Het regionale conflict in Syrië en Irak is voor ons Europeanen dichterbij dan ooit. Door de geslaagde en verijdelde aanslagen van uit Europa afkomstige Syriëstrijders, door de gruwelijke beelden van de onthoofdingen door de milities van Islamitische Staat (IS) heeft een geopolitieke oorlog tussen moslimlanden de westerse huiskamers bereikt.
...

Het regionale conflict in Syrië en Irak is voor ons Europeanen dichterbij dan ooit. Door de geslaagde en verijdelde aanslagen van uit Europa afkomstige Syriëstrijders, door de gruwelijke beelden van de onthoofdingen door de milities van Islamitische Staat (IS) heeft een geopolitieke oorlog tussen moslimlanden de westerse huiskamers bereikt. Bovendien zijn oude bondgenootschappen gewijzigd. Een paar jaar geleden wilden de westerse landen het Syrische regime onder leiding van Bachar al-Assad omverwerpen. Nu wordt de Syrische president gedoogd en gaat alle aandacht naar het indijken van IS, de aartsvijand van het Assad-regime. Hoe is dat mogelijk geworden? Les chemins de Damas van Christian Chesnot en Georges Malbrunot biedt een antwoord. Beide Franse journalisten, ooit een tijdlang gegijzeld in Irak, kennen het Midden-Oosten op hun duimpje. In hun boek leggen ze uit hoe de Verenigde Staten, de West-Europese landen en in het bijzonder Frankrijk zich volledig miskeken hebben op de gevolgen van de Arabische Lente van 2011. Na de val van de dictators in Tunesië (Ben Ali) en Egypte (Moebarak) dachten Parijs en Londen dat het Syrië van Bachar al-Assad snel zou volgen. Zo zou van Noord-Afrika tot in het Midden-Oosten een reeks democratieën naar westers model tot stand komen. Dat bleek een vergissing. De West-Europese landen hadden niet door dat er in de regio eigenlijk een machtsstrijd aan de gang was tussen enerzijds Saoedi-Arabië en een aantal bondgenoten zoals Qatar en anderzijds Iran met zijn bondgenoten (Syrië, Hezbollah in Libanon). De scheidingslijn tussen de twee kampen loopt grotendeels parallel met de opdeling van de moslimbevolking in soennieten en sjiieten. Saoedi-Arabië en Qatar probeerden in 2011 van de opstand in Syrië gebruik te maken om hun invloedssfeer uit te breiden en Assad, een vriend van Iran, te verdrijven. Ze deinsden er niet voor terug fundamentalistische milities te steunen, waaruit dan Islamitische Staat (IS) is voortgekomen. De VS en de Europese landen, die de Golfstaten omwille van economische belangen te vriend wilden houden, hebben dat perfide beleid van de Saoedi's en de emir van Qatar lange tijd door de vingers gezien. De frustratie ten opzichte van Assad was in Londen en zeker in Parijs zeer groot omdat ze nooit grip hebben gekregen op de man en zijn regime. Jarenlang hebben de Fransen een dubbelzinnig buitenlands beleid gevoerd ten opzichte van Syrië, dat na de Eerste Wereldoorlog een tijdlang Frans mandaatgebied was. Er waren periodes van grote spanningen toen Syrië een deel van buurland Libanon bezet hield. Tegelijk leverde Frankrijk wapens aan de vader van Assad en werkten de geheime diensten van de twee landen samen. Maar Syrië, van oudsher een bondgenoot van de Russen, wou zich niet aan het Westen binden. Toen in 2013 tijdens de burgeroorlog in Syrië chemische wapens werden gebruikt -- zowel door Assad als door de rebellen, zo tonen de auteurs aan -- wou Frankrijk samen met de VS Assad 'wegbombarderen', zoals met Khadaffi in Libië was gebeurd. De opkomst van IS verplichtte het Westen het geweer van schouder te veranderen. Assad werd ongemoeid gelaten. Nu is het IS dat moet worden verdreven. Volgens de auteurs is het Westen zelf medeverantwoordelijk voor dit imbroglio in het Midden-Oosten. Christian Chesnot en Georges Malbrunot, Les chemins de Damas, Robert Laffont, 2014, 384 blz., 22 euroALAIN MOUTON