"De administratieve opstart van een onderneming in Vlaanderen duurt negentig dagen. Dat is precies even lang als in Bangladesh of Zimbabwe, en negenmaal langer dan in Nederland. Terwijl Antwerpen nu juist dringend nood heeft aan nieuwe impulsen."
...

"De administratieve opstart van een onderneming in Vlaanderen duurt negentig dagen. Dat is precies even lang als in Bangladesh of Zimbabwe, en negenmaal langer dan in Nederland. Terwijl Antwerpen nu juist dringend nood heeft aan nieuwe impulsen."Directeur Luc Luwel van de Antwerpse Kamer voor Handel en Nijverheid windt er geen doekjes om. De Scheldestad is, tot spijt van wie het benijdt, het economische hart van Vlaanderen. Bijna een op de drie van de Vlaamse werknemers (30,5%) heeft een job in de provincie Antwerpen. Maar het hart kan een bloedtransfusie gebruiken. Het gebrek aan industriegronden en de slechte mobiliteit belemmeren de groei. Gelukkig gaat het weer iets beter met de Belgische economie. De dip lijkt stilaan voorbij. Dat blijkt tenminste uit de conjunctuurbarometer van de Kamer Antwerpen-Waasland, die enkele maanden vooruitblikt. Toch steeg de werkloosheid in de provincie Antwerpen in 2001 van 6,8% naar 7,1%, terwijl het Vlaamse gemiddelde 6,5% bedraagt. "Met een werkloosheidsgraad van 8% blijft het arrondissement Antwerpen een probleemkind, beduidend meer dan Mechelen (6%) en Turnhout (6,1%)," zegt Luc Luwel. "In de stad zelf is de toestand dramatisch (12%), met uitschieters van 30% voor jongeren in bepaalde wijken. De welvarende randgemeenten daarentegen boeren goed." "Antwerpen verliest pluimen, maar in de schaduw groeit toch al een aantal nieuwe bloempjes," zegt Paul De Gersem. Daarbij verwijst de administrateur-generaal van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) naar bedrijfsondersteunende diensten, zoals callcenters. Maar ook softwareontwikkelaars, commerciële diensten en logistieke bedrijven schieten in de provincie als paddestoelen uit de grond. Stad Antwerpen wordt bijgehaaldMet zijn haven en petrochemische nijverheid verschaft het arrondissement Antwerpen de meeste jobs van de provincie (361.712). Toch werkt maar 25,59% in de industrie, tegenover 43,96% in handel en diensten en 30% bij de overheid en socio-culturele diensten. Het relatief meest geïndustrialiseerde arrondissement is Turnhout, waar 40,18% van de 132.527 werknemers hun brood verdienen in fabrieken. De belangrijkste sectoren zijn de chemie ( Amoco, Tessenderlo Chemie), farmacie (Janssen Pharmaceutica), papier en grafiek, met logistiek (distributiecentra als Nike in Laakdal en de containerterminal in Meerhout) als toetje. Het beeld van de Kempen met alleen maar vervuilende industrie - het residu van Antwerpen, zeg maar - is achterhaald. Mechelen, dat de jongste jaren met ondernemingen als EDS en Telenet het etiket van diensteneconomie kreeg opgekleefd, heeft opvallend genoeg relatief minder werknemers in de tertiaire sector dan Antwerpen. Toch zijn handel en diensten met 35,57% van de 97.855 bezoldigde arbeidsplaatsen de grootste werkverschaffers van het arrondissement Mechelen. Ten opzichte van de andere arrondissementen tekent Antwerpen (goed voor ruim de helft van de industriële activiteiten) voor ruim twee derde van handel en diensten en voor net geen 62% van de jobs in de quartaire sector. In 1999 werd er voor 28 miljard euro aan goederen en diensten geproduceerd en werd voor 2,96 miljard euro geïnvesteerd. Daarvan nam de haven alleen al ruim een derde voor haar rekening (1,08 miljard euro).Maar de andere twee arrondissementen, Mechelen en Turnhout, halen hun achterstand snel in. Het gemiddelde belastbare netto-inkomen per inwoner bedroeg in de Kempen in 1963 amper 70,6% van het Belgisch gemiddelde, in Mechelen 88,8% en in Antwerpen 121%. In 1999 voerde Antwerpen de ranglijst nog altijd aan met 110,7%, maar Mechelen (107,8%) en Turnhout (102,1%) hebben er een behoorlijke inhaalbeweging op zitten.Al blijkt dat niet onmiddellijk uit de groeiranglijst (zie tabellen). Met VLM Airlines bij de middelgrote bedrijven en Creyf'sInterim (inmiddels herdoopt tot Solvus) bij de grote ondernemingen, kapen twee bedrijven uit het arrondissement Antwerpen de Gazellenprijzen weg. Bij de kleine bedrijven haalt Virco het, een farmabedrijf met thuisbasis Mechelen dat intussen is gefuseerd met Tibotec. In de top-25 van elke categorie is Antwerpen goed voor 39 bedrijven, terwijl de twee andere arrondissementen elk aan achttien vermeldingen komen. In vergelijking met het aantal inwoners is Mechelen (18,4%) oververtegenwoordigd en Antwerpen ondervertegenwoordigd. Antwerpen staat vooral minder sterk bij de grote ondernemingen. Daar komt Creyf's als eerste bedrijf dat niet aan een buitenlandse groep toebehoort pas op de vijftiende plaats. Hetzelfde geldt voor de kleine bedrijven, wat mee bevestigt dat er relatief minder nieuwkomers zijn. Mechelen wedt op twee paardenVolgens de GOM Antwerpen heeft de provincie de afgelopen vijftig jaar een interne evolutie meegemaakt. Terwijl de Kempenaars 't stad vroeger als uiterste grens voor een job beschouwden, zien ze er nu nauwelijks tegenop om naar Brussel te pendelen. De mobiliteitsproblemen nemen ze er noodgedwongen bij. Tegelijk hebben ook steeds meer industriële sectoren de Kempen ontdekt. Mechelen wedt al van oudsher op twee paarden: Brussel en Antwerpen. Het profiteert nu volop van zijn ligging tussen de twee groeipolen. "Mechelen was altijd een beetje vis noch vlees: letterlijk altijd het gemiddelde. Nu is daar een vernieuwingsbeweging op gang getrokken, naar analogie van de Kempen," zegt De Gersem. "Maar bijvoorbeeld op het vlak van werkloosheidscijfers heeft het arrondissement heel duidelijk een Vlaams-Brabants profiel, wat ook de vraag opwerpt naar de gevolgen van het Sabena-faillissement." Toch is Mechelen niet zomaar uit te roepen tot het arrondissement van de toekomst. Paul De Gersem: "Dat zou kloppen indien de industrie bijna verleden tijd zou zijn, maar die heeft nog altijd een toekomst. Kijk maar naar de chemie: er zijn geen vier plaatsen in de westerse wereld waar een dergelijke cluster bestaat en waar een bijproduct van bedrijf A een grondstof is voor bedrijf B. Maar het is wel duidelijk dat Mechelen voor diensten zoals softwareontwikkeling een grotere aantrekkingskracht heeft, vooral op de as Antwerpen-Mechelen-Brussel (AMB)."De expansie zit nu eenmaal meer in de diensten dan in de industrie, al is zelfs in de chemie- en de metaalsector de werkgelegenheid licht gestegen tijdens de tweede helft van de jaren negentig. De secundaire sector verloor tussen 1990 en 1995 nog 24.000 jobs; tussen 1995 en 2000 werd de daling beperkt tot 4600. De Gersem: "Mechelen wordt gemondialiseerd: het is meer geürbaniseerd dan de Kempen, het ligt vlakbij de luchthaven en is betaalbaarder dan Antwerpen en Brussel."De nieuwe ontwikkelingen vinden vooral plaats in een straal van pakweg tien kilometer langs de belangrijke verkeersassen: de E19 en de E313 in de Kempen, de A12 en de E19 in Mechelen. "De AMB-as is voor een stuk onontgonnen gebied. Indien daar aanbod is, volgt de vraag wel. Dat geldt bijvoorbeeld niet voor een gemeente als Heist-op-den-Berg of Sint-Amands," merkt Jef Lintermans van de GOM-studiedienst op. Heist blijft moeilijk ontsluitbaar. Hoe verder je van die assen wegtrekt, hoe minder happig de gemeenten worden op nieuwe industrieterreinen. Meer verstedelijkte gebieden, zoals Willebroek, zijn na het verval van de oude industrie nieuwe groeipolen. "Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen heeft een kernenfilosofie gevolgd, terwijl de economische expansie een assenfilosofie hanteert." Probleemkind AntwerpenNet als andere middelgrote steden in Europa wordt Antwerpen geconfronteerd met het probleem dat de slaapgemeenten relatief rijk zijn, terwijl het centrum zelf kermt onder de recessie.In de Scheldestad komt daar een investeringsprobleem bij. Toen in 1976 de meeste fusiegemeenten ontstonden, kregen de steden een schuldkwijtschelding. Maar de sinjoren stelden de operatie uit, en gaan daarom nu nog gebukt onder een torenhoge schuldenlast. Die beperkt het investeringsbudget tot een kleine 25 miljoen euro op een omzet van één miljard euro. Luwel: "Die middelen zijn amper voldoende om het structurele onderhoud te bekostigen. Gelukkig zijn er nog alternatieve inkomstenbronnen. Zo kunnen we rekenen op Europese middelen voor stadsrenovatie."Voorts herhaalt de directeur van de Kamer zijn pleidooi voor een aantal nieuwe projecten: "Op 21 mei komen de burgemeesters van Bilbao, Birmingham en Rijsel op bezoek, om ter gelegenheid van het 200-jarige bestaan van de Kamer van Antwerpen te brainstormen over hoe Antwerpen aan city marketing kan doen. Een stad als Bilbao is door één architect ( nvdr - Gehry, die onder andere het Guggenheim-museum ontwierp) op de wereldkaart gezet. Voor de restauratie was Antwerpen '93 een zegen, maar nu komt het erop aan verder te bouwen. Antwerpen heeft troeven: de tweede haven van Europa, de tweede grootste chemische cluster ter wereld, en 80% van alle ruwe diamanten wordt via de buurt van de Pelikaanstraat verhandeld." Naast de loonkosten kampt Antwerpen ook met dichtgeslibde wegen. "Qua mobiliteit is het al tien over twaalf. Om de Antwerpse ring te ontlasten, is dringend de aansluiting van de Liefkenshoektunnel op de E17 nodig," zegt Luc Luwel van de Antwerpse Kamer. Paul De Gersem: "De financieringspistes zijn bekend. Het is de zoektocht naar een politieke consensus over de manier waarop het Beheersplan Antwerpen Mobiel (BAM) wordt georganiseerd die blijft duren. Dat is geen Antwerps, maar een Vlaams probleem. Limburgers die naar West-Vlaanderen moeten en omgekeerd, Kempenaars die naar Brussel pendelen." Maar de administrateur-generaal van de GOM relativeert ook. "In vergelijking met enkele wereldsteden vallen onze files nog mee. Het grootste probleem is er voor het internationale transport. Antwerpen en Vlaanderen hebben een roeping als logistiek hart van Europa. De fulfillment van elektronische handel vereist logistieke bedrijven en transporteurs. Zij zijn onze unique selling proposition. Kijk naar Nike, naar Caterpillar dat de logistiek voor Chrysler verzorgt, naar de havenbedrijven enzovoort." De grond is opHet tweede groot knelpunt van de provincie is het gebrek aan industrieterreinen. Professor Wim Vanhaverbeke(Limburgs Universitair Centrum): "Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) plande 7000 hectare nieuwe sites tussen 1994 en 2007, waarvan 2927 hectare in Antwerpen. Uit een update van de administratie blijkt dat tot nu toe amper 80 hectare werd afgebakend. Ondanks alle plannen en procedures heeft de overheid dus bijna niets gerealiseerd van haar oorspronkelijke doelstelling. Dat komt omdat het RSV geen timing noch een structureel overleg tussen de betrokken partijen voorschrijft. Zo wordt ruimtelijke ordening een klucht. Daarom stel ik voor om het RSV tijdelijk te begraven en op korte termijn ad hoc maatregelen te nemen om het aanbod te verhogen. Daarbij denk ik onder meer aan een versnelde afbakening, fiscale incentives en saneringen door de overheid." De GOM probeert zelf voor soelaas te zorgen door zogeheten brownfields te helpen ontwikkelen: vervuilde terreinen die na sanering herbruikbaar zijn. Bijvoorbeeld de sites van de chemische bedrijven Kemira in Willebroek en Almat in Mol. "Dat moet in een structuur van publiek-private samenwerking (PPS), maar de privé-sector wil logischerwijs pas meedoen wanneer er rendement is," zegt De Gersem. "En dat is niet steeds gegarandeerd, omdat een sanering soms tot 25 euro per vierkante meter kost, en er dus nog moeilijk een meerwaarde valt te realiseren wanneer je de prijs betaalbaar wil houden. Voor een aantal studiekosten kun je bij de Vlaamse regering aankloppen, maar dat is slechts het topje van de ijsberg." Bovendien zijn de brownfields niet meer dan een druppel op een hete plaat. Voor de komende tien jaar wordt de behoefte aan industrieterreinen geschat op 2925 hectare, maar meer dan 35 of 40 hectare recupereren via de brownfields acht De Gersem uitgesloten. "Die 3000 hectare industriegebied vinden is uitgesloten, zelfs 1000 hectare wordt al moeilijk. Wanneer de gemeenten er niet achter staan, kun je dat nagenoeg vergeten. En het is niet omdat een zone als industriegebied is ingekleurd, dat ze ook bruikbaar is. Soms zijn er geen wegen beschikbaar, soms is het gebied eigendom van een oude weduwe of van een bedrijf dat wil uitbreiden."Nog meer grijze zones: in de haven van Antwerpen zijn er vier grote industriezones in handen van grote bedrijven. Die zijn bereid te verkopen, maar - niet onbegrijpelijk - aan bedrijven waar zijzelf ook een zinnige relatie mee kunnen opbouwen.Daarom stelt de GOM haar hoop vooral op de uitbreiding van de Transportzone in Hoogstraten, en van het industrieterrein Pullaar. De Gersem: "Vandaag is het enorm moeilijk om nog bijkomende ruimte te creëren voor bedrijven of wegen. Een aanpassing van het RSV dringt zich op. Er zijn mogelijkheden in Hoogstraten en Meer. Aan Nederlandse zijde worden die volop aangeboord." Luc Huysmans, Eric Pompen [{ssquf}]epompen@trends.beBijna een op de drie Vlaamse werknemers heeft een job in de provincie Antwerpen.Met een werkloosheidsgraad van 8% blijft het arrondissement Antwerpen een probleemkind.Softwareontwikkelaars, commerciële diensten en logistieke bedrijven schieten in de provincie Antwerpen als paddestoelen uit de grond.Mechelen profiteert volop van zijn ligging tussen de twee groeipolen Brussel en Antwerpen. Antwerpen: de tweede haven van Europa, de tweede grootste chemische cluster ter wereld, en 80% van alle ruwe diamanten wordt via deze stad verhandeld.