-Vlaamse gemeenten tegenover vier Antwerpse), maar in de top 25 moet het Antwerpen laten voorgaan (twaalf tegen acht). Wat is de verklaring voor deze Antwerpse remonte? Frederik Looten, plaatsvervangend directeur van Vlao (Vlaams Agentschap Ondernemen), wijst op de conjuncturele gevoeligheid van de provincie. "Door de haven voelen we hier sneller dan in andere provincies een heropleving van de wereldeconomie. Vergeet niet dat de havengebonden activiteiten veel verder reiken dan het havengebied zelf. Aan die haven is een heel logistiek netwerk verbonden. Het distributiecentrum van Nike in Laakdal kan je in zekere zin een havenbedrijf noemen."Ook professor Georges Allaert van de Universiteit Gent ziet een verband met de haven. "Maar," zegt hij, "het is vooral de link tussen de logistiek en de industrie die voor de dynamiek zorgt. Zo niet zou de stad Antwerpen zelf, met zijn haven, veel hoger scoren. Vanuit die haven krijg je wel spillovereffecten naar het hinterland. Maar niet zomaar in de wilde weg. Die economische dynamiek ent zich rond de belangrijke corridors. Dat is ook logisch: logistiek vraagt om infrastructuur zoals snelwegen, waterwegen en spoorwegen." Allaert ziet overigens enkele gelijkenissen met een studie die hij maakte over de ruimtelijke economische hoofdstructuur van Vlaanderen. "De criteria die wij hanteren, zijn anders: wij kijken naar de toegevoegde waarde en de tewerkstelling," zegt hij. "Maar in beide studies valt het gewicht op van de oostelijke antenne - zeg maar de Antwerpse gemeenten op de as naar Nederland - en de westelijke antenne, met de West-Vlaamse gemeenten in de buurt van de E17."Luc Luwel, directeur-generaal van de Kamer van Koophandel en Nijverheid Antwerpen-Waasland, spreekt van een geslaagde Antwerpse inhaalbeweging. "Er was al lang niet meer geïnvesteerd in mobiliteit," zegt hij. "Maar met het Masterplan Mobiliteit zetten we ineens een grote stap voorwaarts. De curve is ook op andere terreinen opnieuw aan het krommen in de positieve zin. Met ons Routeplan ( nvdr - een witboek voor de verdere ontwikkeling van de regio) hebben wij ook ons steentje bijgedragen. Antwerpen toont weer ambitie, ook economisch. En er staan entrepreneurs op die aan de kar willen trekken." West-Vlaanderen mag dan wel prominent aanwezig zijn in de top van de rangschikking, toch valt vooral de terugval in vergelijking met de vorige jaren op. In 2003 kon de provincie nog pronken met 25 gemeenten in de top vijftig. In 2004 was dat al teruggevallen tot zeventien, een score die vorig jaar werd herhaald. Dit jaar moet West-Vlaanderen tevreden zijn met dertien gemeenten bij de eerste vijftig. Die West-Vlaamse verzwakking komt niet helemaal onverwacht. Academici, lokale politici en ondernemers wezen er de voorbije jaren al op dat de West-Vlaamse economie met enkele structurele problemen kampt. Vooral het tekort aan bedrijventerreinen en de krapte op de arbeidsmarkt speelt het bedrijfsleven parten. Met de provincie Limburg gaat het van kwaad naar erger. Lummen, zestigste in de rangschikking, redt de Limburgse eer. Alleen Alken en Zonhoven weten zich ook nog in de top honderd te positioneren. Luc Ghys, diensthoofd van de studiedienst van de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij Limburg, toont zich verrast. "Wij zien eigenlijk geen probleemsituatie in de provincie," zegt hij. "De provincie heeft het wel moeilijk gehad na de afslanking bij Ford Genk. Maar de VKW Top 500, een studie naar de prestaties van de 500 grootste bedrijven van de provincie, geeft aan dat 2004 beter was dan 2003. En in 2005 zouden we ongeveer op hetzelfde niveau uitkomen als in 2004. Maar ik begrijp dat er in het onderzoek van D&B geen onderscheid wordt gemaakt tussen kleine en grote bedrijven."Van een economisch herstel in Wallonië is in de studie nog niets te merken. De eerste Waalse gemeente in de rangschikking is het mooie Aubel (provincie Luik) op plaats 109. Helemaal onderaan de rangschikking komen we elf gemeenten uit de provincie Henegouwen tegen. Benieuwd of het Marshallplan in de komend jaren voor beterschap zorgt. Een nieuwigheid in het onderzoek van D&B zijn de deelrangschikkingen: de kleine gemeenten (met 100 tot 200 balansgegevens), de middelgrote (200 tot 400) en de grote (meer dan 400). Bij de kleine gemeenten voert het West-Vlaamse Lendelede de rangschikking aan. De andere podiumplaatsen zijn voor de Antwerpse gemeenten Hulshout en Lint. Maar vooral de sterke prestatie van de provincie Vlaams-Brabant valt op (tien gemeenten in de top 25). Bij de grote gemeenten staat allroundwinnaar Wommelgem op één, gevolgd door Aartselaar (provincie Antwerpen) en Wevelgem (West-Vlaanderen). In de rangschikking van grote gemeenten doet de provincie Antwerpen het opnieuw bijzonder goed (dertien gemeenten in de top 25). De echte steden stellen teleur. De eerste centrumstad in de rangschikking is Roeselare op plaats 27, op de voet gevolgd door Kortrijk (28). De stad Antwerpen (70) scoort beduidend beter dan Gent (99). Brussel bengelt helemaal onder aan de rangschikking: plaats 118 op 135 gemeenten. "De kernen presteren inderdaad veel zwakker dan de zogenaamde halfwaylocaties, de gebieden die tussen de kernen liggen," aldus Allaert. "Dat is kenmerkend voor een netwerkeconomie. Er spelen uitstralingseffecten van de kern naar de halfwaylocaties. Dat is ook een belangrijke les voor ons ruimtelijke en economische beleid. Een bedrijventerrein louter enten op een gemeentelijke of stedelijke dynamiek is onzin. Je moet de inplanting van bedrijventerreinen enten op die economische netwerken. En je moet dat zien op een vrij hoog niveau, bij voorkeur grensoverschrijdend. Het lijkt me bijvoorbeeld niet onlogisch dat het Antwerpse succes ook een gevolg is van de dynamiek in het gebied tussen Antwerpen en Nederlands Brabant, met steden als Breda, Tilburg en Eindhoven." Laurenz Verledens