Sexy zijn de grote investeringsdossiers van Oost-Vlaanderen niet. Wel omvangrijk. Volvo en Stora Enso willen elk honderden miljoenen euro's investeren in hun vestiging in de Gentse kanaalzone. Sidmar schrapte vorige week weliswaar zijn Sidcomet-project ter waarde van 260 miljoen euro, maar uitbreiding van de capaciteit blijft op de agenda staan. Dat het gaat om activiteiten zoals staal, autoassemblage en papier illustreert dat de klassieke industriële sectoren nog altijd het geraamte van de Oost-Vlaamse economie vormen, zowel inzake toegevoegde waarde als tewerkstelling.
...

Sexy zijn de grote investeringsdossiers van Oost-Vlaanderen niet. Wel omvangrijk. Volvo en Stora Enso willen elk honderden miljoenen euro's investeren in hun vestiging in de Gentse kanaalzone. Sidmar schrapte vorige week weliswaar zijn Sidcomet-project ter waarde van 260 miljoen euro, maar uitbreiding van de capaciteit blijft op de agenda staan. Dat het gaat om activiteiten zoals staal, autoassemblage en papier illustreert dat de klassieke industriële sectoren nog altijd het geraamte van de Oost-Vlaamse economie vormen, zowel inzake toegevoegde waarde als tewerkstelling. "Het behoud van het industriële weefsel verdient de nodige aandacht," zegt Marc Ulens, directeur bij de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij voor Oost-Vlaanderen(GOM). "Ook de eigen typische sectoren zoals textiel, sierteelt of biotechnologie moeten worden gekoesterd. Sierteelt bijvoorbeeld mag dan sociaal-economisch niet zwaar doorwegen, de regio kan er qua imago wel een belangrijk surplus uit puren." LaureatenHet typeert de Oost-Vlaamse economie dat de snelste onafhankelijke groeier bij de grote ondernemingen voor de periode 1996-2000 het industriële Resilux is, producent van petflessen (zie blz. 51). Ook Aliplast, dat aluminiumsystemen maakt, houdt als opmerkelijk snelle groeier de industriële eer van de provincie hoog. Aliplast kreeg vorig jaar nog de leeuw van de export. De textielsector herbergt eveneens heel wat snelle groeiers: Ontex (producent van onder meer luiers), Van de Velde (lingerie), Bonar Technical Fabrics (technisch textiel) en Microfibres Europe (meubelstoffen), al zijn de laatste twee in respectievelijk Britse en Amerikaanse handen. Te veel teren op de klassieke sectoren zou echter niet verstandig zijn, want industrie is conjunctuurgevoelig en het beslissingscentrum van de betrokken ondernemingen ligt vaak in het buitenland. De Oost-Vlaamse toekomst van deze bedrijven is daarom niet gegarandeerd, terwijl heel wat toeleveranciers, vaak met slechts één grote klant, hun lot in de handen van grote jongens hebben gelegd. De exportgerichtheid ligt in Oost-Vlaanderen trouwens beneden het Vlaamse gemiddelde, iets wat te wijten is aan het grote aantal toeleveranciers. Wel bleef Oost-Vlaanderen totnogtoe gespaard van debacles als Sabena of Lernout & Hauspie. Dat betekent nog niet dat de slechte conjunctuur zich niet liet voelen in Oost-Vlaanderen. De exportgroei viel nagenoeg stil, terwijl in Gent bijvoorbeeld de werkloosheid opliep tot 12,9%. Maar de tijd dat Oost-Vlaanderen al z'n eieren in het industriële mandje legde, is duidelijk voorbij. Ten noorden van de Gentse torenrij vindt u staalmolens en autoassemblagelijnen, enkele kilometers ten zuiden van de torenrij - in Zwijnaarde - floreert de biotech valley, met Innogenetics als vaandeldrager. "Trouwens, ook in de klassieke sectoren is veel nieuwe technologie ingebed. Proces- en productvernieuwing houden deze sectoren jong en competitief. Denk maar aan het technisch textiel dat de sector een nieuw elan gaf," zegt Marc Ulens. De Oost-Vlaamse economie heeft haar mono-industrieel kleed afgelegd en is vandaag gediversifieerd, onder meer dankzij buitenlandse investeringen en de uitbouw van een flinke KMO-sector. "Dat geeft het economisch weefsel de nodige veerkracht," zegt Karel Uyttersprot, gedelegeerd bestuurder van de Kamer van Koophandel van Oost-Vlaanderen. Illustratief is de regio tussen Wetteren, Dendermonde en Aalst, waar verschillende beursgenoteerde bedrijven van diverse pluimage - VPK, Spector, Van de Velde, Brantano of Ontex - elkaar van dichtbij gezelschap houden. Bij de middelgrote ondernemingen gaat de trofee van snelste onafhankelijke groeier naar het beursgenoteerde Omega Pharma, de verdeler van voorschriftvrije gezondheidsmiddelen met hoofdkwartier in Nazareth. Snelste groeier bij de kleine bedrijven is het transportbedrijf ED Transport. "Toch is er nood aan een nieuwe reconversiegolf. Er zit genoeg embryonale activiteit in Oost-Vlaanderen, maar het volume aan nieuwe industrieën is nog onvoldoende," zegt Karel Uyttersprot. Oost-Vlaanderen rekent op clusterontwikkelingen rond biotechnologie, prepress, metaal, voeding, ICT en medische technologie rond het Universitair Ziekenhuis van Gent en het AZ Aalst. Uit die sectoren moeten de snelgroeiers van morgen ontspruiten. Heel wat bedrijven uit de voedingssector bevolken vandaag al de rangen van de Oost-Vlaamse groeiers - denk maar aan Frost Invest, Barry Callebaut Belgium, La Lorraine (industriële bakkerij) of Algist Bruggeman (giststoffen). Algemeen ging de liquiditeit, solvabiliteit en rentabiliteit van de Oost-Vlaamse bedrijven er in 2000 op vooruit, al was dat ook te danken aan de zeer gunstige conjunctuur. Dat blijkt uit het jaarlijkse rapport van de Economische Raad Oost-Vlaanderen (EROV) over de financiële toestand van de Oost-Vlaamse ondernemingen. TroevenOost-Vlaanderen kan rekenen op enkele stevige troeven om de economische ontwikkeling te ondersteunen. Denk maar aan de twee zeehavens: die van Gent en de Waaslandhaven, het uitbreidingsgebied van de haven van Antwerpen. Dat hoekje Oost-Vlaanderen wendt de economische steven begrijpelijkerwijs naar Antwerpen, getuige daarvan de aansluiting van de Kamer van Koophandel van het Waasland bij die van Antwerpen. De haven van Gent op haar beurt, die qua verhandeld volume niet ver van haar plafond zit, kijkt vooral naar samenwerking met de snel groeiende havens van Terneuzen en Vlissingen om te toekomst te verzekeren (zie blz. 54). De Westerscheldetunnel opent volgend jaar trouwens een fysieke link tussen Zeeland en Oost-Vlaanderen, met verregaande gevolgen voor de arbeidsmarkt en mobiliteit.Daarnaast is er de stad Gent - de spil van de Oost-Vlaamse economie, want de Gentse regio is goed voor bijna de helft van het economisch gewicht van de provincie - die zich profileert als veelzijdige kennis- en cultuurstad. De Arteveldestad huisvest twee van de drie grootste onderwijsinstellingen van het land: de Universiteit Gent en de Hogeschool Gent. Ook het volwassenenonderwijs is er sterk uitgebouwd. Kennisbedrijvigheid moet daarom een van de speerpunten van de verdere economische ontplooiing van de provincie worden. Gent mag zich nu al het Vlaamse centrum van de biotechnologie noemen, dankzij pionierswerk van de Universiteit Gent en de spin-offs die uit het onderzoekswerk ontsproten. Het historisch erfgoed, het cultureel aanbod, de hooggeschoolde arbeidsreserve en de vlotte bereikbaarheid meten Gent het jasje aan van ideale congres-, evenementen- en kantoorstad. Vooral Gent als kantoorstad is een trend die zich doorzet, zeker nu het verkeer naar en rond Brussel steeds vaker dichtslibt. Belangstelling is er vooral voor locaties rond de stations Gent Sint-Pieters en Dampoort en buiten de stad in de onmiddellijke omgeving van de verkeersassen E17-E40 en R4. Hoewel het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen Gent als kantoorlocatie vergat, vormt de stad met Antwerpen, Leuven en Brussel de Vlaamse kantoorruit. Om internationale bedrijven te lokken, kan Gent zijn locatie uitspelen op de as Londen-Brussel, nauwelijks een uur verwijderd van de keuken van de Europese Commissie. Een kantoorpark in Merelbeke was al een schot in de roos. Voorts streken de bedrijven France Télécom, PricewaterhouseCoopers, Ernst & Young en Cap Gemini neer in Gent. "Maar wat nog te wensen overlaat, is het imago van Gent als kantoorstad. Er is missionaire marketing nodig," zegt Karel Uyttersprot. Ook Aalst, waar de file naar Brussel begint, lonkt naar de kantoormarkt om het economisch weefsel van de regio te versterken. In het arrondissement Aalst vindt nog niet de helft van de beroepsbevolking werk in eigen streek. Toch is de werkloosheid er laag, wegens het drukke pendelverkeer naar Brussel. Aalst kampt wel met een te groot aantal laaggeschoolde werklozen; en ook de aanwezigheid in hightechsectoren blijft relatief laag. "Er is nood aan nieuw ondernemersbloed," zegt Jan van Geysegem van de Kamer van Koophandel. Dat geldt nog meer voor het zuiden van de provincie, in de streek rond Geraardsbergen en Ronse. In deze als buitengebied gecatalogeerde regio is er echter weinig ruimte voor economische expansie. De delokalisatie naar Henegouwen neemt er wel af nu de subsidiestroom over de taalgrens opdroogt. Maar ook Aalst heeft met enkele structurele economische handicaps af te rekenen die typisch zijn voor de provincie Oost-Vlaanderen. Denk maar aan het schrijnend tekort aan bedrijventerreinen, het ontbreken van enkele schakels in de infrastructuur en de snelle vergrijzing van de bevolking. Wil Oost-Vlaanderen zijn reputatie van trage groeier afschudden - in de periode 1985-1997 lag de economische groei in de provincie zelfs onder het Europees gemiddelde - dan moet dit knellend jasje rond de economie snel losser worden gemaakt.KnelpuntenOost-Vlaanderen heeft de twijfelachtige eer om de provincie met de grootste schaarste aan bedrijventerreinen te zijn. Zowel in de poortgebieden rond de havens als in de niet-poortgebieden speuren bedrijven naar grond. Per jaar nemen de ondernemingen honderd hectare van de voor hen bestemde gronden in, maar in de jaren negentig kwamen er nog nauwelijks nieuwe terreinen bij. De bestaande gronden zijn nagenoeg volgebouwd, terwijl de aanleg van nieuwe zones minimaal vier jaar in beslag neemt. Groeipolen zijn moeilijk te vinden in deze dwangbuiseconomie. "Er is geen ruimte om te ondernemen," zegt Marc Ulens. "En waar moeten de zonevreemde bedrijven naartoe die niet geregulariseerd raken?"Er zitten enkele projecten in de pijplijn, zoals de ontwikkeling van de Siezegemkouter in Aalst en nieuwe bedrijventerreinen in Dendermonde, Lokeren, Oudenaarde, Ronse en Wetteren. Maar veel meer dan het lenigen van de hoge nood doen de nieuwe gronden niet. "De beschikbare ruimte is nu zo beperkt dat ook de vraag naar terreinen achterwege blijft," zo stelt Marc Ulens vast.Prioritair is in elk geval het havengebied. Alleen de bedrijven die er al gevestigd zijn, hebben soms nog reservegrond. Maar voorts zit de Gentse kanaalzone vol. Sidmar heeft nog heel wat vrije ruimte en daardoor is de Gentse vestiging ook van strategisch belang voor de investeringsplannen van de staalproducent." Alertheid blijft wel nodig, gegeven de fusie van de Arbed-groep met Usinor, Aceralia en Bremer Stahl," zegt Marc Ulens. De realisatie van de grote capaciteitsuitbreiding van de Volvo-personenwagenfabriek loopt eerder moeizaam. "Omdat er geen ruimte was voor een nieuwe fabriek liepen we lang met een bang hart rond. Neen, de rode loper is niet uitgerold voor Volvo," zegt Marc Ulens. Tekenend is dat Gent op dit ogenblik niet langer in staat is onderzoeksgerichte bedrijven ruimte te bieden in het Wetenschapspark van de Universiteit Gent in Zwijnaarde, aangezien het volledig ingepalmd is. Er moest gezocht worden tot in Oostende om twintig hectare extra ruimte te vinden. Spin-offs van de Universiteit Gent of buitenlandse researchbedrijven kunnen dus niet neerstrijken in de buurt van de kenniscentra. Gent en Vlaanderen riskeren de vruchten van het al geleverde werk niet te kunnen plukken, al heeft het Wetenschapspark nu groen licht gekregen van het Gentse stadsbestuur om twintig hectare extra te ontwikkelen. Hoog op de lijst van de te realiseren infrastructuurwerken staat de opvang van de verkeersstroom die zal ontstaan als de Westerscheldetunnel volgend jaar klaar is. De tunnel opent een nieuwe as Rotterdam-Rijsel en een vlotte doorstroming van het vrachtverkeer via de westelijke R4 rond Gent naar het autowegennet vergt de ondertunneling van heel wat knelpunten, onder meer in Zelzate. De haven van Gent is ook vragende partij voor een nieuwe sluis.Kan het nodige beton nog relatief snel worden gegoten, dan is het ombuigen van de Oost-Vlaamse bevolkingscurve een werk van langere adem. Oost-Vlaanderen heeft de traagste bevolkingsgroei van Vlaanderen, zodat de bevolking snel vergrijst. "Die bevolkingsstructuur kan de arbeidsmarktanalyse van potentiële investeerders negatief beïnvloeden," zegt Karel Uyttersprot. De toekomst van de Oost-Vlaamse groeiers is nog niet verzekerd.Daan Killemaes, Dirk Van Thuyne, dkillemaes@trends.beDe exportgerichtheid ligt in Oost-Vlaanderen beneden het Vlaamse gemiddelde. Proces- en productvernieuwing houdt de klassieke Oost-Vlaamse sectoren jong en competitief.De snelgroeiers van morgen moeten komen uit de sectoren biotechnologie, prepress, metaal, voeding, ICT en medische technologie. De haven van Gent zit op het gebied van verhandeld volume niet ver van haar plafond. Kennisbedrijvigheid wordt een van de speerpunten van de verdere economische ontplooiing van de provincie.Oost-Vlaanderen is de provincie met het kleinste aantal beschikbare bedrijventerreinen.