Stéphane Beel houdt van de sfeer in deSingel. "Het wonderbaarlijke van deze site is de combinatie van kunstonderwijs en kunstvoorstellingen", zegt hij. "Hier is een continue interactie tussen publiek en gebruikers van het gebouw, tussen kunst en onderwijs, tussen leerlingen en professionelen. Die symbiose is vrij uniek."
...

Stéphane Beel houdt van de sfeer in deSingel. "Het wonderbaarlijke van deze site is de combinatie van kunstonderwijs en kunstvoorstellingen", zegt hij. "Hier is een continue interactie tussen publiek en gebruikers van het gebouw, tussen kunst en onderwijs, tussen leerlingen en professionelen. Die symbiose is vrij uniek." Uniek is ook de manier waarop Stéphane Beel erin geslaagd is oud en nieuw te verenigen. Beel respecteert ten volle het oude gebouw, een ontwerp van Léon Stynen. Toch ondernam Beel geen krampachtige poging om zich aan te passen aan de stijl van Stynen. Beel kreeg de opdracht een masterplan uit te werken dat een antwoord moest bieden op de nieuwe noden van deSingel en het Conservatorium. De eerste kleine aanpassingen werden snel gerealiseerd, maar voor de start van de echte uitbreiding was het wachten tot 2007. Een opvallende wijziging ten opzichte van het masterplan uit 1995 was het wegvallen van een toren. "We zijn van dat idee afgestapt omdat we in een torengebouw meer akoestische ingrepen zouden moeten doen en dat zou de kostprijs danig hebben opgedreven", legt Stéphane Beel uit. "Maar ik zie het nog altijd als een toren, een horizontale dan. Dit gebouw heeft, net als een toren, een vrij grote ruimtelijke impact. Het is zeer zichtbaar, het wil niet afwezig zijn." Het gebouw toont zich inderdaad meer dan vroeger aan de honderdduizenden automobilisten die dagelijks gebruikmaken van de Antwerpse ring. En met op het dak in het groot de woorden 'architectuur', 'theater', 'dans' en 'muziek' roept het ook letterlijk dat het een publiek gebouw voor kunst is. Omgekeerd kijkt het gebouw via grote raampartijen ook heel bewust naar de drukke verkeersader. "Stynen had zich zijn gebouw voorgesteld in een groene oase aan de stadsrand", zegt Beel. "De ring is er pas later gekomen. Intussen is die snelweg een hedendaagse realiteit, en die willen we niet afwijzen. Het ge-bouw is verweven met zijn omgeving. Van het Grand Café heb je een mooi zicht op al die verkeerstromen. Het is een soort dans die zich afspeelt tussen drie gebouwen van Léon Stynen: het oude BP-gebouw, de toren van het Crown Plaza-hotel en deSingel." De uitbreiding is ontzettend uitgebreid en omvat een mix van functies voor het Conservatorium en voor deSingel. Het Conservatorium heeft er een rist leslokalen en twee examenklassen bij gekregen. deSingel heeft nu een volwaardige tentoonstellingszaal en beschikt over oefenruimtes die ook geschikt zijn voor publieksvoorstellingen. Ook het Vlaams Architectuur Instituut kreeg een nieuwe, comfortabeler plek in de toevoeging van Beel. Het nieuwe café-restaurant opereert los van deSingel, maar is er tegelijkertijd ook letterlijk mee verbonden. Hetzelfde geldt voor de bibliotheek. Stéphane Beel is er op een intelligente manier in geslaagd al die nieuwe functies op elkaar af te stemmen en zo te organiseren dat de gebruikers er hun weg in vinden. Het mooie is dat hij daarbij ook gebruikmaakt van de aanwezigheid van het gebouw van Stynen. Zo zorgen de twee patio's in de hoogbouw niet alleen voor daglicht, maar ook voor een uitzicht op en oriëntatie naar de oude vleugel. LAURENZ VERLEDENS