Ann Brusseel (43) is de directrice van de Erasmushogeschool in Brussel. Die heeft ook diverse lerarenopleidingen in haar aanbod. Tot vorig jaar zat Brusseel voor Open Vld in het Vlaams Parlement. Ze concentreerde zich als volksvertegenwoordiger op onderwijs.

Hoe kijkt u vanuit de praktijk naar de discussie over de dalende kwaliteit in het onderwijs?

ANN BRUSSEEL. "Je kunt niet zeggen dat de kwaliteit echt slecht is, maar het kan zeker beter. Niet alle verantwoordelijkheid ligt bij het beleid. Het is goed dat de politiek zich niet met pedagogie bezighoudt, maar de beslissingen die de koepels en de netten de jongste decennia genomen hebben, waren niet altijd de juiste.

De focus op vaardigheden in plaats van op kennis, is daar een voorbeeld van. De wereld mag dan wel veranderd zijn, het cognitieve leerproces blijft hetzelfde. Kennis wordt te veel veronachtzaamd. Dat gebeurt bovendien vanuit een verkeerd pedagogisch perspectief: als je de kloof met de zwakkeren wil dichten door de sterkere prestaties te verlagen, dan verklein je niet de kloof, maar ben je gewoon slecht bezig."

Speelt de kwaliteit van de leraren een rol?

BRUSSEEL. "Negen jaar lang heb ik in het parlement benadrukt dat het nodig is leraars te hebben met het juiste bekwaamheidsbewijs. Nu geven te veel leerkrachten een vak waar ze niet voor zijn opgeleid. Geen enkele minister wilde dat aanpakken. Vooral omdat er al een groeiend lerarentekort was. Dat is volgens mij de oorzaak van de neerwaartse spiraal in het aantal studenten dat kiest voor wiskunde of wetenschappen."

Kiezen ook te weinig goede studenten voor een lerarenopleiding?

BRUSSEEL. "Dat klopt. Vandaag heeft de lerarenopleiding niet meer het prestige van voorheen. Wie kan, stuurt zijn kinderen naar de universiteit. De recente campagne om positieve verhalen in de kijker te zetten, is een eerste aanzet om dat te veranderen.

"Voorheen luisterden ouders naar wat een leerkracht te zeggen had over de prestaties van hun kind. Vandaag moet een leerkracht elk minpunt kunnen verantwoorden. En dat leidt tot druk van directies op leerkrachten. Elke beslissing kan worden aangevochten. Dat maakt het beroep minder aantrekkelijk.

"Voorlopig is van een echte hervorming van de loopbaan geen sprake. Daarvoor reageren de vakbonden iets te behoudsgezind. Het is alsof ze vinden dat er nieuwe leerinhouden nodig zijn in de 21ste eeuw, maar tegelijk de jobinhoud van een leerkracht niet mag veranderen. Sowieso is er de jongste jaren veel te weinig naar de leerkrachten geluisterd.

"Lesgeven is intensiever dan op een kantoor zitten. Wie het beroep reduceert tot de uren voor de klas, vergist zich. In de discussie over het loopbaanpact zou je bijvoorbeeld de anciens in het lerarenkorps een uurtje meer kunnen laten lesgeven, terwijl je jonge leerkrachten die nog veel moeten voorbereiden juist minder uren voor de klas zou kunnen laten staan. Nu zie je vaak dat de nieuwkomers de moeilijkste klassen in hun uurrooster krijgen. Op die manier branden ze meteen op."

Hoe evalueert u de hervorming van de lerarenopleiding?

BRUSSEEL. "Ik denk dat er nog aanpassingen nodig zijn. Zo zou de professionele bachelor baat hebben bij een voorbereidend jaar. Er is nu al een niet-bindende instaptoets, die aan studenten een indicatie geeft waar er tekorten zijn om bij te werken. Zo'n propedeuse zou sommigen de tijd geven om die achterstand in te halen.

"Voorts is in de meeste hogescholen de lerarenopleiding deficitair. Dat komt door de koppeling aan het aantal leerlingen. Ik vind het maatschappelijk onverantwoord onze lerarenopleiding stop te zetten, maar de realiteit is wel dat een goede lerarenopleiding een goede financiering vergt. In het decreet waar minister Crevits mee uitpakte, wordt de lerarenopleiding wel hervormd, maar zijn de centen niet gevolgd."