eXtra informatie op www.trends.be De groeipercentages (omzet, personeel en cashflow) van de 200 snelst groeiende Limburgse bedrijven.
...

eXtra informatie op www.trends.be De groeipercentages (omzet, personeel en cashflow) van de 200 snelst groeiende Limburgse bedrijven.Wie "Limburgse economie" zegt, denkt aan Ford, waarvan de toekomst aan een zijden draadje hing. Of aan Philips Hasselt, dat een kruis mocht maken over zijn activiteiten. En zelfs aan KS, twee letters die de Limburgse emoties nog hoog kunnen doen oplaaien. Vergeet de miserie uit het verleden. Kijk naar E.-Max Aluminium Profiel, dat zich de voorbije jaren stevig positioneerde op een aartsmoeilijke markt. Neem een voorbeeld aan Luc Thijs, die in zijn kelder begon te knutselen aan chroom- en nikkelprocédés, Alro deed uitgroeien tot een onderneming die werk verschafte aan meer dan tweehonderd mensen, het bedrijf verkocht en... WCA Alro opnieuw verwierf nadat banken en dure managers er een potje van hadden gemaakt. Het kan zelfs met pannenkoeken: Heidevink Foods was vijf jaar geleden een ambachtelijke bakkerij en haalt vandaag een omzet van bijna 10 miljoen euro, onder meer met leveringen van pancakes aan de Amerikaanse troepen in Irak. Trends selecteerde deze drie als Ambassadeurs van de 200 Limburgse Gazellen, snel groeiende bedrijven die bovendien ook nog goed presteren (voor de selectiemethode, zie blz. 56). Eerder al hielden Limburg-watchers in Trends een pleidooi ter versterking van de beleidsinspanningen voor bestaande topbedrijven, in plaats van hersenschimmen na te jagen in 'moderne' niches zoals IT. Zij kregen gelijk. De snelste groeiers in Limburg vinden we terug in klassieke sectoren zoals metaal en auto, logistiek en distributie, en uiteraard de bouwindustrie. Met een werkloosheidsgraad van 7,4 % zit Limburg nog altijd achter op het Vlaamse gemiddelde (6,2 %). Maar onze 200 Limburgse Gazellen helpen het gat te dichten: zij waren in 2002 goed voor meer dan 24.000 jobs. Ze presteerden super met een toename in 1998-2002 van 6761 jobs, of 39 %. De 200 Limburgse Gazellen waren in die periode goed voor 1 op 23 banen die in België werden gecreëerd. Opmerkelijk is dat de stijging in de toegevoegde waarde (+69 %) gevoelig hoger is dan de toename in personeel. De productiviteit bij de Gazellen maakt dus flinke sprongen. Ter illustratie: bij de grote Gazellen bedraagt de toegevoegde waarde per werknemer 63.300 euro (dat is de mediaan: de helft presteert beter, de andere helft slechter) Voor de middelgrote bedraagt de mediaan 57.800 euro. De kleine doen het met een toegevoegde waarde per werknemer van 48.800 euro iets minder dan het Belgische gemiddelde in 2001 (51.000 euro). De relatief hoge productiviteit uit zich in een stijgende omzet. De middelgrote Gazellen zagen hun omzetcijfer toenemen van 348 naar 784 miljoen euro; bij de grote ondernemingen was er een stijging van 5,7 naar 7,5 miljard euro (of 30 %). Die boost ging gepaard met een stijgende cashflow, zij het niet in dezelfde mate. Terwijl bij de kleine Gazellen de cashflow geleidelijk toenam (+158 %), gebeurde dat bij de middelgrote (+128 %) en de grote (+258 %) in schokken. Dat blijkt uit de scherpe daling (-48 %) van de cashflow bij de grote ondernemingen in het rampjaar 2001 (toen de middelgrote Gazellen 3,4 % minder cashflow boekten). De groei lijkt de verhouding tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen ongunstig te beïnvloeden. De solvabiliteit van de grote (met een mediaan van 24,5 %), middelgrote (24,6 %) en de kleine Gazellen (18,3 %) ligt ver uit de buurt van de doorsnee Belgische onderneming, die een ratio heeft van 31,1 % (2001). De stijgende omzet heeft ook een lichtjes negatieve weerslag op de liquiditeit. Dat is de verhouding tussen de beperkte vlottende activa en het vreemd vermogen op korte termijn. Als de liquiditeit lager is dan 1, dreigt de onderneming binnen het jaar in de problemen te komen. Het gemiddelde cijfer in België bedraagt 1,22, iets beter dan de grote (1,19) en de middelgrote (1,16) Gazellen in Limburg. Met een mediaan van 1,06 moeten enkele kleine Gazellen oppassen. Drie van de 25 geselecteerden opereren zelfs in de gevarenzone (minder dan 0,5). De Limburgse Gazellen doen het met een rentabiliteit van 11 % (grote), 7,4 % (middelgrote) en 8,6 % (kleine) iets beter dan de gemiddelde Belgische onderneming (6 %). Al valt hier wel een verschil op met de Oost- en West-Vlaamse ondernemingen, waar de rentabiliteit in het algemeen hoger ligt dan in Limburg. De groei van ondernemingen in de groene provincie lijkt dus relatief meer pijn te doen op het vlak van de solvabiliteit en de rentabiliteit. Voer voor de economen van de Universiteit Hasselt... of was het nu Diepenbeek? Hans BrockmansDe 200 Limburgse Gazellen waren tussen 1998 en 2002 goed voor 6761 nieuwe jobs. De snelle groeiers in de groene provincie scoren maar matig op het vlak van solvabiliteit en rentabiliteit. De snelste Limburgse groeiers vinden we terug in klassieke sectoren zoals metaal en auto, logistiek en distributie, en uiteraard de bouwindustrie. Opmerkelijk is dat drie van de 25 Trends Gazellen bij de kleine ondernemingen in de gevarenzone opereren inzake liquiditeit.