2014 was geen bijzonder goed jaar voor de basismetalen, maar de aluminiumprijs kon het jaar wel afsluiten met een kleine winst van 2,9 %. De globale aluminiumindustrie is al enkele jaren in de ban van een overaanbod en hoge voorraden. Het snoeien in de overcapaciteit ging al van start, maar dit noodzakelijke aanpassingsproces aan de aanbodzijde verloopt (te) langzaam. Vooral dan in China. Toch was 2014 opnieuw een bijzonder goed jaar voor de Amerikaanse aluminiumgroep Alcoa. Het aandeel van het bedrijf steeg vorig jaar met bijna 50 % en dankzij beter dan verwachte kwartaalresultaten werd ook 2015 goed ingezet. Dit is enerzijds te danken aan ...

2014 was geen bijzonder goed jaar voor de basismetalen, maar de aluminiumprijs kon het jaar wel afsluiten met een kleine winst van 2,9 %. De globale aluminiumindustrie is al enkele jaren in de ban van een overaanbod en hoge voorraden. Het snoeien in de overcapaciteit ging al van start, maar dit noodzakelijke aanpassingsproces aan de aanbodzijde verloopt (te) langzaam. Vooral dan in China. Toch was 2014 opnieuw een bijzonder goed jaar voor de Amerikaanse aluminiumgroep Alcoa. Het aandeel van het bedrijf steeg vorig jaar met bijna 50 % en dankzij beter dan verwachte kwartaalresultaten werd ook 2015 goed ingezet. Dit is enerzijds te danken aan het management van Alcoa maar anderzijds ook aan enkele gunstige evoluties op de aluminiummarkt. Alcoa zette de voorbije jaren met succes de stap van een bedrijf met de nadruk op ontginning en exploratie naar eindproducten met een hogere toegevoegde waarde. Daarvoor was een stevige herstructurering nodig die heel wat geduld vergde van aandeelhouders. Een ander belangrijk element is de evolutie van de premies op de fysieke aluminiummarkt. Het gaat om de toeslag die betaald moet worden bovenop de prijzen die op de London Metals Exchange (LME) worden geafficheerd. Deze premies zijn enkel van toepassing voor industriële afnemers. De toeslag is het gevolg van kunstmatige schaarste op de markt, waarbij fysiek metaal vastzit in financieringscontracten en dus niet in aanmerking komt voor fysieke levering. De premies zijn regiogebonden en lopen uiteen van 420 USD/ton in Japan tot bijna 530 USD/ton in de Verenigde Staten en liggen daarmee ongeveer dubbel zo hoog als een jaar eerder. Voor Alcoa was dit alvast geen slechte zaak want de gemiddelde ontvangen prijs per ton verkocht aluminium klom in het vierde kwartaal met 421 USD of bijna 20 % op jaarbasis, naar 2578 USD. Hogere prijzen en gestegen verkoopvolumes lieten de groepsomzet met 14 % toenemen, tot 6,38 miljard USD, meer dan 300 miljoen USD boven de consensusprognose. Alcoa realiseerde een nettowinst van 159 miljoen USD, terwijl Alcoa vorig jaar na een hoge goodwillafschrijving van 1,73 miljard USD diep in de rode cijfers dook. Ook exclusief eenmalige elementen lag de winst met 432 miljoen USD (0,33 USD per aandeel) boven de consensusverwachting van (0,29 USD). Dit was voor Alcoa het beste operationeel resultaat sinds 2008. De overname van het Britse Firth Rixson (3 miljard USD), een toeleverancier aan de luchtvaartsector, werd eind vorig jaar afgerond. De verkoop van aluminium aan de luchtvaart- en auto-industrie draaide in het vierde kwartaal op volle toeren. Verwacht wordt dat dit ook in 2015 het geval zal zijn. De opstart van de raffinagefabriek in Saoedi-Arabië (lagere kosten) moet de negatieve impact van de duurdere USD wat compenseren. De vrije kasstroom lag op het hoogste niveau in 4 jaar tijd en de operationele kasstroom was met 1,5 miljard USD zelfs hoger dan ooit. Het meest recente kwartaalrapport bevestigt de operationele verbetering. Als een van de weinige aandelen uit de grondstoffensector doet Alcoa het dan ook erg goed. Gezien de onzekerheid rond de evolutie van de fysieke premies en de opgelopen koers zouden we het aandeel niet achterna hollen. Advies: houden Risico: gemiddeld Rating: 2B