De genomineerden in onze wedstrijd 'Bedrijfsgebouw van het jaar'. U beslist.
...

De genomineerden in onze wedstrijd 'Bedrijfsgebouw van het jaar'. U beslist. Wat wordt het bedrijfsgebouw van dit jaar ? U beslist mee.Op bladzijde 74 vindt u de lijst met de zeven geselecteerde gebouwen. Rangschik ze volgens uw voorkeur. In de cirkel rechts op de bladzijde vult u een cijfer in. Met getal 1 duidt u uw eerste keuze aan, 7 is voor het gebouw dat bij u de minste interesse opwekt. Op die manier kiest u mee de winnaar van de wedstrijd... en komt u zelf voor een prijs in aanmerking. De winnaar wordt door lottrekking gekozen uit de antwoordformulieren die op 20 mei in ons bezit zijn.Eind mei buigt de jury zich over de lijst met genomineerden. Hun keuze, in combinatie met uw beslissing, zal aangeven wie de winnaar is. Alle resultaten worden gepubliceerd in het Trends-nummer van 6 juni. Veel geluk !Architectenbureau Samyn & Partners, Brussel.In 1991 koopt architectenbureau Samyn & Partners de Ferme de Stassart, aan de Waterloose Steenweg in Ukkel.De boerderij werd in 1830 gebouwd en tot eind de jaren '60 uitgebaat. Daarna werd ze omgevormd, eerst tot het restaurant "La Ferme", daarna tot nachtclub. Uiteindelijk valt het gebouw ten prooi aan vastgoedspeculatie. Tot Samyn & Partners beslist het gebouw in de oorspronkelijke staat te herstellen en er zijn kantoren in onder te brengen. Intussen was het gebouw erg verwaarloosd. Zelfs met de basisstructuur waren er heel wat problemen. In de muren van de schuur werden heel wat slechte stenen, één per één, vervangen. Bij andere muren werd alleen het oude metselwerk opgeknapt. Het geheel is zo sober mogelijk gehouden. De muren blijven ruw, de vloeren worden wit geverfd.Het complex bestaat uit twee gebouwen, die een hoek van 90 vormen, en die drie niveaus hebben. Daarnaast is een lage constructie in L-vorm gemaakt, waardoor een binnenkoer met vijver is ontstaan. Bij de restauratie, die in 1993 werd beëindigd, ging men modulair tewerk, zodat het gebouw ook perfect dienst kan doen als woning. De restauratie van de Ferme de Stassart illustreert opnieuw dat vernieuwen tot zeer goede resultaten kan leiden. Confectiebedrijf Gysemans, Rotselaar.Als jonge kmo in volle expansie had de firma Gysemans nood aan bijkomende ruimte voor een confectie-atelier. Huren bleek erg duur, het bedrijf besliste zelf te gaan bouwen. Er werd een stuk grond op het industrieterrein Wingepark in Rotselaar gekocht. De architecten kregen de opdracht het gebouw zo in te richten dat het hele bedrijf er onderkomen vindt, zowel de administratie als de productie. Geen gemakkelijke opdracht. De voor het publiek toegankelijke delen moeten immers afgescheiden blijven van de rest van de onderneming, zonder dat het gebouw zijn eenheidsstructuur verliest. Het resultaat van de architecten L. Boyen en I. Van Vlasselaer bewijst dat ook een confectie-atelier origineel en aantrekkelijk kan zijn.Het eerste deel van het gebouw is bestemd voor het onthaal van de klanten. Het bevat een inkomhal en twee vergaderzalen. Dit deel is afgescheiden van de productieruimte door de kantoren waar het administratief personeel een onderkomen vindt. Het atelier zelf ligt aan de achterkant van het gebouw. Productie, opslag en expeditie gebeuren zonder dat het personeel elkaar daarbij hindert. De administratie is ondergebracht in verschillende modules die met elkaar verbonden zijn. Het atelier waar de kledij wordt ontworpen, scheidt de productie-afdeling van de kantoren. De vergaderzalen steken lichtjes uit naar voor en zijn a.h.w. het scharnier met de buitenwereld. Op de verdieping bevindt zich een filiaal van het bedrijf. De zijwanden zijn van staal, de voorkant bestaat uit glas. Via rolluiken wordt bescherming geboden tegen zonlicht en behouden de bureaus hun privé-karakter. Binnenin zijn verschillende materialen gebruikt : beton, staal, natuursteen. Het hout geeft aan de vergaderzaal en aan het kantoor van de directie een warmte die afsteekt tegen de kilte van het atelier. De decoratie is vrij "nobel", als verwijzing naar de eigenschappen van de verkochte producten. Het gebouw weerspiegelt de filosofie van het bedrijf : een functioneel geheel dat sober is en toch een prettige en rustige werkomgeving creëert.Kapsalon Gentry, Luik.De firma Gentry is eigenaar van verscheidene kapsalons die zich bevinden in warenhuizen en shoppingcentra. Op een bepaald ogenblik kiest men voor een nieuwe look, en wordt een salon geopend in het stadscentrum.De keuze valt op een gebouw uit de 19de eeuw, in de rue du Mouton Blanc. De tand des tijds richtte heel wat schade aan. Zo is de voorgevel zwaar aangetast en past hij niet meer in het straatbeeld. Gentry wil het gebouw opnieuw in evenwicht brengen met de omgeving. De linker- en rechterdeur worden, op identieke wijze, hertekend. Het oude houtwerk wordt gerestaureerd en er wordt veel staal gebruikt.Binnenin wordt het centrale woongedeelte omgevormd tot een kapsalon voor heren, dat het verlengde vormt van het gedeelte voor vrouwen. Dat was oorspronkelijk de binnenkoer van het gebouw. De wasinstallatie is van het eigenlijke salon gescheiden door een gebogen muur in glas. Een houten trap leidt naar de mezzanine. Het hele complex is uitgewerkt rond een centrale as. Zo ontstaat een indruk van eenheid, terwijl de taken links en rechts toch kunnen worden verdeeld. Die idee is uitgewerkt in een tekening op de vloer. De centrale as is uitgevoerd in een subtiele mengeling van licht- en donkergrijs. Als versiering werden op de vloer rode driehoekjes aangebracht die voor een zeker stapritme zorgen. Aan het plafond zorgen driehoekige lampstructuren, in plexiglas en staal, voor de verlichting. Bij de renovatie was de homogeniteit van het gebouw de eerste prioriteit. Er werd veel zorg besteed aan de continuïteit tussen buiten en binnen. Dat is te merken aan de keuze van de gebruikte materialen. Architect A.P. Dirix had aandacht voor het kleinste detail. De kaptafels werden bijvoorbeeld speciaal ontworpen. Ze zijn vervaardigd uit kersenhout en versierd met een kleine driehoek uit esdoorn en notelaar. Hout werd gebruikt voor alles wat aangeraakt wordt. Staal en inox zorgen voor de nodige duurzaamheid. De realisatie werd in 1992 bedacht met de prijs voor stadsvernieuwing van Luik. De stedelijke overheid was met name tevreden dat boven het commercieel gedeelte ruimte is gemaakt voor woongelegenheid.We benadrukken tenslotte dat de bouwheer, via zijn investering, heeft bijgedragen tot de restauratie van een belangrijk stadspatrimonium. Katoen Natie, Antwerpen.In 1990 besliste het havenbedrijf Katoen Natie de oude vestiging aan de Van Aerdstraat en de Waegemakersstraat te renoveren en er de administratieve zetel in onder te brengen. Het project bestaat in feite uit twee delen. De renovatie van de pakhuizen "Ibertrade" en "Nationale" is al uitgevoerd. Momenteel voert men de tweede fase uit : een nieuwbouw en een linkgebouw (dat de trappen, de lift en het sanitair zal omvatten). De bestaande pakhuizen Ibertrade en Nationale waren echter erg verschillend van opbouw. De architecten Paul Robberecht en Hilde Daem hebben de verschillen echter in hun voordeel aangewend. Ze gebruikten de hoogtevariaties om licht in elk van beide gebouwen te brengen door middel van een serie koepels die een lichtschacht doorstralen. Al vroeg in het project deden de architecten een beroep op de Spaanse kunstenares Christina Iglesias. Iglesias ontwierp een serie van 8 lichtvolumes uit albasten kegels, afgedekt met glas in lood. Het werk thematiseert volgens de architecten de plaats van het individu en het is tevens een bewust vreemde inbreng in het geheel. Een element dat een andere cultuur integreert in een gebouw dat gebruikt wordt door een onderneming die met de hele wereld in verbinding staat.De gerenoveerde panden bevinden zich in de buurt van het Antwerpse Sint-Jansplein, een 19de-eeuwse stadsuitbreiding over de stadswal. De omgeving wordt gekenmerkt door het samengaan van pakhuizen, burger- en arbeiderswoningen.De gerenoveerde pakhuizen staan in een blok omgeven door vier straten, waarvan de overige bebouwing uit woonhuizen bestaat. De besloten situatie van de bestaande panden noopte de architecten tot een ontwerp dat naar binnen gericht is. Het intern gebruik van glaspuien moet hiervoor het nodige licht voorzien.Eens de tweede fase van het project voltooid zal zijn, zal het gebouw grotendeels uit kantoorruimten bestaan. Een klein gedeelte van de vloeroppervlakte wordt gereserveerd voor een museum dat de geschiedenis van Katoen Natie zal tonen.Van bij de aanvang van het project beslisten de initiatiefnemers en de architecten samen om het hele gebeuren in fasen te bekijken. Er moest tijdens de werken een grote graad van beslissingsvrijheid blijven bestaan over de inrichting van het uiteindelijke ruimtelijke resultaat.Voor onze jury zijn de Katoen Natie-kantoren "een uitzonderlijk voorbeeld van ruimtelijke herwaardering en interventie, gecombineerd met een opwaardering van de bestaande ruimten, materialen, iconen en kleuren, en met toevoeging van een hoogstaand hedendaags kunstwerk van een Spaanse kunstenares."Piessens Shoe-Import.Het gebouw bestaat uit een hoofdgebouw (administratie en showroom), magazijnen en een woning voor de conciërge. Het hoofdgebouw bestaat uit twee gelijke volumes op een onderling verschoven manier boven elkaar geplaatst. Er is een gesloten structuur op niveau 1 en een open structuur (glas) op het gelijkvloers (administratie). Vervolgens is op het gelijkvloers eenzelfde gedachtengang aangehouden. Het principe van een gesloten volume (steen) overlapt (zij het licht verschoven) met een open volume (glas). In de overlapping van beide, tekenen zich drie zones af : een L-vormige, gesloten ruimte in baksteen (waarin de secundaire functies zitten), de rondgang (een circulatiezone volledig in glas en die ook als thermische buffer dienst doet) en de intermediaire zone (de effectieve zone van overlapping, bestaande uit een half open/half gesloten cellulaire constructie. Het zijn de kantoren.Vervolgens zijn er op het gelijkvloers de uit de band springende rode volumes en vlakken, vier in totaal. Zij vormen een pinwheelstructuur (een soort intellectualistische rotatiebeweging die stamt uit het modernistische ideeëngoed). De bijzondere toedracht van deze arbitraire, rode volumes in het Piessens-ontwerp is aandacht trekken. We onderscheiden de rode inkomluifel, de rode monumentale trappenbak (toegang tot administratie en showroom). Vanuit een bepaalde hoek lijkt die bak op een monumentale vrouwenschoen met naaldhak. Een derde, rode volume hangt over de laadkade. Het is het bureau van de zaakvoerder. Een vierde, rode structuur, tenslotte, legt de link tussen het bureau van de echtgenote en een patio die zich in de L-vormige, gesloten ruimte bevindt.Als contrast onderbreekt het bureau van de zaakvoerder de rondgang waarmee alle bureaus in verbinding staan. De dynamiek begint en eindigt als het ware in het bureau van de zaakvoerder. De geslotenheid van de showroom op de eerste verdieping contrasteert met de vrij opengewerkte administratie op het gelijkvloers. Voor voldoende licht is onder meer gezorgd door een grote patio, die is ontstaan door één module als het ware uit het geheel te lichten en die wat verderop naast het hoofdgebouw te plaatsen (de conciërgewoning). Meteen ontstaat een verhaal over schaal tussen geheel en deel en tussen het verborgene (patio) en het zichtbare (conciërgewoning).Editions Dupuis, Marcinelle.In het nieuwe gebouw wil Editions Dupuis al haar activiteiten op een plaats concentreren. Er werd besloten om de maatschappelijke zetel te realiseren op een eigen terrein in Marcinelle, bij Charleroi. Daar bevond zich ook al de opslagplaats die architect Dooms in 1990 realiseerde. Het nieuwe gebouw moet een maximum aan communicatie tussen de personen en de verschillende afdelingen toelaten. Niet meer dan twee niveaus dus. In samenwerking met Dooms ontwierp het bureau Samyn & Partners een project, dat opvalt door zijn originaliteit en rekening houdt met de beperkte inplantingsmogelijkheden op het terrein. Omdat het terrein aan de voorkant smal is, moeten de architecten het gebouw verder van de weg zetten. De ruimte krijgt een meerwaarde door aanplantingen en geeft een beter perspectief op de voorgevel.Bovendien moest rekening worden gehouden met de doorgang voor vrachtwagens naar de opslagplaats achteraan. Een grapje : het gebouw komt op funderingen van 4,80 meter boven het niveau van het park. Alleen de ingang raakt de grond.Door de noordoostoriëntatie van de hoofdgevel krijgt die maar weinig zon. De zijkanten zijn van stores voorzien die automatisch zakken wanneer de zon te fel schijnt... Symmetrie is een primordiaal element. Het gebouw bestaat uit vier kantoorvleugels gescheiden door atria, drie in totaal. Het zijn echte poelen van licht en elk atrium is een communicatieruimte. Binnentuin of receptie, bijvoorbeeld. De functies zijn verdeeld over de twee zijden van het gebouw. Een vleugel is bestemd voor de administratie en het bestuur en in de andere zitten de redactie van Robbedoes en de audiovisuele activiteiten.Ook de kantoren zijn gescheiden door glazen wanden. De kantoormodules werden zo ontworpen dat ze volgens de behoeften aangepast kunnen worden. De tussenwanden, houten kaders, zijn gemakkelijk te verplaatsen. Verlichting, verluchtingsopeningen, enz, alles werd berekend om een nieuwe configuratie mogelijk te maken. Het meubilair is antraciet en de houten tabletten gevernist. De kasten zijn dan weer wit.Hogenheuvelcollege, Leuven.De Faculteit Economische Wetenschappen en Toegepaste Economische Wetenschappen heeft voor deze lokalen in het oude college in het hartje van Leuven gekozen. Het complex werd volledig gerenoveerd en huisvest het merendeel van de lokalen van de faculteit : niet alleen de bibliotheek, maar ook de kantoren en seminaries voor de studenten van de derde cyclus. De auditoria blijven in de oude gebouwen in de Dekenstraat. Van het oude college hebben de architecten de meest waardevolle historische gebouwen behouden en gerenoveerd. Er werd een speciale inspanning geleverd om de functies aan de karakteristieken van de architectuur aan te passen. De meest kostbare gebouwen, zoals het huis 'van 't Sestich' of de oude kapel, kregen een representatieve functie. Achteraan vervangt een nieuwe constructie de gebouwen uit de 19de en 20ste eeuw. In dit deel komen de bibliotheek en een aantal lokalen. Ondergronds werden parkeerplaatsen voorzien. De hoofdingang tot het domein ligt aan de Naamsestraat, de universiteitsstraat bij uitstek. Op deze plaats bevinden zich ook de meeste historische gebouwen.Binnengaan in het gebouw gebeurt in twee etappes. Eerst komt men op een kleine binnenkoer met 19de-eeuwse allures en daarna ontdekt men de nieuwe constructies. De inkomhal bevindt zich in het hartje van het nieuwe gebouw en is ook via het stadspark toegankelijk. De renovatie van het college maakte het dus mogelijk om een open doorgang te creëren, die het park met de Naamsestraat verbindt en de stad zo verrijkt met een nieuwe, groene ruimte met terrassen, wandelpaden en tuinen.Door plaatsgebrek en het verlangen om een prestigieuze beuk te beschermen, kreeg het gebouw een vrij onregelmatige vorm. De vleugels van het gebouw werden naar het voorbeeld van het oude gebouw opgetrokken. De bibliotheek kwam een etage lager terecht. Beneden werd een kleine koer ingericht als privé-ruimte.De kleuren zijn erg specifiek en bewust gekozen. Ivoor voor de binnenkoer, grijs voor de boord van de tuinen en grijs-beige voor de parkruimte. De hoofdgevel van het gotische huis 'van 't Sestich' behield zijn baksteenkleur. De historische bouwwerken werden niet volledig gerestaureerd. Alleen de elementen met een grote, architecturale waarde werden gerenoveerd. De nieuwe, hedendaagse delen werden trouwens geïntegreerd, met de bedoeling het gebouw beter tot zijn recht te laten komen. Er werd een stijlanalyse gemaakt zodat de moderne toevoegsels het principe van de historische evolutie benadrukken.Véronique Pirson Samyn & Partners besloot de Ferme de Stassart in de oorspronkelijke staat te herstellen en er zijn kantoren in onder te brengen.Het gebouw van Confectiebedrijf Gysemans is een functioneel geheel dat sober is en toch een prettige en rustige werkomgeving creëert.Gentry koos voor een gebouw uit de 19de eeuw, in de rue du Mouton Blanc. Binnen werd hout gebruikt voor alles wat aangeraakt wordt. Staal en inox zorgen voor de nodige duurzaamheid. Respect voor de bestaande structuren kreeg bij Katoen Natie prioriteit.Bij Piessens contrasteert de geslotenheid van de showroom op de eerste verdieping met de vrij opengewerkte administratie op het gelijkvloers. De rode, monumentale trappenbak geeft toegang tot de administratie en showroom. De kantoren bij Dupuis zijn gescheiden door glazen wanden. Gevolg : een grotere gebruiksvriendelijkheid en transparantie.Het Hogenheuvelcollege huisvest het merendeel van de lokalen van de Faculteit Economische Wetenschappen en Toegepast Economische Wetenschappen.