Het gewicht van investeringen in de Belgische overheidsuitgaven neemt al jaren af. Momenteel bedragen ze iets meer dan 4 procent van de overheidsuitgaven, terwijl dat rond de eeuwwisseling nog 5,5 procent was (zie grafiek België investeert minder). In vergelijking met de buurlanden scoort België niet al te best. Zelfs Duitsland, dat vaak kritiek krijgt voor de beperkte overheidsinvesteringen, legt een beter rapport voor. Het is trouwens opvallend dat het gewicht van overheidsinvesteringen in Duitsland al enkele jaren licht stijgt, terwijl in België het tegengestelde gebeurt (zie grafiek Buurlanden investeren meer).
...

Het gewicht van investeringen in de Belgische overheidsuitgaven neemt al jaren af. Momenteel bedragen ze iets meer dan 4 procent van de overheidsuitgaven, terwijl dat rond de eeuwwisseling nog 5,5 procent was (zie grafiek België investeert minder). In vergelijking met de buurlanden scoort België niet al te best. Zelfs Duitsland, dat vaak kritiek krijgt voor de beperkte overheidsinvesteringen, legt een beter rapport voor. Het is trouwens opvallend dat het gewicht van overheidsinvesteringen in Duitsland al enkele jaren licht stijgt, terwijl in België het tegengestelde gebeurt (zie grafiek Buurlanden investeren meer). De Belgische situatie is deels te verklaren door de stringente Europese begrotingsnormen -- een begrotingstekort van maximaal 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) en een staatsschuld van maximaal 60 procent van het bbp. Die maken dat investeringsprojecten geschrapt worden wanneer zich een nieuwe besparingsronde aandient. De Europese Commissie kijkt bij de beoordeling van de begroting niet naar de samenstelling van de overheidsuitgaven, laat staan naar de publieke investeringsmix. "Dat is jammer, want in tegenstelling tot zuivere consumptie-uitgaven, kunnen gerichte investeringen een blijvend en stimulerend effect hebben op onze economie", zegt Geert Gielens, hoofdeconoom van Belfius, die net een researchpaper klaar heeft waarin hij dieper ingaat op de Belgische situatie. Gielens wijst op het belang van voldoende overheidsinvesteringen. Ze kunnen de economie op twee manieren stimuleren. Eerst en vooral zijn investeringen uitgaven. Die vergroten de vraag en hebben zo een rechtstreekse impact op het bbp. Na de recessie van 2009 en de financiële crisis hebben tal van landen voor zo'n beleid gekozen. Het stimuleren van de vraag sluit aan bij de kortetermijnaanpak. Op langere termijn hebben investeringen een effect op de aanbodkant van de economie. Overheidsinvesteringen doen de totale productiviteit van de economie stijgen. "Ze werken als multiplicator en dragen bij tot een structurele groei." Een onderzoek van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) leert dat een toename van de overheidsinvesteringen met 1 procent van het bbp na één jaar zorgt voor een stijging van het bbp met 0,4 procent. Na vier jaar loopt die impact op tot 1,5 procent. Gielens waarschuwt wel: niet alle investeringen hebben dezelfde positieve effecten. De beste stimulans voor groei zijn investeringen in infrastructuur en in onderzoek en ontwikkeling. Vervoer en fundamenteel onderzoek ("niet-commercieel onderzoek", benadrukt Gielens) zijn gemiddeld goed voor 45 procent van alle Belgische overheidsinvesteringen. In 2013 steeg dit aandeel zelfs naar 50 procent. Maar ook hier moeten nuances worden aangebracht. Onderhoudsinvesteringen aan een autosnelweg zullen minder effect hebben dan nieuwe investeringen zoals het wegwerken van missing links op het wegennet. "Daarnaast heb je ook de afnemende meeropbrengsten", zegt Gielens, "Hoe meer je investeert en hoe groter je kapitaalstock al is, hoe kleiner de productiviteitsstijgingen bij nieuwe investeringen." Het onderzoek van het IMF over de impact van investeringen op de groei somt ook voorwaarden op om een zo positief mogelijk effect te krijgen op de groei. Ten eerste voert de overheid haar investeringen het best op wanneer de economie veeleer zwak presteert. Het IMF hanteert een output gap (het verschil tussen de reële en de potentiële output van een economie) van minder dan 0,4. Volgens Gielens groeit de Belgische economie wel, maar niet echt snel. "Onze economie benut niet al haar mogelijkheden. De Europese Commissie spreekt van een output gap van -1,4. Extra investeringen zijn dus welkom." Een tweede voorwaarde is volgens het IMF dat investeringen efficiënt moeten zijn. Anders gezegd: elke uitgegeven euro moet leiden tot een euro productief kapitaal. "In België zijn er in infrastructuur nog noden genoeg die voor productief kapitaal kunnen zorgen", oordeelt Gielens. "Zo zijn de fileproblemen rond Brussel en Antwerpen dramatisch voor Vlaanderen, dat toch een economische draaischijf is in Noord-Europa. België blijft een cruciale rol vervullen in logistiek en transport. Ook de capaciteit van de elektriciteitsproductie kan beter. In bepaalde overheidssectoren zoals justitie kan een ICT-investering positieve effecten hebben." Ten derde pleit het IMF ervoor investeringen met schuld te financieren. Met een overheidsschuld die volgens het Europees statistisch bureau Eurostat in het derde kwartaal van 2014 is opgelopen tot 108,2 procent en met een begrotingstekort dat vorig jaar iets boven 3 procent uitkwam, heeft België eigenlijk geen ruimte. Sinds september worden bovendien nieuwe Europese boekhoudnormen toegepast die maken dat het zeer moeilijk, zo niet onmogelijk wordt grote investeringsprojecten buiten de gewone begroting te houden. Door een herziening van die normen is de Belgische staatsschuld plots met een paar procenten gestegen. Het is ook zo dat investeringsprojecten in één keer in de rekeningen moeten worden opgenomen in plaats van ze via afschrijvingen te spreiden over meerdere jaren. De Vlaamse regering wil nu een discussie voeren met de Europese Commissie over de boekhoudkundige aanrekening van die investeringen. Want een project als de Oosterweelverbinding -- minstens 3,5 miljard euro -- in één keer boeken, is geen optie. "Dat fnuikt de economie. Boekhoudregels moeten neutraal zijn om een normale economische werking te kunnen garanderen", benadrukt Gielens. Maar zelfs los van die boekhoudkundige discussies blijft de vraag hoe de federale, Vlaamse en lokale overheden nog kunnen kiezen voor investeringen zolang de overheidsuitgaven (nog altijd meer dan 50 % van het bbp) relatief hoog blijven. "Ik wil erop wijzen dat niet de overheidsinvesteringen de uitgaven de voorbije jaren hebben doen stijgen. Het gaat hier slechts om een paar procent van het overheidsbudget", zegt Gielens. "Ook bij lokale besturen, goed voor zowat de helft van de investeringen, merken we dat investeringen en schuldopbouw niet noodzakelijk synoniemen zijn." Verschillende onderzoeken tonen aan dat de stijging van de uitgaven zich vooral in de sociale zekerheid situeerde. De Belfius-hoofdeconoom ziet een oplossing voor het investeringsdeficit in een spending shift ofwel een verschuiving in de uitgaven: meer productieve investeringen in ruil voor minder andere uitgaven, die veeleer consumptiegericht zijn. Op de lange termijn kan dat toch voor een hogere groei en productiviteit zorgen. "In het verleden zijn productieve investeringen te veel het kind van de rekening geweest." En dat is ook nu nog het geval. De Vlaamse regering noemt zich een investeringsregering. Volgens de cijfers klopt dat. Er is dit jaar in 275 miljoen euro extra aan investeringskredieten voorzien, maar dat geld gaat vooral naar onderwijs en welzijn en minder naar klassieke infrastructuurdomeinen, zo leert een analyse van de werkgeversorganisatie Voka. "Daar kan die verschuiving van consumptieve uitgave naar productieve en duurzame investering in bepaalde domeinen misschien ook gemaakt worden", meent Gielens. "We zijn op een punt gekomen dat we niet alles wat we graag zouden hebben, ook kunnen betalen. Dan moet je keuzes maken en prioriteiten stellen." ALAIN MOUTON, FOTOGRAFIE KRIS VAN EXEL"In België zijn er in infrastructuur nog noden genoeg"