"Mijn allereerste turnles herinner ik me nog. Ik was zes en had aan mijn ouders gevraagd of ik naar de turnclub mocht. Ik was er helemaal door gebeten, en dat is sindsdien zo gebleven. Mijn ouders hebben me nooit moeten motiveren, het is altijd vanuit mezelf gekomen. Gaandeweg zat ik op een ritme van zeven, acht uur training per week. Ik deed mee aan competities en kwam weleens thuis met een medaille. Toen ik rond mijn achttiende op wedstrijden de prestaties zag van kereltjes die jonger waren dan ik, besefte ik dat er een nieuwe generatie aan zet was die beter werd omringd.
...

"Mijn allereerste turnles herinner ik me nog. Ik was zes en had aan mijn ouders gevraagd of ik naar de turnclub mocht. Ik was er helemaal door gebeten, en dat is sindsdien zo gebleven. Mijn ouders hebben me nooit moeten motiveren, het is altijd vanuit mezelf gekomen. Gaandeweg zat ik op een ritme van zeven, acht uur training per week. Ik deed mee aan competities en kwam weleens thuis met een medaille. Toen ik rond mijn achttiende op wedstrijden de prestaties zag van kereltjes die jonger waren dan ik, besefte ik dat er een nieuwe generatie aan zet was die beter werd omringd. "Nu ben ik te oud voor olympisch turnen, maar te jong om met seniorengymnastiek te beginnen. Dat los ik op door les te geven aan jongeren. Een heel actieve bezigheid is dat, want je bent voortdurend bezig met iemand op te heffen, te draaien, te keren, één tot twee uur lang. "Ik wil de jongeren ook doen begrijpen wat er gebeurt. Ik had vroeger een trainer die zei: de beste manier om te leren turnen, is ervan te dromen: in je gedachten de oefening visualiseren en weten waar en wanneer je welke beweging inzet. Inzicht in de wetten van de fysica komt ook van pas. Door snelheid en balans doordacht te gebruiken, kun je besparen op kracht. Het geheim van een goede turner is dat je dat doorhebt." "Ik hoop dat mijn leerlingen ook meepikken dat gymnastiek hen leert hun grenzen te verleggen. Behalve de technische beheersing is het een kwestie van inzet, een doel willen bereiken en te weten dat de dingen niet vanzelf komen. Ook al train je in een groep en trek je elkaar mee, aan het eind sta je er helemaal alleen voor om de oefening uit te voeren. "De club waar ik training geef, biedt hoofdzakelijk recreatief turnen aan. Toch vind ik deelnemen aan wedstrijden een verrijkende ervaring. Het is een moment dat je het publiek laat zien wat je kunt, nadat je het honderd keer hebt gedaan op training. Je leert er je focus vast te houden en te presteren onder druk. Niet iedereen kan daar even goed mee omgaan. Maar als het lukt, heb je daar ook buiten de sport nut van." "Ik heb een hele tijd geen les gegeven onder het mom dat ik te veel werk had. Dat klopt, in de vastgoedbusiness kun je 24 uur per dag bezig zijn. Daarnaast is er het gezin met drie kinderen en een huis. En ten slotte: in je zetel naar tv kijken kan ook leuk zijn. In die periode heb ik weinig sport gedaan, maar ik heb gemerkt dat dat niet goed was. Als je een beroep als het mijne niet in balans brengt met beweging, laten de nadelen zich snel voelen. Je bent minder kwiek en je hoofd zit propvol. Er is geen ventiel voor de spanningen die je opbouwt tijdens de werkdag. Onlangs hoorde ik een radioreporter aan Bart De Wever vragen hoe zijn training voor de Antwerpse Ten Miles was verlopen. "De moeilijkste meter is de eerste meter tot aan de deur", zei hij. Dat herkende ik. "Tegenwoordig geef ik opnieuw olympisch turnen, en daar ben ik blij mee, omdat ik me op die manier ook maatschappelijk engageer. Behalve trainer ben ik bestuurslid. Zo krijg ik te maken met mensen die niets met mijn baan te maken hebben. Dat verruimt mijn blik. Ik heb collega's van wie het privé- en het professionele leven helemaal verknoopt zijn. "Waar ik ook blij om ben: ik ben mijn lenigheid van vroeger nog niet kwijt. Een grand écart lukt nog altijd. Als je bepaalde oefeningen vóór een bepaalde leeftijd onder de knie hebt, blijven die in je lichaam zitten." FILIP HUYSEGEMS, FOTOGRAFIE JONAS LAMPENS