In het debat over de eurocrisis bestaan er blijkbaar geen taboes meer. In zijn nieuwste boek Europa braucht den Euro nicht (Europa heeft de euro niet nodig) is ex-Bundesbank-bestuurder Thilo Sarrazin zeer kritisch over eurobonds of gezamenlijke euro-obligaties. Hij schrijft dat de Duitse voorstanders ervan "gedreven worden door een zeer Duitse reflex, namelijk dat het uitboeten van de schuld voor de Holocaust en de Tweede Wereldoorlog pas een einde neemt wanneer we al ons geld in Europese handen gelegd hebben."
...

In het debat over de eurocrisis bestaan er blijkbaar geen taboes meer. In zijn nieuwste boek Europa braucht den Euro nicht (Europa heeft de euro niet nodig) is ex-Bundesbank-bestuurder Thilo Sarrazin zeer kritisch over eurobonds of gezamenlijke euro-obligaties. Hij schrijft dat de Duitse voorstanders ervan "gedreven worden door een zeer Duitse reflex, namelijk dat het uitboeten van de schuld voor de Holocaust en de Tweede Wereldoorlog pas een einde neemt wanneer we al ons geld in Europese handen gelegd hebben." Die stelling leidde tot een storm van verontwaardiging bij onze oosterburen, ook al had oud-bondskanselier Helmut Schmidt recentelijk dezelfde analyse gemaakt. Jürgen Trittin, fractievoorzitter van de Grünen, noemde het boek D-markchauvinisme. Sarrazin haalt in zijn boek niet alleen zwaar uit naar de manier waarop de eurocrisis wordt aangepakt, hij stelt ook openlijk dat de invoering van de Europese eenheidsmunt voor de Europese Unie, en Duitsland in het bijzonder, een slechte zaak was. Sarrazin is een man die de controverse niet schuwt. Een paar jaar geleden publiceerde hij Deutschlands schafft sich ab (Duitsland schaft zich af) waarin hij het multiculturele credo met de grond gelijk maakte en uiterst kritisch was over het immigratiebeleid. Het boek werd een bestseller. Met zijn nieuwste werk over de euro kaart Sarrazin, die van socialistische SPD-signatuur is, een thema aan dat hij zeer goed kent. Hij was jarenlang aan de slag bij onder andere het Duitse ministerie van Financiën, het IMF, werkte mee aan de monetaire eenmaking van Duitsland in 1990, was actief in de Treuhand-anstalt (die de privatisering van DDR-bedrijven begeleidde) en was ook bestuurder bij de Duitse Bundesbank. Door de ophef over zijn stelling dat Duitsland als een vorm van Wiedergutmachung de Zuid-Europese landen wil ondersteunen verdwijnt de essentie van het boek naar de achtergrond. Het grote probleem van de euro is alom bekend, stelt Sarrazin: er is een muntunie ingevoerd nog voor er sprake was van een politieke unie en dat kan niet. Daardoor heeft de euro de Europese Unie eerder gedestabiliseerd dan goed gedaan. De monetaire unie bevatte van bij het begin tal van constructiefouten en het was slechts een kwestie van tijd vooraleer die zouden opduiken. Zelfs zonder financiële crisis was er een eurocrisis geweest, zij het wellicht twee jaar later. Afgezien van het verdwijnen van de transactiekosten heeft de euro weinig opgeleverd, stelt de ex-Bundesbank-directeur. Sarrazin geeft het voorbeeld van Zweden en Zwitserland: ze hebben een eigen munt en staan er economisch beter voor dan Duitsland, onder andere omdat hun schulden een stuk lager liggen. Los van het feit dat een monetaire unie eerst een politieke unie nodig heeft, is de grootste fout die de regeringen bij het invoeren van de euro gemaakt hebben, het niet strikt toepassen van de Maastrichtcriteria. Landen als Italië hadden door hun precaire budgettaire toestand nooit tot de muntunie mogen toetreden. Sarrazin pleit in zijn boek niet voor het verdwijnen van die muntunie, maar hij vraagt wel een strenge toepassing van de Maastrichtnormen: een lage inflatie, maximaal 60 procent openbare schuld en maximaal 3 procent begrotingsdeficit. Over Griekenland is Sarrazin duidelijk: hij schat de kans op een uitstap uit de euro op 60 tot 70 procent. Thilo Sarrazin, Europa braucht den Euro nicht, DVA, 2012, 464 blz, 22,99 euroALAIN MOUTON