De opkomst van economische en politieke grootmachten, de wijzigende geopolitieke machtsverhoudingen, de rijkdom van de Rockefellers en zelfs het succes van financiële instellingen als Chase en Citigroup: allemaal zijn ze het gevolg van de olie die nu al 150 jaar de wereldeconomie domineert. Matthieu Auzanneau schreef met Or Noir de geschiedenis van het zwarte goud. Hij bekijkt de invloed van de fossiele brandstof op de wereldeconomie vanuit de meest uiteenlopende oogpunten.
...

De opkomst van economische en politieke grootmachten, de wijzigende geopolitieke machtsverhoudingen, de rijkdom van de Rockefellers en zelfs het succes van financiële instellingen als Chase en Citigroup: allemaal zijn ze het gevolg van de olie die nu al 150 jaar de wereldeconomie domineert. Matthieu Auzanneau schreef met Or Noir de geschiedenis van het zwarte goud. Hij bekijkt de invloed van de fossiele brandstof op de wereldeconomie vanuit de meest uiteenlopende oogpunten. In de tweede helft van de 19de eeuw begint olie een centrale rol in de economie te spelen. Dan is er nog geen sprake van massale olieontginning in de Arabische wereld. Wie toen olie zei, zei de Verenigde Staten. Auzanneau brengt het verhaal van de opkomst van John D. Rockefeller en zijn Standard Oil. En van de ontmanteling van het bedrijf op basis van de antitrustwetgeving. Hij legt ook uit hoe de zogenaamde 'Seven Sisters' de markt een halve eeuw hebben beheerst. Banken als Citigroup werden groot dankzij oliegeld. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was olie veel belangrijker dan tot nu toe werd gedacht. De Japanse aanval op Pearl Harbour was ingegeven door de zoektocht naar olie. Hitler wou in 1942 doorstoten naar de Kaukasus om de olievelden van Bakoe onder controle te krijgen. Wat mislukte. De nazi's moesten zich aan het einde van de oorlog behelpen met synthetische olie van zeer slechte kwaliteit. Het is ook kort voor het einde van die tweede wereldbrand dat de Amerikaanse president Franklin Roosevelt en de Saoedische koning Ibn Saoud een deal sloten: de Verenigde Staten beschermen de Saoedische oliestaat en in ruil moet het zwarte goud massaal naar het Westen vloeien. Roosevelt belooft de Saoedi's ook te betrekken bij een oplossing voor het conflict tussen joden en Palestijnen. Auzanneau stelt in zijn boek dat de opkomst van terroristische organisaties als Al Qaeda niet los kan worden gezien van de strijd om de controle over de oliebronnen. De radicalisering van figuren als Osama Bin Laden heeft volgens hem niets te maken met frustratie over het lot van de Palestijnen. Wel met het feit dat het Westen zo sterk aanwezig is in Saoedi-Arabië. Saoedi-Arabië van zijn kant gebruikt de massale olie-inkomsten om zich te profileren als een regionale grootmacht. Dat is vandaag het geval, waarbij een land als Jemen eigenlijk een strijdperk wordt tussen Saoedi-Arabië en grote rivaal Iran. Dat was ook dertig jaar geleden zo toen de Saoedi's 25 miljard dollar oliegeld doorsluisden naar de Iraakse leider Saddam Hoessein om de oorlog tegen Iran te financieren. In 1991 betaalde Riyad dan weer een deel van de factuur van de Eerste Golfoorlog: 60 miljard dollar. Uiteraard gaat Auzanneau dieper in op de echte belangen die speelden bij de Tweede Golfoorlog van 2003 en het verdrijven van Saddam Hoessein. De auteur toont aan dat de Britse premier Tony Blair tot elke prijs aan de oorlog wou deelnemen. De Britten vreesden immers dat BP naast belangrijke oliecontracten zou grijpen en dat de Amerikanen gewoon de oude contracten tussen Saddam Hoessein en het Franse Total zouden honoreren. Matthieu Auzanneau, Or noir. La grande histoire du pétrole, Ed. La Découverte, 2015, 710 blz., 26 euroALAIN MOUTON