Het is te vroeg om te panikeren over de hoge en hardnekkige inflatie. De schrikreactie is begrijpelijk, want het is geleden van 2008 dat de inflatie zo hoog opliep. En het ergste moet nog komen. In België en Europa zal de inflatie pas tegen het einde van het jaar pieken op bijna 5 procent. Dat is meer dan genoeg om spaarders nog meer in de gordijnen te jagen, om onrust te zaaien bij de consument en om de werkgevers te laten tobben over hun concurrentiekracht.

Ook de Europese Centrale Bank (ECB) komt gevangen te zitten tussen de hamer van inflatie en het aambeeld van een vertragende economie. De financiële markten lijken de ECB niet meer te geloven dat een eerste renteverhoging niet voor 2023 op de agenda staat.

Inflatiepaniek is voorbarig.

Maar deze hoge inflatie blijft tot nader order een tijdelijk verschijnsel. Volgend jaar zal de prijsdruk wegebben om verschillende redenen. Ten eerste is de hogere inflatie voor ongeveer de helft te wijten aan hogere prijzen voor energie. In principe moeten die prijzen volgend jaar dalen. Zelfs een stagnatie van de energieprijzen leidt tot een afkoelende inflatie. Een bijkomende troostprijs is dat ook onze handelspartners kampen met hogere energieprijzen, zodat de schade aan onze concurrentiekracht beperkt blijft.

Ten tweede is de hoge inflatie een gevolg van het krachtige herstel dat gebotst is op een gehavend en haperend aanbod, maar ook dat is tijdelijk. Ten derde blijven de inflatieverwachtingen voorlopig verankerd en is er nog bijlange geen sprake van een loon-prijsspiraal.

Bezorgdheid is gewettigd, maar als de inflatie zich op middellange termijn rond 2 procent nestelt, krijgt de ECB na zeven jaar vruchteloos proberen eindelijk waar voor haar geld.

Het is te vroeg om te panikeren over de hoge en hardnekkige inflatie. De schrikreactie is begrijpelijk, want het is geleden van 2008 dat de inflatie zo hoog opliep. En het ergste moet nog komen. In België en Europa zal de inflatie pas tegen het einde van het jaar pieken op bijna 5 procent. Dat is meer dan genoeg om spaarders nog meer in de gordijnen te jagen, om onrust te zaaien bij de consument en om de werkgevers te laten tobben over hun concurrentiekracht. Ook de Europese Centrale Bank (ECB) komt gevangen te zitten tussen de hamer van inflatie en het aambeeld van een vertragende economie. De financiële markten lijken de ECB niet meer te geloven dat een eerste renteverhoging niet voor 2023 op de agenda staat. Maar deze hoge inflatie blijft tot nader order een tijdelijk verschijnsel. Volgend jaar zal de prijsdruk wegebben om verschillende redenen. Ten eerste is de hogere inflatie voor ongeveer de helft te wijten aan hogere prijzen voor energie. In principe moeten die prijzen volgend jaar dalen. Zelfs een stagnatie van de energieprijzen leidt tot een afkoelende inflatie. Een bijkomende troostprijs is dat ook onze handelspartners kampen met hogere energieprijzen, zodat de schade aan onze concurrentiekracht beperkt blijft. Ten tweede is de hoge inflatie een gevolg van het krachtige herstel dat gebotst is op een gehavend en haperend aanbod, maar ook dat is tijdelijk. Ten derde blijven de inflatieverwachtingen voorlopig verankerd en is er nog bijlange geen sprake van een loon-prijsspiraal.Bezorgdheid is gewettigd, maar als de inflatie zich op middellange termijn rond 2 procent nestelt, krijgt de ECB na zeven jaar vruchteloos proberen eindelijk waar voor haar geld.