Extra concurrentie kan de prijs van vast internet verlagen en de snelheid ervan opvoeren. Die concurrentie komt het beste van virtuele operatoren die gebruikmaken van de netwerken van Proximus of Telenet.

In internationale vergelijkingen scoort België uitstekend voor zijn netwerkkwaliteit, maar we zijn wel bij de duurste landen. Te weinig concurrentie in vast internet is een oud zeer, maar het probleem werd acuut door de coronacrisis. Een lagere telecomfactuur betekent een structurele verhoging van onze koopkracht. De vraag is hoe we dat het beste doen.

Het energienetbedrijf Fluvius, dat afhangt van de Vlaamse steden en gemeenten, maakt de grote spelers Proximus en Telenet zenuwachtig door op vijf plaatsen in Vlaanderen glasvezel te trekken naar huizen. Fluvius kan dat netwerk laten gebruiken door Orange en andere kleine operatoren. Maar op dit moment is de businesscase voor zo'n apart derde netwerk vrij zwak.

Een lagere telecomfactuur betekent een structurele verhoging van onze koopkracht.

Telenet en Proximus zijn vrijwel overal aanwezig met een netwerk van heel hoge kwaliteit en blijven investeren in verbeteringen. Bovendien loopt de kostprijs van een nieuw netwerk waar alle Vlaamse huizen op aangesloten zijn, al snel op tot een paar miljarden euro's. Het zou tragisch zijn mocht Fluvius de Vlaming aan een beter en goedkoper internet helpen, als hun belastingen of hun energiefactuur daardoor stijgen.

Een goedkoper alternatief om de concurrentie aan te wakkeren, is nog meer inzetten op de virtuele operatoren, die nu al het netwerk van Proximus, Telenet en VOO gebruiken. De overheid moet er streng op toezien dat de virtuele operatoren hun rol kunnen spelen. En als het niet anders kan, moet de netbeheerder Fluvius de markt maar openbreken.

Extra concurrentie kan de prijs van vast internet verlagen en de snelheid ervan opvoeren. Die concurrentie komt het beste van virtuele operatoren die gebruikmaken van de netwerken van Proximus of Telenet.In internationale vergelijkingen scoort België uitstekend voor zijn netwerkkwaliteit, maar we zijn wel bij de duurste landen. Te weinig concurrentie in vast internet is een oud zeer, maar het probleem werd acuut door de coronacrisis. Een lagere telecomfactuur betekent een structurele verhoging van onze koopkracht. De vraag is hoe we dat het beste doen. Het energienetbedrijf Fluvius, dat afhangt van de Vlaamse steden en gemeenten, maakt de grote spelers Proximus en Telenet zenuwachtig door op vijf plaatsen in Vlaanderen glasvezel te trekken naar huizen. Fluvius kan dat netwerk laten gebruiken door Orange en andere kleine operatoren. Maar op dit moment is de businesscase voor zo'n apart derde netwerk vrij zwak. Telenet en Proximus zijn vrijwel overal aanwezig met een netwerk van heel hoge kwaliteit en blijven investeren in verbeteringen. Bovendien loopt de kostprijs van een nieuw netwerk waar alle Vlaamse huizen op aangesloten zijn, al snel op tot een paar miljarden euro's. Het zou tragisch zijn mocht Fluvius de Vlaming aan een beter en goedkoper internet helpen, als hun belastingen of hun energiefactuur daardoor stijgen. Een goedkoper alternatief om de concurrentie aan te wakkeren, is nog meer inzetten op de virtuele operatoren, die nu al het netwerk van Proximus, Telenet en VOO gebruiken. De overheid moet er streng op toezien dat de virtuele operatoren hun rol kunnen spelen. En als het niet anders kan, moet de netbeheerder Fluvius de markt maar openbreken.