In het verslag van de Hoge Raad voor Werkgelegenheid wordt bevestigd dat er de voorbije jaren een duidelijke groei van de werkgelegenheid plaatsvond in ons land. Sinds 2008 gaat het om een stijging met 7,5 procentpunten, wat duidelijk meer is dan het Europese gemiddelde. In 2018 werden netto 62.000 netto jobs gecreëerd. De werkloosheidsgraad is intussen ook gedaald tot 6 procent, het laagste niveau sinds het midden van de jaren zeventig.

'Er is de laatste jaren een behoorlijke vooruitgang geboekt op de arbeidsmarkt. Maar de vooruitzichten voor de komende jaren zijn, als er geen nieuwe maatregelen genomen worden, iets minder optimistisch', zegt Steven Vanackere, ondervoorzitter van de Hoge Raad voor Werkgelegenheid. 'We moeten dus niet voetstoots aannemen dat de vooruitgang van de afgelopen jaren zomaar voortgezet zal worden', luidt het

Voor dit jaar wordt er wel nog altijd gerekend op een gelijkaardige toename van het aantal jobs (+61.000). Maar verwacht wordt dat die groei in 2020 en 2021 nog maar half zo groot zal zijn.

De Hoge Raad waarschuwt dat onder meer de spanningen op de arbeidsmarkt de banencreatie dreigen af te remmen. 'Die spanningen zijn vooral bijzonder sterk in Vlaanderen. We hebben er een werkloosheid die ongeveer even groot is als het aantal niet ingevulde vacatures', zegt Vanackere.

Krapte

HRW beveelt de verschillende overheden dan ook aan om maatregelen te nemen die de mismatch tussen de vraag en het aanbod op de arbeidsmarkt wegnemen. Daarbij wordt onder meer gekeken naar aanpassingen aan de arbeidsvoorwaarden (bijvoorbeeld werktijden en woon-werkverkeer) en bijkomende financiële prikkels om te werken. Ook extra investeringen in scholing en opleidingen, om tegemoet te kunnen komen aan de toenemende vraag naar hooggekwalificeerde profielen, worden nodig geacht.

Bovendien wijst HRW erop dat begin volgend decennium ook een daling van de bevolking op arbeidsleeftijd wordt verwacht. Vooral Vlaanderen dreigt daarmee geconfronteerd te worden. Sowieso ligt de arbeidsmarktparticipatie bij de 15- tot 64-jarigen in België, ondanks een groei naar 68,6 procent, nog altijd onder het Europese gemiddelde. 'Door die combinatie, een lage participatiegraad binnen een 'universum' dat aan het afnemen is, riskeren de spanningen op de arbeidsmarkt wegens onvoldoende aanbod toe te nemen', zegt Vanackere. 'Er moet daarom ook meer worden gemobiliseerd, in de eerste plaats bij de kansengroepen', zoals laaggeschoolden en niet-EU-burgers.

Tot slot besteedt de Hoge Raad aandacht aan Belgische concurrentiepositie. De loonhandicap ten opzichte van onze buurlanden is in 2018 nog verder verder afgenomen en bedraagt nog 0,9 procent', aldus Vanackere. 'Het verhaal van de loonkostencompetitiviteit is niet afgesloten, want we moeten dat altijd in het oog blijven houden. Maar we kunnen niet meer spreken van een zorgelijke situatie.'

Peeters

Ontslagnemend minister van Werk Kris Peeters (CD&V) verklaarde bij de voorstelling van het rapport dat het 'niet aan mij is om in te gaan op alle aanbevelingen'. Hij klopte zich wel op de borst voor de toegenomen werkgelegenheid, door onder meer te verwijzen naar de taxshift en de maatregelen die de federale regering genomen heeft om de concurrentiepositie van bedrijven te versterken. 'Er is veel te doen over de redenen voor die jobcreatie. Er zijn inderdaad vele factoren die daarvoor verantwoordelijk zijn, maar mochten we 62.000 jobs verloren hebben, dan zou iedereen in elk geval wél naar de politiek gewezen hebben.' 'Met dit rapport krijgen de formatiegesprekken op federaal en regionaal niveau bijkomend materiaal aangereikt', verklaarde Peeters nog. 'Samen met een OESO-rapport over productiviteit in België, dat binnen de twee weken verschijnt, kan dit een rol spelen bij het verder mogelijk maken van de juiste politieke mix', besloot de ontslagnemende vicepremier.