Er is wel eens tactvoller met een standpunt uitgepakt dan in de persmededeling van het Vlaams Economisch Verbond vorige week. De werkgeversorganisatie koppelde de schrapping van een derde van het aantal arbeidsplaatsen bij Alcatel Bell aan de boodschap dat België zijn arbeid meer inzetbaar moet maken en meer buitenlandse ingenieurs moet toelaten. Ironisch genoeg zijn onder de geschrapte banen bij Bell precies een belangrijk aantal ingenieurs.
...

Er is wel eens tactvoller met een standpunt uitgepakt dan in de persmededeling van het Vlaams Economisch Verbond vorige week. De werkgeversorganisatie koppelde de schrapping van een derde van het aantal arbeidsplaatsen bij Alcatel Bell aan de boodschap dat België zijn arbeid meer inzetbaar moet maken en meer buitenlandse ingenieurs moet toelaten. Ironisch genoeg zijn onder de geschrapte banen bij Bell precies een belangrijk aantal ingenieurs. Voor de beleidsmakers is het inderdaad verleidelijk om nu te gaan roepen dat ze vooral in de bureaucratie moet snijden om vlot nieuwe banen te creëren. Wie vandaag in de telecomsector werkt, heeft daar geen boodschap aan. De wegvallende vraag en de weghollende financiers zetten er de start-ups te drogen.Als er uit de telecomramp lessen moeten worden getrokken, zijn het andere. Bijvoorbeeld dat liberalisering niet slaagt zonder een minutieus uitgewerkt evenwicht in de concurrentievoorwaarden in elk onderdeel van het traject. Voor de energiesector komt die vaststelling te laat. Wellicht kan hij nog worden meegenomen voor de spoorwegen. In de telecom werd het probleem dat het gros van het aanbod (de backbone-netwerken) onbereikbaar zou zijn voor het gros van de potentiële vraag (de consument) niet erkend. De overheid miste de moed om tijdig radicale oplossingen voor de toegang tot de laatste kilometer - de abonneelijn - te voorzien en het feitelijke monopolie van de traditionele telefoonmaatschappijen te doorbreken. De liberalisering was op maat van de grote bedrijven gesneden, de consument zou later zijn deel krijgen. Hoe dat in zijn werk zou gaan, is nooit duidelijk gemaakt. Het gevolg was dat de prille dienstenindustrie die in het spoor van de liberalisering ontstond, spoedig op droog zaad zat. Internet was te veel hype. De vraag volgde niet zoals voorspeld.En misschien een tweede les voor de overheid: belast de winst, niet de prognoses. Twee jaar geleden was er nog discussie over de wijsheid van de maatregel om, naar Amerikaans voorbeeld, spectrum tegen exorbitante kosten te veilen. Geen probleem, heette het toen, de kostbare vergunningen waren definitieve uitgaven die moesten worden gerentabiliseerd, ze zouden de technologische wedloop en de netwerkuitbouw alleen maar versnellen. Vandaag weten we beter. De Europese Commissie had moeten ingrijpen, maar schrok terug bij de stampede van de lidstaten naar een belastingaanslag waarvan je het grote publiek kon laten geloven dat het een investering was. Binnen die irrationele elementen moest een bedrijf als Alcatel Bell een technologische revolutie verwerken én een verschuiving van de groei richting Azië. De engineering rond de rijpe System 12-telefooncentrales wordt nu geconcentreerd in Duitsland (met een "tewerkstellingsprobleem" voor 300 ingenieurs in Antwerpen), maar daarna in Sjanghai, zo heet het vandaag bij Alcatel Bell. De technologische uitdaging is wel degelijk beantwoord. Marktonderzoeker Current Analysis noemt Alcatel een van de weinige spelers die over een breed spectrum competitief blijft en leider in DSL. In Antwerpen is alle hoop voor de toekomst nu gevestigd op breedband, DSL en next generation networks waarvoor Alcatel Bell het centrum voor onderzoek en ontwikkeling is binnen de groep, al gaan ook in die divisie tientallen banen verloren. Antwerpen zal alert moeten blijven. De Belgen hebben geen vertegenwoordiger meer in het executief comité in Parijs. Bruno Leijnse [{ssquf}]