JOHN DEJAEGER
...

JOHN DEJAEGERDe auteur is expert in bestuur van vennootschappen en gasthoogleraar aan de KU Leuven.Vele grote ondernemingen werken met businessunits. De onderneming is opgesplitst in deelondernemingen die over ruime bevoegdheden beschikken. Zo heb je in een chemiemultinational bijvoorbeeld een divisie gericht op kunststoffen naast een divisie voor landbouwproducten, een voor bouwchemie en zo meer. Verkoop, marketing, productie, logistiek, R&D worden in elke unit autonoom aangestuurd. Een beperkt aantal administratieve diensten en activiteiten blijft centraal. De voordelen zijn legio. Elke businessunit focust op zijn specifieke markt en beschikt over transparante gegevens. Het is eenduidig welke activiteiten welk resultaat genereren. Elke unit heeft een verantwoordelijke die de verkoop en de opbrengsten, en de productie en de kosten stuurt. Eindeloze disputen over de verdeling van algemene overheadkosten of over mogelijke, al dan niet verdoken, kruiselingse subsidies tussen de divisies worden tot een minimum gereduceerd. De medewerkers zijn direct betrokken en in hoge mate verantwoordelijk voor het resultaat van hun activiteit. Divisies met mindere resultaten worden door de centrale concernleiding extra opgevolgd en ondersteund met nadruk op de realisering van meetbare verbeteringen. Zodoende ondersteunen sterk presterende units nog altijd de minder goed draaiende activiteiten, maar dan wel in een kader van duidelijke afspraken, doelstellingen en termijnen. In menig geval leidt dat tot optimalisering in de onderneming of eventueel ook daarbuiten. Een mooi voorbeeld zijn de afgesplitste chemieactiviteiten van Bayer die in Lanxess een nieuwe focus en een nieuwe toekomst hebben gekregen. Er zijn natuurlijk ook voorbeelden van activiteiten die vanuit deze transparantie moesten worden gestopt omdat ze anders ook de goede businessonderdelen blijvend zouden hypothekeren. Zonder die aanpak zouden heel wat grote bedrijven in een omgeving van toenemende concurrentie geen juiste beslissingen kunnen nemen en dus ook niet overleven. Exact meten en weten is de motor voor duurzaam succes en blijvende werkgelegenheid. Goede cijfers en nieuwe investeringen komen niet vanzelf, maar zijn het resultaat van verworven inzicht en niet-aflatende inzet. Goede ondernemers maken het verschil en zijn een zegen voor onze samenleving. Een land is natuurlijk iets anders dan een onderneming, maar er zijn ook gelijkenissen. Een land dat nalaat evenwicht en transparantie tussen zijn inkomsten en uitgaven na te streven, verantwoordelijkheden toe te wijzen en resultaatsverbintenissen op te volgen, komt vroeg of laat in financieel en economisch onweer. In Europa is de eurocrisis de katalysator die dit pijnlijke ontwaken nog versnelt. In ons land hebben decennia van te weinig gecontroleerde transfers en subsidies het evenwicht tussen echte solidariteit en eigen verantwoordelijkheid blijvend verstoord. Massa's middelen werden onoordeelkundig ingezet, droegen weinig bij tot structurele verbeteringen en gingen grotendeels verloren. We kunnen eruit afleiden dat onze overheden de jongste decennia in hun beleidskeuzes schromelijk zijn tekortgeschoten. In zulke omstandigheden zou een ondernemer geen lang leven beschoren zijn. Een land gaat niet meteen failliet, maar zijn inwoners gaan er wel allemaal sterk op achteruit via toenemende belastingen en via oplopende staatsschulden. Zij verarmen collectief. Dat aanvoelen is wijdverspreid en valt niet met een paar clichés bij te sturen. Wel door een correcte en nuchtere analyse van de toestand. Wel met een aanpak van de fundamentele problemen zoals de betaalbaarheid van onze sociale zekerheid, de aankomende factuur van de vergrijzing waarvoor we geen enkele provisie hebben opgebouwd, het tanende concurrentievermogen van onze ondernemingen door te hoge belastingen op lonen en op energie, de teloorgang van onze industrie, onze torenhoge staatsschuld... Velen zijn zich ervan bewust dat veel te lang is getalmd. Het verleden kunnen we niet herschrijven. We kunnen er wel de lessen uit trekken voor de toekomst. Vooral de jonge generaties beseffen dat het hun tijd niet meer duurt, dat hoe langer we nog wachten om serieus bij te sturen, hoe moeilijker en uitzichtlozer het wordt. Hun toekomst wordt nu geschreven. Zij verwachten overheden die grondig bijsturen, die de koe bij de horens vatten en niet wat rommelen in de marge. Zij verwachten van politici geen egotripperij, maar visie en actie. Opnieuw doof blijven voor dit appel zou je kortzichtig populisme kunnen noemen. Sterk presterende businessunits steunen de minder goed draaiende activiteiten, maar in een kader van duidelijke afspraken, doelstellingen en termijnen.