De sluiting van de Hasseltse Philips-vestiging is een dreun voor het sociaal-economische weefsel van Limburg. De (relatief) meest geïndustrialiseerde provincie van Vlaanderen heeft een inherente zwakte: de sterke afhankelijkheid van buitenlandse beslissingscentra.
...

De sluiting van de Hasseltse Philips-vestiging is een dreun voor het sociaal-economische weefsel van Limburg. De (relatief) meest geïndustrialiseerde provincie van Vlaanderen heeft een inherente zwakte: de sterke afhankelijkheid van buitenlandse beslissingscentra. "Als ik zo zou redeneren, sliep ik 's nachts niet," klinkt het bij Jos Broekmans, topman van kleefbandproducent Nitto Europe in Genk (160 miljoen euro omzet). "Onze toekomst hangt niet alleen af van onze Japanse aandeelhouders, maar eerst en vooral van onze prestaties. En die hebben we zelf in de hand." Aangekondigde doodJos Stalmans, directeur van het Verbond van Kristelijke Werkgevers en Kaderleden (VKW) Limburg, maakt zich evenmin zorgen over het feit dat 70% van de omzet van de 500 grootste Limburgse ondernemingen van oorsprong industrieel is en dus, zoals Philips, een wankele basis heeft. "Als Philips tien jaar geleden was gesloten, zouden economische en politieke gezagdragers gepanikeerd hebben," weet Etienne Winters, ondervoorzitter van de Kamer voor Handel en Nijverheid van Limburg en algemeen directeur van Profilarbed Distribution België (groep Arcelor). "Vandaag is dat wanhoopsgevoel verdwenen." Volgens Jos Stalmans stond de sluiting van Philips trouwens in de sterren geschreven. "Het is een dreun, maar we zagen hem aankomen. Dit dossier leert ons dat er geen vaste waarden zijn in ons bedrijfslandschap. Dat moet ons wakker houden." De meeste geschoolde ex-werknemers van Philips vonden hun weg al naar een andere werkgever. "Toch een indicatie dat de Limburgse economie tegen een stootje kan," aldus Stalmans. "Het valt trouwens op dat - zoals dat wel gebeurde bij de mijnsluitingen - vandaag niemand aanspraak maakt op overheidsgeld om de pijn te verzachten. Dat is nieuw. Klonk in Limburg vroeger de alarmbel bij tegenspoed, dan blijft iedereen er nu nuchter bij. We komen er over, is de houding. Het geklaag heeft plaats geruimd voor zelfvertrouwen."Meer nog, heel wat Limburgers staan kritisch tegenover politici die hen 'te hulp' snellen. Jos Broekmans, die ook voorzitter is van de Kamer voor Handel en Nijverheid van Limburg: "Een minister verkondigde dat bedrijven die delokaliseren in de toekomst alle eerder gekregen subsidies moeten teruggeven. Geloven politici nu echt dat zo'n verklaring indruk maakt op Philips? En beseffen ze wel hoe dergelijke kreten ons imago aantasten bij investeerders die Vlaanderen op hun shortlist hebben staan?"Broekmans doet - gezien de vette KS-subsidies uit het verleden - een erg on-Limburgs voorstel om het bedrijfsleven te versterken: "Schaf alle subsidies af en verlaag de vennootschapsbelasting en de regeldruk. Dat is het begin van rechtszekerheid." De Vlaamse regering kwam verleden jaar met 50 miljoen euro expansiesteun over de vloer als hefboom voor 1,2 miljard euro investeringen bij Ford Genk. Een foute keuze? "Momentje," waarschuwt Broekmans. "Dat geld vloeit vooral naar de opleiding van de Ford-werknemers. Vorming is nu eenmaal de taak van de overheid.""Het verdwijnen van Ford zou een zware schok zijn en een groot domino-effect hebben," zegt Dirk Lenaerts, senior accountant van Belplas Industries, een producent van bumpersystemen die in de rangschikking van de snelst groeiende middelgrote ondernemingen op de derde plaats staat. Tegelijkertijd bewijst Belplas de veerkracht van Limburg. Het bedrijf was grotendeels afhankelijk van Ford, maar heeft nu in Volvo en Volkswagen ook andere klanten gevonden. De 150 werknemers van vandaag moeten dit jaar worden verdubbeld. Een bewijs dat een buitenlands beslissingscentrum - Belplas is een onderdeel van de Canadese Magna-groep - niet altijd negatief is Limburg krijgt de klappenHet VKW Limburg wijst erop dat de provincie relatief zwaar wordt getroffen door de crisis. Dat heeft volgens Jos Stalmans alles te maken met het feit dat de Limburgse bedrijven sterk exportgericht zijn.De lijst met de tien grootste ondernemingen die actief zijn in de groene provincie spreekt boekdelen. De grootste zijn autoproducent Ford (7 miljard euro omzet), chemiereus Borealis (1 miljard euro) en staalfabrikant ALZ (0,9 miljard euro). Andere industriële toppers zijn de elektronicagroep Philips Industrial Activities (0,7 miljard euro), papierverwerker Sappi Lanaken (0,4 miljard euro) en de Frans-Belgische groep Tessenderlo Chemie (0,5 miljard euro). Voorts zijn er de distributiebedrijven Ikea Distribution Benelux (0,7 miljard euro) - de nummer één in de lijst van de snelst groeiende grote ondernemingen, Power Tools Distribution uit de Atlas CopcoGroup (0,5 miljard euro) en het distributiecentrum SKF EDC (0,5 miljard euro). Bij deze topbedrijven is alleen Interelectra (0,4 miljard) een 'zuivere' Belg, die echter zeer afhankelijk is van de regionale conjunctuur. Conclusie: bijna al deze bedrijven bedienen vanuit Limburg internationale markten en hun strategie wordt elders bedisseld. Jos Stalmans: "Ze lijden dus sterk onder de zwakke dollar. Meer nog: bedrijven die zich in Limburg vestigen, mikken relatief meer op de Duitse markt. Die ligt er vandaag erg belabberd bij."Het VKW Limburg berekende dat bij de 500 grootste Limburgse ondernemingen samen in 2001 de winst, rentabiliteit en cashflow daalden. Het aantal starters, gemeten aan de hand van de attesten die de kamers voor ambachten en neringen verstrekken, is in Limburg lager dan in de rest van het land. Behalve de economische problemen, wordt Limburg extra getroffen door de politiek van paarsgroen. De regering voert weliswaar een belastingverlaging in voor het bedrijfsleven, maar compenseert dat door bijvoorbeeld de aftrek van milieuheffingen te verbieden. Ook verhalen de gemeenten de meerkost van federale maatregelen op lokale ondernemingen, door allerlei taksen en heffingen te verhogen. Een extra klap zijn de Kyotonormen en de strakkere milieuregels. Al deze maatregelen treffen vooral de industrie.Stalmans: "Ik betwijfel of de Limburgse bedrijven in de kering beter zijn geworden met de politiek van PS-minister Laurette Onkelinx en andere federale ministers. De industrie heeft het qua regelgeving en fiscale druk heel wat moeilijker dan de dienstenbedrijven. Blijkbaar beseffen de politici niet dat de industrie het draagvlak vormt van de hele economie." Hoge loonkosten zijn doenbaarSchrijft Limburg best zijn industriële verleden af omdat de milieunormen en de loonkosten stilaan ondraaglijk worden? Jos Broekmans wil er niet van horen. Hij wijst erop dat zijn eigen bedrijf 21% van de omzet spendeert aan personeelskosten. "Dat is nog doenbaar," redeneert hij. "Zolang dat percentage niet onverantwoord stijgt door dure CAO's, kunnen we dat binnen onze groep verdedigen omdat de productiviteit relatief hoger is."De Nitto-topman meent dat het argument dat de loonkosten industriële initiatieven ontmoedigen, zal afnemen. "De logistieke kostprijs zal immers sterker doorwegen in de prijzen," voorspelt hij. "Vandaag is die onnatuurlijk laag. We kunnen niet eeuwig producten heen en weer schuiven over onze wegen, die vandaag eerder magazijnen dan vervoersmodi zijn."Ook zullen de lagelonenlanden moeten leren leven met sociaal aanvaardbare regels. Broekmans: "Onze directiesecretaresse in Boedapest kost evenveel als die in Genk. De globalisering van de economie is een feit, maar mag geen domper zetten op een zelfstandige westerse industriële strategie. Wij hebben echt wel wat te bieden. Het is geen toeval dat Europa het summum biedt op het vlak van automotives. Wij zijn gewoon de wereldtoppers op het vlak van Onderzoek & Ontwikkeling." Ook Bart Claes van Bartan - de vennootschap achter de kledingketen JBC en de Limburgse Trends Gazellen Ambassadeur bij de grote bedrijven - meent dat de industrie wel degelijk een toekomst heeft. Toch denkt hij dat Limburg net als de andere provincies noodgedwongen de evolutie van nijverheids- naar diensteneconomie zal maken. "België schuift steeds meer op naar een economie die sterk blijft dankzij de knowhow die de ondernemingen bezitten en minder gericht is op productie. Of Limburg klaar is voor dat concept? Kijk eens rond op de nieuwjaarsreceptie van het VKW. De bouwsector en de toeleveranciers voor de autosector zijn er goed vertegenwoordigd. We moeten echter niet wanhopen omdat we een achterstand hebben. We hebben al eerder, na de mijnsluitingen, een gigantische reconversie gerealiseerd. Het zal nu niet anders zijn." Volgens André Knaepen van Cegeka, de Trends Gazellen Ambassadeur bij de middelgrote bedrijven, heeft Limburg weinig tijd om zich voor te bereiden op de kenniseconomie. "Limburgers hebben een flexibele ingesteldheid," klinkt het. "Met de nodige creativiteit en innovatie bieden zich zeker mogelijkheden aan." Knaepen stelt zich echter ook fundamentele vragen over de industriële verankering en de daarmee gepaard gaande afhankelijkheid. "Als er nu iets is wat je niet kan verankeren, dan is het wel kennis," redeneert hij. "Een kenniseconomie is bijgevolg veel minder plaatsgebonden dan een industriële economie."Beterschap op komstDe afhankelijkheid van de industrie heeft volgens VKW-topman Jos Stalmans ook een voordeel: "Als de wereldeconomie aantrekt, voelen we hier in Limburg onmiddellijk de positieve effecten." Met een maandelijks contact bij 300 grote ondernemingen voelt het VKW de polsslag van de economie. "Bij de ondernemers die aan het hoofd staan van hun eigen bedrijf, is het nog kommer en kwel," getuigt Stalmans. "Het management van internationale groepen is de voorbije twee maanden ietsje optimistischer. Zij hebben de sanering doorgevoerd, het vet is eraf en ze denken weer aan investeren. Tijd om onze troeven uit te spelen."Volgens Broekmans heeft Limburg de ruimte, de mensen en de knowhow om de groei te realiseren die in andere regio's onmogelijk is geworden door beperkingen op de arbeidsmarkt en een gebrek aan industrieterreinen. Wel dienen er nog enkele links te worden gerealiseerd om de mobiliteit te vergroten. Hij denkt daarbij aan de - principieel goedgekeurde - modernisering van de weg Hasselt-Eindhoven, die Noord-Limburg zou ontsluiten en de groeipool Eindhoven dichter bij de Kempen brengt. "De toegankelijkheid van Limburg is een sterke troef," zegt Dirk Lenaerts van Belplas. "De wegen zijn nog niet zo druk, hoewel dat waarschijnlijk ook niet zo zal blijven. En de spoorweg en het Albertkanaal zijn twee nog onderbenutte transportmogelijkheden."Etienne Winters, ook voorzitter van Focus Noord, dat streekgerichte dossiers verdedigt, noemt als voorbeeld de stad Lommel, die enorme industrieparken heeft. "Deze regio kan uitgroeien tot een logistieke zone die Antwerpen ontvet en diensten biedt aan maritieme klanten in, bijvoorbeeld, Duitsland en Zuid-Nederland." Zelf verzorgt Winters met zijn distributiebedrijf binnen Arcelor al het vervoer van grote stalen constructies, onder meer over het spoor. "Als de IJzeren Rijn wordt geactiveerd, liggen de logistieke kansen op dit kruispunt van belangrijke industriële assen voor het grijpen," verdedigt hij. "Het heeft geen zin om hier zo snel mogelijk elke dag honderden treinen tussen de Schelde en het Ruhrgebied te laten zoeven. Met die goederen kan je ook iets doen: meerwaarde creëren in een regio die over de ruimte en de industriële knowhow beschikt om dat te realiseren." Daarom bestempelt Jos Stalmans de provincie als "het industriële reservegebied van Vlaanderen". "Zodra deze moeilijke periode voorbij is, ben ik er rotsvast van overtuigd dat we weer de sterkste groeier van België worden."Dit zijn geen loze woorden. Een Gom-studie wijst uit dat de Limburgse economie de voorbije vijftien jaar beter presteerde dan de Vlaamse. Limburg telt nu 250.000 jobs, tegen 210.000 in 1990. De werkgelegenheidsgraad bedraagt 85%. Dat is ver beneden het Vlaamse gemiddelde (90%), maar wel een aanzienlijke verbetering tegenover 1991, toen die amper 77% bedroeg. Het aantal zelfstandigen nam in tien jaar met 23% toe (Vlaanderen: plus 16%). Het aantal bedrijven steeg in de periode 1993-2000 met 19%, tegen gemiddeld met 11% in Vlaanderen. Goed gekwalificeerd personeel is een troef die veel Limburgse bedrijven aanhalen. "We hebben hier een erg divers werknemersbestand," zegt Ger Boessen, preventieadviseur en verantwoordelijke voor de Limburgse activiteiten bij CRS, een dienstenleverancier aan de auto-industrie en de op zes na snelste groeier bij de middelgrote bedrijven. "Ze zijn flexibel en ook meertalig. Een groot verschil met bijvoorbeeld ons Brusselse filiaal, waar ze veel meer eentalig zijn." CRS controleert auto-onderdelen die kwalitatief niet in orde zijn. Autoproducenten in heel Europa zijn er klant. Dat ondernemingen in deze troeven geloven, blijkt uit het feit dat enkele grote consultancykantoren ( Ernst & Young, Deloitte & Touche, KPMG, BDO) de voorbije twee jaar hun positie in Limburg hebben versterkt met de inplanting van een nieuwe regionale zetel. "Zij weten van waar de wind komt," zegt Stalmans. "Uit het oosten." Limburg heeft echter één groot nadeel dat onoplosbaar is, meent Jos Broekmans. "Tijd is onze grootste tegenstander," stelt hij. "Vergelijk de toestand met West-Vlaanderen, waar al een derde of vierde generatie aan het hoofd staat van ondernemingen. Onze economische structuur werd jarenlang beheerst door de steenkoolmijnen. We hadden amper ondernemers. Eigen initiatief was zo goed als onbestaande. Daarom worden heel wat bedrijven hier vandaag geleid door de eerste of de tweede generatie. De kwaliteit is er, maar het ondernemingsleven is nog onvoldoende gerijpt om internationaal sterk te staan."Hans Brockmans, Guido Muelenaer [{ssquf}]hbrockmans@trends.beDe Trends Gazellen Awards voor de provincie Limburg werden gisteren in Hasselt uitgereikt. De volgende Trends Gazellenevenementen vinden plaats op woensdag 19 maart in Leuven (Vlaams-Brabant), woensdag 26 maart in Antwerpen en donderdag 3 april in Rijsel (Euro Gazelle 2003).Voor meer informatie kunt u bellen naar 051 26 64 13 of mailen naar trendsgazellen@roularta.beDe groepercentages (omzet, personeel en cashflow) van de 200 snelst groeiende Limburgse bedrijven.Klonk in Limburg vroeger de alarmbel bij tegenspoed, dan blijft iedereen er nu nuchter bij. "Als de wereldeconomie aantrekt, voelen we hier in Limburg onmiddellijk de positieve effecten."De kwaliteit is er, maar het ondernemingsleven is nog onvoldoende gerijpt om internationaal sterk te staan.Vlaanderens meest geïndustrialiseerde provincie heeft één zwakte: de sterke afhankelijkheid van buitenlandse beslissingscentra.Het aantal startende ondernemingen in Limburg is lager dan in de rest van het land.