Meer dan de helft van de Vlaamse bedrijfsleiders ziet tekenen van een economische heropleving. Het overgrote deel heeft het weliswaar over "slechts kleine tekenen". Franstalig België geeft een gelijkaardig resultaat. In Vlaanderen antwoordt de industrie het meest optimistisch met 15,4 procent "duidelijke tekenen" van een herstel en 44,9 procent "kleine tekenen". De transportsector is het meest pessimistisch, met 58,3 procent dat nog helemaal geen economische verbetering ziet.
...

Meer dan de helft van de Vlaamse bedrijfsleiders ziet tekenen van een economische heropleving. Het overgrote deel heeft het weliswaar over "slechts kleine tekenen". Franstalig België geeft een gelijkaardig resultaat. In Vlaanderen antwoordt de industrie het meest optimistisch met 15,4 procent "duidelijke tekenen" van een herstel en 44,9 procent "kleine tekenen". De transportsector is het meest pessimistisch, met 58,3 procent dat nog helemaal geen economische verbetering ziet. De curve over de economische conjunctuur gaat voor de komende drie maanden steil omhoog. De bedrijfsleiders geloven er opnieuw steeds meer in. Een meerderheid denkt dat België niet de weg van Griekenland opgaat. Vlamingen (61,2 procent) hebben daar meer vertrouwen in dan Franstaligen (50,6 procent). Ook hier staat de industrie afgetekend eerste. De notionele-intrestaftrek is het populairst in alweer de industrie. De dienstensector, die zowat overal tussenin scoort, volgt van nabij. De transportsector zit ver achterop en sluit de rangschikking af. Hij staat dan weer eerste met het antwoord dat de gelijkschakeling van de statuten voor bedienden en arbeiders geen prioriteit is. De industrie staat op twee en de diensten op drie. De Vlamingen scoren met hun 86,1 procent "geen prioriteit" beduidend hoger dan de Franstaligen (68,2 procent). Ruim een vijfde van de respondenten onder de taalgrens heeft daar geen mening over. Het grotere optimisme dat uit de CEO-poll blijkt, mag niet doen vergeten dat de ramingen over het aantal faillissementen en de werkloosheid ongunstig blijven. Ook al lijkt het iets minder dramatisch te worden dan enkele maanden geleden voorspeld. Het is bovendien uitkijken wat de financiële markten op langere termijn denken over het compromis dat de eurolanden sloten over Griekenland. Indien nodig zal het land zich tot het IMF wenden en eurolanden zullen op vrijwillige basis geld aan de Grieken kunnen lenen. Wel moeten alle partners in de eurozone, ook Duitsland, hun fiat geven voor dat laatste. De slechtere punten voor Portugal brachten het spookbeeld van het domino-effect dat het ene PIGS-land na het andere doet vallen. Griekenland en Portugal zijn geen grote economieën, maar het plaatje ziet er helemaal anders uit als ook Spanje en Italië in het vizier van de speculanten terechtkomen. Het Duitse verzet tegen geld voor de Grieken belette een snelle oplossing voor die heikele kwestie voor euroland. Dat was geen goed signaal naar de internationale financiële markten. Duitsland mag dan als groot exportland voordeel halen uit een zwakkere euro, als Portugal en andere landen de Griekse weg opgaan, kunnen de verliezen die ook de Duitsers lijden, groter worden dan de winsten van vandaag. Door Boudewijn Vanpeteghem