De Bel-20 staat met een jaarwinst van 13 procent op de 25ste stek in de rangschikking van meer dan 100 belangrijke beursindices wereldwijd. De Belgische sterindex klopt met ruime voorsprong de Nederlandse AEX (+4 %), de Franse CAC40 (9%) en de Duitse DAX (+10 %).
...

De Bel-20 staat met een jaarwinst van 13 procent op de 25ste stek in de rangschikking van meer dan 100 belangrijke beursindices wereldwijd. De Belgische sterindex klopt met ruime voorsprong de Nederlandse AEX (+4 %), de Franse CAC40 (9%) en de Duitse DAX (+10 %). De sterke prestatie van de Bel-20 is vooral te danken aan zwaargewicht AB InBev (+22 %) dat er mede dankzij de aangekondigde overname van SAB Miller een boerenjaar op heeft zitten. De internationale biermastodont is niet de enige Bel-20'er die garen spon bij zijn fusieplannen. Ook de fusie van Delhaize (+49 %) met Ahold kon op applaus van beleggers rekenen. De Bel-20 had ook niet te lijden onder de val van de energie- en grondstoffenprijzen. De index telt geen grondstoffenspelers meer in de rangen sinds de zinkgroep Nyrstar (-45 %) eruit tuimelde. De Nederlandse verzekeraar Delta Lloyd (-70 %) zorgde voor de enige echte valse noot in de Belgische beursbarometer. Delta Lloyd gaat 1 miljard euro ophalen bij beleggers om zijn balans te versterken. De nood aan extra kapitaal kwam vorige zomer aan het licht, maar de verzekeraar communiceerde pas eind 2015 hoe groot die nood exact was. Buiten de Bel-20 spetterde er nog meer vuurwerk. Galapagos (+266 %) was niet enkel de grote knaller van de Brusselse beurs. Het biotechnologiebedrijf trok in mei naar Nasdaq en haalde bij zijn Amerikaanse beursintroductie 317 miljoen dollar op, goed voor de derde grootste beursintroductie van een biotechnologiebedrijf ooit. Het bedrijf zat op rozen, nadat testen op een grote groep patiënten bevestigden dat het reumamedicijn filgotinib goed werkt in 80 procent van de gevallen. Er volgde een dipje nadat partner Abbvie afhaakte, maar het bedrijf kon het jaar in schoonheid eindigen met een nieuwe - en volgens analisten lucratievere - deal met Gilead. Wall Street staat gelijk aan walhalla in de ogen van Belgische biotechnologiebedrijven. De specialist in celtherapie Celyad (+43 %) trok in het zog van Galapagos naar Nasdaq en ook kraakbeenspecialist Tigenix (+129 %) heeft een aanvraag voor een tweede notering in de VS gedaan. Ablynx (+76 %) liet midden vorig jaar al weten dat ze eveneens de optie bestuderen, maar zette voor zover bekend nog geen concrete stappen. Mogelijk wacht het bedrijf op belangrijke resultaten voor zijn reumamiddel die in de tweede helft van 2016 verwacht worden. Ablynx kwam als grote favoriet voor 2016 uit een rondvraag bij analisten die de redactie onlangs organiseerde. Te midden van alle 'jonge' biotechnologiegeweld werkte een 'oud' technologiebedrijf in alle luwte aan zijn comeback. We hebben het over Agfa-Ge-vaert (+151 %). Het ontstaan van Agfa- Gevaert dateert van 1867 in Duitsland en 1890 in België. Terwijl jongere generaties minder vertrouwd zijn met de naam, herinneren de oudere generaties zich ongetwijfeld de merken Agfa en Gevaert die de Belgische fotomarkt domineerden in de jaren zestig. Beeldvorming is de belangrijkste activiteit gebleven van de Belgisch-Duitse groep, vooral in medische en grafische toepassingen. Het bedrijf heeft de overschakeling van analoog naar digitaal bijzonder slecht verteerd, waardoor het veel terrein heeft verloren, terwijl een uiterst royaal pensioenplan zwaar woog op zijn rekeningen. "Ten opzichte van het recurrent bedrijfsresultaat (rebit) is het zonder twijfel het zwaarste van Europa", zegt Guy Sips, analist bij KBC Securities. "Het pensioenplan kost het bedrijf zo'n 70 miljoen euro per jaar. Daarbij komen nog 20 à 30 miljoen euro jaarlijkse investeringen in het kader van de overschakeling van analoog naar digitaal. De groep moet dus al een rebit van 90 à 100 miljoen euro realiseren voor het enige winst maakt." Agfa-Gevaert, dat actief blijft in analoge beeldvorming, verbruikt nog altijd meer dan 200 ton zilver per jaar, een metaal waarvan de koersschommelingen de bedrijfsresultaten aanzienlijk beïnvloeden, ook al is dat nu vier keer minder dan tien jaar geleden. Hetzelfde geldt voor aluminium en trouwens ook voor de dollar. Grondstoffen op een dieptepunt en een sterkere Amerikaanse munt zijn de voornaamste oorzaken van de verbeterde resultaten, een tendens die zich zou moeten kunnen voortzetten in het begin van 2016. De positieve evolutie is ook te danken aan de herstructureringsplannen, waarvan de effecten voelbaar worden. De beurs zag het graag gebeuren en stuwde de koers van ongeveer 2 euro begin dit jaar naar 5 euro in december. Het koersdoel van het handvol analisten dat het aandeel volgt, bedraagt slechts 4 of 4,5 euro. BNP Paribas Fortis is alleszins voorzichtig en heeft zijn advies half december teruggeschroefd van 'houden' naar 'verkopen'. Sips verkiest op zijn beurt de publicatie van de jaarresultaten van 2015 en de bijbehorende commentaren van de directie af te wachten om het ongebreidelde optimisme dat van Agfa-Gevaert de grote verrassing van 2015 heeft gemaakt te bevestigen of in te tomen. Agfa viel net buiten de top drie van best presterende aandelen op de Brusselse beurs. Ook Smartphoto (+175 %) worstelde met de omschakeling van analoog naar digitaal. Het vroegere Spector moest uit pure miserie de verlieslatende Photohall-winkelketen van de hand doen en de verkoop van producten aan onafhankelijke fotografen stopzetten. Is de ommekeer een feit? Smartphoto realiseerde alvast over het boekjaar 2014 voor het eerst in tien jaar weer nettowinst. Het aandeel ging in 2015 verder op zijn elan, maar het bedrijf moet elk jaar opnieuw bewijzen dat het kan standhouden in de hyperconcurrentiële markt van fotoboeken en -gadgets met kleine marges. De gestage stijging van Smartphoto staat in schril contrast met het spurtje dat het technologiebedrijf Keyware (+241 %) op het einde van het jaar trok, na een koopadvies van professor Roland Van der Elst in De Tijd. Keyware werkte zich eerder dit jaar op dubieuze wijze in de kijker onder meer door te betalen voor een lovend analistenrapport. Het valt bij beide aandelen af te wachten wat 2016 brengt. Fagron (-80 %) is zonder enige twijfel dé grote verliezer van het voorbije jaar. De leverancier van grondstoffen aan apothekers kreeg rake klappen door Obamacare, de hervorming van de gezondheidszorg in de VS om de ziekteverzekering voor meer Amerikanen betaalbaar te maken. De Amerikaanse verzekeraars namen als gevolg de terugbetaling op de korrel van dure geneesmiddelen die de apothekers als het ware op maat van de patiënten bereiden. Het Nederlandse beurshuis Kempen plaatste in oktober 2014 al grote vraagtekens bij de houdbaarheid van het snelle groeitempo van Fagron. Het bedrijf deed de vorige jaren voor 200 miljoen euro overnames in de VS. De analisten van Kempen waarschuwden voor een zware impact van de wijzigingen in de terugbetalingspolitiek op de cijfers van Fagron in 2015 en 2016. De top van Fagron ontkende lange tijd dat er een probleem was, maar zag zich in oktober uiteindelijk genoodzaakt een winstalarm de wereld in te sturen. Tegelijk startte ook de zoektocht naar een koper voor het bedrijf. Enkele weken later raadde Kempen beleggers aan het aandeel zo snel mogelijk te verkopen, omdat het twijfelachtig is dat eender welke koper zo veel risico wil nemen. Profetische woorden, zo blijkt. Kempen sloeg eerder ook nagels met koppen over ThromboGenics, toen het als een van de eerste waarschuwde voor de overdreven hoge verwachtingen voor de verkoop van het oogmedicijn Jetrea in de VS. Dat zorgt ervoor dat beleggers luisteren als Kempen iets te zeggen heeft. Even later dook de naam Fagron op in een onderzoek naar fraude bij apothekers in de VS. Om het jaar helemaal in mineur te eindigen, biechtte Fagron op dat de potentiële kopers een na een afhaken en wordt CEO Ger van Jeveren de laan uitgestuurd. De toekomst lacht de aandeelhouders van Fagron nog niet meteen toe. Als het bedrijf 2016 wil overleven, heeft het twee opties: een verkoop tegen een lage overnameprijs of een kapitaalverhoging met een stevige verwatering voor de bestaande aandeelhouders. Ilse De Witte en Guy Legrand