Als je afgaat op het eerste kind dat ze verwekten, dan hebben Daimler Benz en Chrysler een goed huwelijk. De technische teams hebben leren samenwerken, ieder met respect voor de eigenheid van de partner, maar vooral met oog voor elkanders sterke punten. Vanuit die filosofie is de Chrysler Crossfire ontstaan.
...

Als je afgaat op het eerste kind dat ze verwekten, dan hebben Daimler Benz en Chrysler een goed huwelijk. De technische teams hebben leren samenwerken, ieder met respect voor de eigenheid van de partner, maar vooral met oog voor elkanders sterke punten. Vanuit die filosofie is de Chrysler Crossfire ontstaan. Chrysler transponeert de goeie ouwe tijd wel eens vaker naar het heden. Dat leverde eerder de PT Cruiser op, een auto met een lijn die doet denken aan de jaren dertig van Dillinger & Co. Deze keer, met de Crossfire, voert Chrysler ons terug naar de tijd van James Dean. Zonder te vervallen in een schaamteloze kopie doet deze heerlijke coupé ook denken aan de vroegere Mustang, die de hoogdagen bij Ford maakte. Noem het nostalgie naar de tijd toen op de Amerikaanse wegen nog altijd gigantisch grote V8-motoren heersten. Maar op technisch gebied hebben we hier wel degelijk te maken met een auto van het jaar 2003. Voor algemene vormgeving en uitstraling haalt de Chrysler Crossfire grote onderscheiding. Deze coupé heeft een adembenemende lijn en snoet. Het interieur biedt net genoeg plaats voor twee inzittenden, alsof het allemaal tot op de millimeter werd uitgekiend. De koffer is naar coupénormen dan weer groot, want ruim genoeg voor de koffers van een paar. De zichtbaarheid is niet perfect, zelfs een beetje beperkt, net zoals de rijhulpsystemen. Zo is er geen boordcomputer en oogt het in- strumentenbord zeer schraal, zelfs een beetje troosteloos. Een soberheid die fel contrasteert met de algemene vormgeving van deze coupé. Deze wagen vormt zowat de antithese van de monospace. Toch heeft de Crossfire zelfs in deze moderne tijden troeven zat om liefhebbers van een coupé te verleiden. Zoals, ook toch wel, een mooie mechaniek. Onder de motorkap zit weliswaar geen van die bestiale motoren, maar een uitstekende V6 van 3,2 liter. Bescheiden naar Amerikaanse normen, maar nog iets te weelderig voor ons genadeloze fiscale systeem. Die motor is trouwens niet het enige dat Chrysler bij partner Mercedes Benz ging lenen. De Crossfire gebruikt op zijn manier het platform, de motoren en versnellingsbakken van de Mercedes SLK. Met andere woorden: onder de huid van een mooie Amerikaanse auto zit de degelijke Duitse mechaniek. De prestaties zijn goed, zonder naar records te zoeken: 6,5 seconden om naar de honderd te sprinten en een piek van 242 km/u. Maar de grootste deugd van deze coupé, die vooraan smallere banden heeft dan achteraan, is zonder twijfel zijn stabiliteit (onder meer dankzij een spoiler die bij 90 km/u. tevoorschijn komt); zijn handzaamheid en soepelheid. Christophe