De Trends Gazellen Awards voor de provincie Vlaams-Brabant en voor Brussel werden gisteren in Leuven uitgereikt. De volgende Trends Gazellenevenementen vinden plaats op woensdag 26 maart in Antwerpen en donderdag 3 april in Rijsel (Euro Gazelle 2003).
...

De Trends Gazellen Awards voor de provincie Vlaams-Brabant en voor Brussel werden gisteren in Leuven uitgereikt. De volgende Trends Gazellenevenementen vinden plaats op woensdag 26 maart in Antwerpen en donderdag 3 april in Rijsel (Euro Gazelle 2003). Voor meer informatie kunt u bellen naar %051 26 64 13 of mailen naar trendsgazellen@roularta.beDe Brusselse binnenring en de Brusselse buitenring. Dagelijks worden we ermee geconfronteerd, via verkeersinformatie op de radio of sakkerend in een file. De ring rond Brussel, dat is veertig kilometer verkeersellende en een gewillig onderwerp voor de zoveelste (verticaal geklasseerde) mobiliteitsstudie; tegelijk is hij het symbool van de politieke afbakening van het 'derde gewest'. In plaats van een knooppunt te zijn tussen Brussel en Vlaanderen, is de ring een muur waartegen elkaar beconcurrerende beleidsplannen van drie gewesten aanbotsen zonder oog voor grensoverschrijdende macro-economische en ruimtelijke effecten. De Gentse professor Georges Allaert lanceerde in april 2001 tijdens het Forum van de Brusselse Industrie - georganiseerd door de federatie van technologiebedrijven Agoria Brussel - de idee van Brussel, euro-metroplex aan de European Golden Triangle. Dat is een mondvol om het economische potentieel aan te geven van wat Allaert het ringeffect noemt. De grote verwevenheid van diensten- en productiebedrijven binnen, buiten en op die Brusselse ring maakt dat daar de kwalitatieve voorwaarden aanwezig zijn voor clustereffecten en het ontwikkelen van een economische dynamiek zoals in Silicon Valley, San Francisco aan de Amerikaanse Westkust, vindt Allaert. " Route 128, met zijn innoverende hightechfirma's rond Boston aan de Oostkust van de VS, is een nog beter model voor de Brusselse ring." In alle Vlaamse economische en ruimtelijke beleidsplannen weegt het concept Vlaamse ruit door. Het situeert de economische ruggengraat van de Vlaamse economie tussen Antwerpen, Gent, Leuven en Brussel. De Vlaamse ruit en de Brusselse ring zijn onderling verweven. Het Vlaams Economisch Verbond (VEV) en de Sociaal-Economische Raad voor Vlaanderen (Serv) beklemtonen al langer dat de sociaal-economische dynamiek rond de hoofdstad moet worden bekeken vanuit het brede kader van het Brusselse stadsgewest. Dat stadsgewest is ruimer dan de negentien gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (een politieke afbakening die niet moet worden gewijzigd, maar die wel een soepel grensoverschrijdend politiek overleg vereist tussen Vlaanderen en Brussel, maar ook met de federale overheid en de beleidsmakers van Waals-Brabant). Allaert: "Het Route 128-effect wordt gemeten in een straal van vijftig kilometer rond Boston. Vertaald naar de Brusselse situatie omvat het Brusselse-ringeffect dus ook het havengebeuren van Antwerpen en Gent en reikt tot in Leuven en Louvain-la-Neuve of Nijvel." Brussel, euro-metroplex gaat nog verder: tot in Rijsel en Luik/Maastricht. Rijsel lokt bijvoorbeeld investeerders met de troef dat de Noord-Franse metropool op amper één uur sporen van de hoofdstad van Europa ligt. "Logisch, aangezien in Rijsel la métropolisation (de lokale benaming voor het metroplexconcept) erkend en actief op alle beleidsniveaus wordt gebruikt," zegt Allaert. Terwijl ze in Brussel zelfs het begrip citymarketing - in die zin dat de economische troeven van het stadsgewest internationaal worden aangeprezen - nauwelijks kennen. Het ruimere stadsgewest is de trekker van de Belgische economie: tussen 1996 en 2001 groeide Brussel met 2,3 %, terwijl Halle-Vilvoorde 4,3 % optekende, Leuven 3,1 % en Waals-Brabant 4 % (tegenover een gemiddelde van 2,5 % voor Vlaanderen en 1,9 % voor Wallonië over diezelfde periode). Met 10 % van de Belgische bevolking levert het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 19,2 % (of 43,6 miljard euro) van de Belgische toegevoegde waarde. En volgens de jongste cijfers van het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) doet Brussel het weer beter. In 2001 lag de economische groei (gemeten in toegevoegde waarde) er hoger dan in de twee andere gewesten: 3,3 %, tegenover 1 % voor Vlaanderen en 0,8 % voor Wallonië. Uit eigen onderzoek kwam Georges Allaert begin jaren negentig tot de vaststelling dat de Gouden Driehoek van Europa - die zich uitstrekt tot zo'n 500 kilometer rond Brussel en dus steden zoals Londen, Hamburg en Rotterdam omvat - een bruto regionaal product (BRP) van 2800 miljard dollar vertegenwoordigde. De Boston-Washington-Corridor (BoWa-Corridor), die een vergelijkbare oppervlakte heeft en waarin Boston, New York, Philadelphia, Baltimore en Washington liggen, had toen een gezamenlijk BRP van 900 miljard dollar. "De verhoudingen zijn niet wezenlijk veranderd. Brussel en Vlaams-Brabant liggen middenin die Europese Gouden Driehoek," zegt Allaert twee jaar nadat hij de idee Brussel, euro-metroplex en de kracht van het Brusselse-ringeffect bij Agoria aankaartte. "Daar ligt het kerngebied van België en we hebben er maar één, namelijk de Brusselse stadsregio." Volgens hem is de ring rond Brussel wegens zijn uitstralingseffect een broedplaats voor een grootstedelijk draagvlak van industrie en complementaire diensten. "Als daar tenminste ruimte voor ontwikkeling wordt geschapen."Van de zeven sectoren (informatica en multimedia, medische technologie, fotografie, voedingsindustrie, automotive, luchthavenbedrijvigheid en logistiek, energie en water) die Allaert op en rond de Brusselse ring onderscheidt, ziet Agoria Brussel er twee als specifieke sterkten van het stadsgewest bevestigd in eigen recent onderzoek: Brussel en omstreken zijn de motor van de Belgische informatie- en communicatietechnologie (ICT) en daarnaast vormt zich ook een automotivecluster rond Volkswagen in Vorst, de grootste industriële werkgever van Brussel. "Er zit nog een potentieel clustereffect in de grote concentratie van ziekenhuizen en rond biotech," meent DominiqueMichel, secretaris-generaal van Agoria belast met Brussel. Terwijl de Vlaamse ruit als interstedelijk gewest in Europa een begrip is geworden - zoals de Nederlandse Randstad en het Duitse Ruhrgebied - dat wetenschappelijk sterk is onderbouwd, werden er nauwelijks pogingen ondernomen om Allaerts ringeffect te concretiseren: de gewestelijke ontwikkelingsmaatschappijen, de kamers van koophandel, het VEV noch het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) beschikken over onderzoeksmateriaal. Alleen Agoria Brussel probeert de ICT-cluster vorm te geven. De ICT-sector weegt met 750 bedrijven in en rond Brussel het zwaarst door in de economie van het Brusselse stadsgewest. ICT bestaat uit een waaier van IT-diensten- en softwarebedrijven, telecomoperators en de grote multinationals die IT-hardware en kantoormachines verkopen. Goed voor 32.000 jobs of 30 % van de totale werkgelegenheid in Brussel. Rekening houdend met het ringeffect gaat het om 50.000 werknemers of ruim de helft van de hele Belgische ICT-sector, die voor 80 % gesitueerd is op de ICT-as Antwerpen-Brussel-Nijvel. "Daar is Brussel als vestigingsplaats van hoofdzetels van nationale en internationale ICT-ondernemingen de spil van," zegt Patrick Slaets, ICT-adviseur van Agoria. Agoria Brussel gewaagt van een groeiende digitale Zennevallei, waarin meer dan één derde van de ICT-sector qua werkgelegenheid in België geconcentreerd zit. "Het uiteenspatten van de internetbubbel heeft het fenomeen wat afgeremd, maar de dynamiek blijft aanwezig." Ook de Trends Gazellen bevestigen het potentieel van de ICT-sector. Zowel in Vlaams-Brabant als in Brussel worden de snelst groeiende grote ondernemingen getrokken door telecombedrijven: respectievelijk Nokia Belgium en Mobistar. Het Amerikaanse telecomfiliaal WorldCom leidt bovendien de Brusselse middelgrote gazellen. Brussel is een agglomeraat van ICT-bedrijven maar ook van leveranciers van ICT- content. In Brussel zelf zijn er niet minder dan 1300 ondernemingen die inhoud aanbieden: uitgeverijen, grafische bedrijven, gedrukte en audiovisuele media, persagentschappen, communicatie- en reclamebureaus, radio- en televisiezenders en andere multimediabedrijven. Samen zorgen ze voor 20.000 banen of 11 % van de tewerkstelling in Brussel. Een onderzoek van de Europese Unie uit 1999 naar de beste locaties wereldwijd voor ICT-clusters (' Where the Butterfly Alights: the Global Location of e-Work') situeerde Brussel in de Europese topvijf, na Parijs, Randstad Holland en Stockholm. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de tabellen met de Trends Gazellen zowel in Vlaams-Brabant als in Brussel doorspekt zijn met toeleveringsbedrijven zoals IBM Business Consulting Services, Altran Europe of EMC Information Systems. Zelfs Trends Manager van het Jaar Jef Colruyt heeft met Dolmen Computer Applications een informaticadienstenbedrijf in Vlaams-Brabant. "Deze ICT-contentcluster in de - na Zuid-Korea - meest bekabelde omgeving ter wereld is een grote troef. Zeker als je rekening houdt met de groeiende convergentie van de complementaire componenten: infrastructuur, transmissie van data, geluid en beeld, en inhoud," zegt Gaston Stroobants, adviseur bij Agoria Brussel. Dominique Michel ziet een spontane netwerking tussen ICT-bedrijven ontstaan, net zoals een samenwerking in de verschillende schakels van de waardeketen (onderzoek & ontwikkeling, logistiek, inkoop, productie, verkoop, marketing en distributie, personeelsbeleid). Een gelijkaardig fenomeen doet zich voor rond de Volkswagen-fabriek van Vorst, die na het wegvallen van Renault-Vilvoorde, de belangrijkste industrie is in een stad waar 80 % van de tewerkstelling zich in de dienstensector situeert. Vorig jaar produceerden de 5800 werknemers van Volkswagen 228.000 auto's. Vanaf deze zomer rollen de nieuwe Golf V-modellen van de band. Tot 2007 investeert VW in Vorst 500 miljoen euro - dat is evenveel als in de jaren negentig. Michel: "Er zijn in een straal van vijftien kilometer rond de fabriek een tiental toeleveranciers. Voor hen is in de onmiddellijke omgeving een nieuw Automobielpark voorzien, waardoor bij just-in-time leveranciers tot duizend extra jobs zouden kunnen ontstaan. Voeg daar ten slotte nog de drieduizend banen aan toe bij de toeleveranciers van telematica, aandrijving, voedings- en tanksystemen en ontwikkelaars van verkeersgeleiding." De automotivecluster draagt in en rond Brussel rechtstreeks bij tot 8200 jobs, die aangevuld worden met tewerkstelling in allerlei dienstensectoren en bij autoverdelers. Toyota Motor Europe investeerde enkele jaren geleden 1,25 miljard euro om vanuit Brussel de Europese markt te bewerken. De nieuwe assemblagefabriek van Toyota ging echter naar het Noord-Franse Valenciennes, op één uur rijden van de Europese hoofdstad. Ondanks de hoge structurele werkloosheid onder de Brusselse jongeren - meer bepaald de migranten - is er in Brussel een nijpend tekort aan geschoolde werknemers voor de automobielindustrie. De meeste VW-arbeiders komen van buiten Brussel. Agoria stelt daarom in Brussel de oprichting voor van een referentiecentrum voor de automobielindustrie, een project waar ook Vlaanderen en Wallonië bij betrokken kunnen worden. "Het spontane ICT-gebeuren wordt al even povertjes door de diverse overheden ondersteund. Het tekort aan informatici is nu minder acuut dan twee jaar geleden, maar structureel zullen we meer hooggekwalificeerde mensen nodig hebben. Zoniet kunnen we onze ICT-cluster vergeten," waarschuwt Patrick Slaets. Volgens hem haakt ruim de helft van de informaticastudenten voortijdig af wegens onaangepaste curricula in de hogescholen. Agoria stelde ondertussen het onderwijspakket iDoceo samen, waarmee de permanente vorming van medewerkers uit ICT-bedrijven beter moet kunnen worden afgestemd op de dagelijkse realiteit in de bedrijfswereld. Het succes van Route 128 en Silicon Valley werd maar mogelijk omdat alle betrokkenen - grote en kleine bedrijven, particuliere en publieke onderzoekscentra, opleidingsinstituten, universiteiten, geldverschaffers en openbare beleidsmakers - op dezelfde golflengte zaten. "Het is een kwestie van mentale ingesteldheid, iets wat zich ook manifesteert in allerlei informele clubs en discussieforums. Maar dat is in Brussel lang niet het geval," zegt professor Allaert. "Willen we de economische slagkracht in het hart van de Brusselse euro-metroplex tot een variant van Route 128 kneden, moeten een aantal trekkers zich achter dat concept zetten."Allaert verwijst naar de ontwikkelingen in Berlijn, waar na de val van de Muur een enorme dynamiek is ontstaan. "Dank zij een open debatcultuur, waarbij niet alleen de stad maar ook de stadsregio aan de kar trok." In die optiek lanceerde Agoria sensibiliseringscampagnes rond de nieuwe netwerkeconomie en werkt de afdeling ICT-Agoria met een tweehonderd leden-bedrijven en een twintigtal werkgroepen aan het project digitale Zennevallei. Onder impuls van Agoria richt de Brusselse regering de nieuwe organisatie Brains op. Ze moet meer interactie tot stand brengen tussen ondernemingen en wetenschappelijke onderzoekers. "We hebben zelfs gepleit voor een ICT-observatiecentrum in Brussel, naar analogie van Joint Venture, dat in Silicon Valley continu aan benchmarking doet en alle indicatoren van de regio analyseert. En waarom zou er geen regionale businessdevelopmentmanager voor de digitale Zennevallei komen?" vraagt Dominique Michel. Meteen nuancerend: "Het wordt moeilijk als elke minister alleen oog heeft voor de eigen kleine projecten." Intussen heft een aantal Brusselse gemeenten - in wat desondanks wordt gepercipieerd als een van de toplocaties voor e-work in Europa - belastingen op pc's. Er zal dus nog heel wat water naar de Zenne vloeien voor iedereen in en rond Brussel mee stapt in een visionaire strategie rond een mogelijk ringeffect, met 2020-2030 als tijdshorizon. Erik BruylandMet 10 % van de Belgische bevolking levert het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 19,2 % van de Belgische toegevoegde waarde. In 2001 was de econo-mische groei in Brussel groter dan in de twee andere gewesten: 3,3 %, tegenover 1 % voor Vlaanderen en 0,8 % voor Wallonië. Brussel en omstreken zijn niet alleen de motor van de Belgische informatie- en communicatie-technologie, maar ook van de Belgische automotive-industrie. Ondanks de hoge werkloosheid onder de Brusselse jongeren, is er in Brussel een nijpend tekort aan geschoolde werknemers voor de automobiel-industrie. Door de grote verwevenheid van diensten- en productiebedrijven rond de Brusselse ring zou daar makkelijk een Belgisch Silicon Valley kunnen ontstaan.