Na de euforie over de eedaflegging van Barack Obama keert Amerika terug naar de harde economische realiteit. De VS zijn al sinds januari van vorig jaar in recessie en het ziet ernaar uit dat dit de ergste groeiterugval wordt in de naoorlogse geschiedenis. De situatie toont bovendien verregaande gelijkenissen met de historische crisissen van de jaren dertig in de VS en met die van de jaren negentig in Japan.
...

Na de euforie over de eedaflegging van Barack Obama keert Amerika terug naar de harde economische realiteit. De VS zijn al sinds januari van vorig jaar in recessie en het ziet ernaar uit dat dit de ergste groeiterugval wordt in de naoorlogse geschiedenis. De situatie toont bovendien verregaande gelijkenissen met de historische crisissen van de jaren dertig in de VS en met die van de jaren negentig in Japan. De VS-economie draagt een onhoudbare schuldenlast en de noodzakelijke spaarinspanningen om die terug te schroeven, zullen jarenlang wegen op de groei. Samen met het vermogenseffect van de crash op de vastgoed- en aandelenmarkten, een inkrimpende financiële sector en de onvermijdelijke correctie op de arbeidsmarkt veroorzaakt dat een aanzienlijk risico op een gevaarlijke deflatiespiraal. Toch zijn er ook belangrijke verschilpunten. In de jaren dertig en negentig stelden de Amerikaanse en Japanse overheid zich aanvankelijk heel terughoudend op. Angst voor roekeloos gedrag weerhield ze er toen van om de financiële sector verregaande steun te bieden. Tegelijk bleef de overheid te lang focussen op de inflatierisico's en de budgettaire consequenties van elk overheidsoptreden. Japan en de VS reageerden hierdoor pas op een moment dat de deflatoire spiraal al in volle hevigheid was ingezet. De VS hebben duidelijk geleerd van de fouten uit het verleden. De Fed verlaagde de beleidsrente heel snel tot een historisch laag niveau (0 tot 0,25 procent) en blies de balans op tot tweeënhalve keer het normale niveau om liquiditeiten in de economie te pompen. Met het plan-Paulson creëerde de Amerikaanse overheid de budgettaire ruimte om het financiële systeem te ondersteunen. Bovendien werkt president Obama aan een stimuleringspakket van 825 miljard dollar (dat is 5,8 procent van het bbp). Er is nu al sprake van bijkomende budgettaire inspanningen. Fed-voorzitter Bernanke maakte de voorbije weken bovendien duidelijk dat zelfs monetaire financiering van extra overheidsuitgaven (geld drukken en uitgeven) niet langer een taboe is. De ongeziene maatregelen creëren op termijn uiteraard nieuwe risico's. De schuldenberg dreigt opnieuw op te lopen en de budgettaire inspanningen zullen het begrotings-tekort in 2009 boven de 10 procent duwen, wat op termijn uiteraard eveneens onhoudbaar is. De ervaringen in de VS in de jaren dertig en Japan in de jaren negentig suggereren niettemin dat die problemen minder dwingend zijn dan het alternatief van een moeilijk te doorbreken deflatoire spiraal. (T)