In 2021 leefde 13,1 procent van de Belgen in een gezin met een totaal beschikbaar inkomen dat lager lag dan de armoededrempel. Die bedraagt 1.287 euro per maand voor een alleenstaande. Nog eens 11,9 procent leefde in een hu...

In 2021 leefde 13,1 procent van de Belgen in een gezin met een totaal beschikbaar inkomen dat lager lag dan de armoededrempel. Die bedraagt 1.287 euro per maand voor een alleenstaande. Nog eens 11,9 procent leefde in een huishouden met een lage werkintensiteit en 6,3 procent leed onder ernstige materiële en sociale deprivatie. Wie zich in een van die situaties bevindt, of in een combinatie ervan, valt in de risicogroep voor armoede of sociale uitsluiting. Voor 2021 ging het om 19,3 procent van de bevolking, of bijna 2,2 miljoen Belgen. Er is een effect van de pandemie op de inkomens. Het mediane inkomen van werknemers bleef zo goed als stabiel, terwijl er doorgaans een stijging is. Het mediane inkomen van zelfstandigen daalde met zo'n 20 procent. De werkende bevolking kon het inkomensverlies enigszins opvangen dankzij allerlei uitkeringen. De uitkeringen van gepensioneerden, langdurig zieken en werklozen werden in 2020 geïndexeerd, waardoor het effect van de pandemie uitbleef. Zonder al die uitkeringen zou 27,8 procent van de bevolking een armoederisico lopen in 2021, tegenover 25,6 procent in 2020.