BRUSSEL (IS?) WAS EEN HEERLIJKE STAD

Zijn werktaal is het Engels, wat aan de oppervlakte piept bij de conversatie. Zijn jeugdjaren bracht hij door in de Dansaertstraat, een hele poos vóór deze strekkende meters het hart werden van de Brusselse trendiness (met stevige Vlaamse inslag). De bi-polarisering van Brussel is een feit, knikt José-Louis Van der Stappen, de nieuwe voorzitter van de Kamer van Handel en Nijverheid voor Brussel: “De gettovorming in het gewest grijpt om zich heen. Wij vechten tegen de kankerplekken in het stadsweefsel en praten met de gewestregering en de middenstandsverenigingen om die plaag te keren. De veiligheid is voor ons een prioriteit, en wordt een hoofdpunt van de gemeenteraadsverkiezingen. Ik zie een verslechtering en de Brusselaars zijn het beu.” De debuterende voorzitter roept de Vlaamse ondernemers op om Brussel toonbaarder te maken. “Jullie moeten meer investeren in de hoofdstad. De drempel tussen jullie en ons is té hoog. Bij de Kamer vinden de Vlamingen vrienden en partners, in hun eigen taal,” pleit José-Louis Van der Stappen. Hij is nu voor de tweede maal voorzitter van de Kamer van Handel en Nijverheid voor Brussel; een eerste maal leidde hij die al tussen 1976 (hij was toen 34 jaar) en 1984.

Zakelijke diplomatie is de vaardigheid van deze vijftiger met het uiterlijk van een plezierige investment banker. Beroepsmatig leidt hij de European Elevator Association (EEA), een club van de grote en de kleine liftenbouwers. Het kleine geaccrediteerde lobbykantoor in Brussel wordt geholpen door 35 medewerkers aan de gespecialiseerde EEA-comité’s. Van der Stappen tracht de reglementen van de vijftien EU-landen op elkaar af te stemmen voor de liftenbouwers. Een moeilijke klus. Hij zal nu ook de reglementen, gebruiken, attitudes van de negentien hoofdstedelijke gemeenten trachten af te stemmen voor de Brusselse ondernemers. Een dubbel moeilijke klus.

José-Louis Van der Stappen wordt voorzitter op een ogenblik van wrijvingen tussen het gewest Brussel en Zaventem over de vliegroutes boven de hoofdstad. De Brusselse partijen willen minder vluchten boven de agglomeratie. Indien zij gelijk krijgen, verzwakt de kracht van Zaventem, een magneet voor de investeringen langs de Ring. Tegelijkertijd wordt het Brusselse voorstadsspoornet (dat de verfransing van het hoofdstedelijke ommeland zal aanwakkeren) door Vlaamse commentatoren scheef bekeken. Hun redenering luidt: “Het voorstadsnet is misschien een zegen voor een handvol Brusselse pendelaars, maar aan het veel fundamentelere probleem van de files uit Vlaanderen naar Brussel verandert het geen zier. Het voorstadsnet is een geschenk van Guy Verhofstadt aan de Brusselaars in zijn regering.”

José-Louis Van der Stappen is de eerste voorzitter die een Brussels front van ondernemers kan sturen: de Kamer van Handel en Nijverheid van Brussel en het Verbond van Ondernemingen te Brussel gaan samenwerken. In de zomer van 2000 betrekt het VOB een etage aan de Louizalaan 500, bij de Kamer. Het VOB is een sociale partner, zoals het VBO, het VEV en de UWE, en zijn raad van bestuur is paritair samengesteld, 50% Nederlands-, 50% Franstalig. De Kamer functioneert als een tweetalige vereniging zónder pariteit. In de raad van de Kamer zijn Vlamingen lid, in haar administratie zijn Vlamingen werkzaam. José-Louis Van der Stappen: “De voorzitters en hun respectieve raden van bestuur willen met één ondernemersstem praten in Brussel. Het akkoord heeft niet tot doel onze verenigingen te fuseren. De Kamer is immers een dienstverlenende organisatie, het VOB een sociale partner. De Kamer heeft een ledenkring van 20.000 zelfstandige ondernemers en kmo’s , het VOB steunt op de grotere ondernemingen in de negentien gemeenten.” De eerste stap wordt de coördinatie van vergaderingen, lezingen, ontvangsten van de binnen- en de buitenlandse bezoekers. De twee verenigingen behouden hun eigen raden van beheer en hun stafleden. De Kamer blijft het opleidingenpakket met 20.000 klanten verzorgen. José-Louis Van der Stappen: “De Kamer is diep ingebed in Brussel, door haar contacten met de ondernemingen, de bevolking, de beleidsmensen. Het Euro-Infocentrum voor ondernemingen werkt aan de Louizalaan 500. We zijn een trefpunt, en de overeenkomst met het VOB versterkt die rol. Eindelijk discussiëren alle zelfstandige ondernemers, kmo’s en grote bedrijven, samen op één platform over Brussel.”

De ledenwerving wordt een hardere dobber, bekent de voorzitter: “De desindustrialisering van Brussel snijdt in het ledenbestand, de bedrijven verhuizen naar de rand. Ook het grote aantal faillissementen en fusies eisen hun tol.” De inkomsten van de Kamer belopen 150 miljoen frank; de hoofdbestanddelen zijn 32% lidgeld, 25% dienstverlening (ATA’s en oorsprongsattesten), 10% vorming. Twaalf procent van de leden komt van buiten Brussel.

José-Louis Van der Stappen is een geboren en getogen Brusselaar en zijn grootouders langs beide zijden waren ook hoofdstedelingen. De familie Van der Stappen zat in de slagerij. De voorzitter woont in Ukkel maar smeedt plannen om terug te keren naar het stadshart. De liefde voor Brussel straalt uit zijn woorden: “Mijn hobby is de Kamer, al zeggen vrienden me dat ik gek ben om hier opnieuw te willen zitten. Maar ik denk hier op mijn leeftijd – mijn voorgangers waren ouder – veel te kunnen doen. Brussel is veranderd; en dan heb ik het niet alleen over de nieuwe semi-publieke ondernemingen, nee, de hele economisch-politieke omgeving is gewijzigd. De gewestregering is een belangwekkende gesprekspartner. Ik denk na over een Strategisch Plan Brussel en begin gesprekken met de leden en de stafmedewerkers.”

FRANS CROLS

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content