Aan het begin van de eeuw voorspelde Robert Shiller (67) de instorting van de New Economy, op een ogenblik dat de meesten nog geloofden in koersstijgingen. Hij was ook een van de weinige economen die bijtijds waarschuwde voor de jongste financiële crisis.
...

Aan het begin van de eeuw voorspelde Robert Shiller (67) de instorting van de New Economy, op een ogenblik dat de meesten nog geloofden in koersstijgingen. Hij was ook een van de weinige economen die bijtijds waarschuwde voor de jongste financiële crisis. Op dit ogenblik slaat hij nog geen alarm. "Maar in vele landen staan de koersen op de aandelenbeurzen op een hoog peil en ook op vele vastgoedmarkten zijn de prijzen sterk gestegen. Dat kan slecht aflopen", zegt Shiller. "Tot nu toe verliep het scenario op de aandelenmarkt als volgt: tot 2000 ging het opwaarts, dan kwam de neergang, in 2004 ging het weer naar boven en in 2007 volgde weer een crash. Sinds 2009 gaat het bergop. Je kunt dus in de verleiding komen om te zeggen dat een nieuwe krach op komst is. Maar ik ben daar niet zo zeker van." ROBERT SHILLER. "Ik heb mijn uitgeverij toen zelfs gevraagd de publicatiedatum te vervroegen zodat het nog voor de crash zou verschijnen. Maar u wilt statistische bewijzen. Die kan ik u niet geven. Ik kan alleen maar tekens duiden en analyseren. "Ik voer sinds 1989 enquêtes uit bij investeerders: vindt u dat de aandelenmarkt onder- of overgewaardeerd is of correct geprijsd? Eenduidige antwoorden zijn er niet. Ik heb daarnaast de Cape-indicator ontwikkeld. Daarbij wordt de beurswaarde van een onderneming tegenover de winsten van de jongste tien jaar geplaatst. Die ratio lag laatst bij de grootste Amerikaanse onderneming in doorsnee op 25. Voor de financiële crisis van 2007 was hij gelijk aan 28." SHILLER. "Ik wil dat niet uitsluiten, maar toen de dotcombubbel uiteenspatte, stond de Cape-waarde op 44. Het valt moeilijk te voorspellen wanneer en of een bubbel ontstaat en wanneer hij uiteenspat." SHILLER. "Het is een hele uitdaging om geld te investeren, maar op de een of de andere manier moet je het wel beleggen. Ik probeer mijn vermogen te spreiden. Ik heb bijvoorbeeld belegd in aandelen die ik nog ondergewaardeerd acht -- zaken in de energie- en de gezondheidssector. Ik zet ook in op wereldwijde aandelenindexen. Maar mijn portefeuille is geen model, voor wie dan ook." SHILLER. "Ik denk eraan om eruit te stappen. Ik heb me al teruggetrokken uit overgewaardeerde sectoren als financiën en technologie. Het is zeer moeilijk de juiste beslissing op het juiste moment te nemen. Daarom ontwikkel ik in samenwerking met Barclays Bank beleggingsmodellen op basis van mijn kerncijfers." SHILLER. "Natuurlijk niet. Ik bekijk heel wat gegevens, maar ik lees ook wat sociologen en psychologen te vertellen hebben over het gedrag van mensen. Economen doen dat normaal niet. Ze zeggen altijd hetzelfde. Als u een econoom zou vragen naar een verklaring van de toestand op de markt, zegt hij met grote zekerheid: "Het is de schuld van de centrale banken!" SHILLER. "Dat is zeker een deel van het probleem, maar centrale bankiers zijn niet kwaadaardig. Ze proberen altijd de markt te stabiliseren, dat is hun job. En ze kunnen ook geld uit circulatie nemen. Maar er zijn psychologische factoren die ze niet kunnen controleren. "Neem de woningmarkt. Daar stel ik een zeer interessant probleem vast: 50 jaar geleden werd over vastgoedprijzen nauwelijks gesproken. Er bestonden daarover zeer weinig indicaties. Pas toen de mensen de data begonnen te verzamelen en te evalueren, en de media erover berichtten, reageerde de markt. Er kwam meer speculatie en de investeerders begonnen in of uit te stappen." SHILLER. "Toch wel, anders zou de toestand nog veel slechter zijn. Een belegger kan overigens nog de volgende lering trekken uit de Amerikaanse vastgoedcrisis: eerst dalen de prijzen en dan gaan ze weer omhoog." SHILLER. "Dat kan nooit met zekerheid gezegd worden. Kijk naar de VS: volgens onze gegevens kopen daar nu veel meer investeerders vastgoed om het te verhuren. De jongste boom, die naar de crisis van 2007 voerde, werd vooral veroorzaakt door kopers van een eigen woning." SHILLER. "Je moet het fenomeen uit verschillende richtingen benaderen en historische voorbeelden erbij halen. Ik was onlangs in Brazilië. De huizenprijzen in Rio de Janeiro en São Paulo zijn de voorbije vijf jaar drastisch gestegen. Ik voelde me net als in de Verenigde Staten van 2005. "Op een conferentie sprak een prominente spreker in alle toonaarden over investeren in Braziliaanse vastgoed. Brazilië beleeft op dit ogenblik een transformatie, er groeit een middenklasse, het gaat goed met de economie, zo heette het, en daarom is de stijging gerechtvaardigd. Ik zei, u hebt misschien gelijk, maar ik weet ook dat ik heel wat van die argumenten al eens een keer gehoord heb, in de Verenigde Staten bij het begin van het voorbije decennium. Zo zien bubbels eruit en de wereld is nog altijd zeer kwetsbaar voor bubbels." SHILLER. "De boom op de aandelenmarkt in de Verenigde Staten baart mij het meeste zorgen, ook al omdat onze economie nog altijd zwak en kwetsbaar is." SHILLER. "Ik wou dat het waar was. Maar we zien nog altijd dat vele overheden besparen en ook de privéhuishoudens maken zich ongerust over hun schulden. Daarom wordt weinig verbruikt en geïnvesteerd. Ik denk dat we in vele gebieden van de wereld nog jaren zwakke groei zien." SHILLER. "Het voorbeeld van Japan toont op zijn minst aan dat een dergelijk beleid nog tientallen jaren kan aangehouden worden zonder dat er iets verandert." SHILLER. "Er bestaat geen alternatief voor het lagerentebeleid. Ik zou liever hebben dat de overheden de conjunctuur ondersteunen met bestedingsprogramma's voor zinvolle projecten, dan dat centrale banken de intresten terugschroeven en de mensen ertoe aanzetten grotere huizen te bouwen." SHILLER. "Een economie die in een conjunctuurdal zit, kan je vergelijken met een boerderij in de Amerikaanse Mid-West. Daar valt in de winter niets te doen. Dan worden maar omheiningen gerepareerd of schuren geverfd. Op dezelfde wijze kan de staat ervoor zorgen dat in tijden van economische luwte bijvoorbeeld gewerkt wordt aan belangrijke spoorlijnen. De trein van New York naar Yale is extreem traag, wat is er dan tegen om een hogesnelheidsspoor aan te leggen? Dat schept bedrijvigheid voor de mensen." SHILLER. "Dat is juist het probleem. Daarom steun ik het voorstel van mijn collega Martin Shubik, die een federaal agentschap voor arbeidsprogramma's voorstelt, dat aangepaste projecten voor crisistijden uitwerkt en voorbereidt." ANNE SEITH (DER SPIEGEL)"Er bestaat op dit ogenblik geen alternatief voor het lagerentebeleid" "Ik denk dat we in vele gebieden van de wereld nog jaren zwakke groei zien"