Voor sommigen onder u is deze maand misschien 'Dry January'. Trends gunt iedereen zijn bourgondische levensstijl, maar alvast financieel is zo'n maandje zonder alcohol een verademing. Alcohol en tabak vormen niet alleen een vrij dure uitgavenpost, ze werden de voorbije tien jaar in de supermarkt ook opmerkelijk sneller duurder dan de rest van het winkelmandje. Dat komt door de stijging van de grondstoffenprijzen en de loonkosten - die ook andere producten trof -, maar vooral omdat de accijnzen erop sterk werden verhoogd. Dat gebeurde onder meer vijf jaar geleden, in het kader van de taxshift van de regering-Michel. Die belastingverhoging valt duidelijk te zien in de inflatiecijfers. In 2016 werd alcohol gemiddeld 8,4 procent duurder en tabak 5,5 procent. Dat was goed voor 0,5 procentpunt van de totale inflatie van 1,8 procent, bijna een derde dus.
...

Voor sommigen onder u is deze maand misschien 'Dry January'. Trends gunt iedereen zijn bourgondische levensstijl, maar alvast financieel is zo'n maandje zonder alcohol een verademing. Alcohol en tabak vormen niet alleen een vrij dure uitgavenpost, ze werden de voorbije tien jaar in de supermarkt ook opmerkelijk sneller duurder dan de rest van het winkelmandje. Dat komt door de stijging van de grondstoffenprijzen en de loonkosten - die ook andere producten trof -, maar vooral omdat de accijnzen erop sterk werden verhoogd. Dat gebeurde onder meer vijf jaar geleden, in het kader van de taxshift van de regering-Michel. Die belastingverhoging valt duidelijk te zien in de inflatiecijfers. In 2016 werd alcohol gemiddeld 8,4 procent duurder en tabak 5,5 procent. Dat was goed voor 0,5 procentpunt van de totale inflatie van 1,8 procent, bijna een derde dus. De rest van uw winkelkarretje is de jongste tien jaar ook duurder geworden, maar veel minder. En sommige producten zijn zelfs relatief goedkoper dan toen. "Tussen 2010 en oktober 2021 zijn de prijzen van groenten, fruit, vlees en andere niet-bewerkte levensmiddelen minder hard gestegen dan de inflatie doet vermoeden", zeggen Mathias Ingelbrecht en Peter Van Herreweghe van de federale overheidsdienst Economie. "Die korf producten is in die periode 15 procent duurder geworden, terwijl de algemene inflatie over die periode 24 procent is." De prijzen van de bewerkte levensmiddelen, exclusief alcohol en tabak, bleven ook onder de gecumuleerde inflatie, maar daar was het verschil veel kleiner." Ingelbrecht en Van Herreweghe verwijzen ook naar een studie van het Prijzenobservatorium. Dat houdt nauwgezet de evolutie van de consumptieprijzen in de gaten. In 2017 maakte het een vergelijking tussen de prijzen in de Belgische supermarkten en die in de buurlanden. Een korf van identieke producten kostte in de buurlanden toen minstens 10 procent minder dan in België. "Dat prijsverschil moet wel wat verkleind zijn", vertellen Ingelbrecht en Van Herreweghe. "Vanaf 2017 was de inflatie voor bewerkte levensmiddelen in de buurlanden hoger. In de supermarkten zijn de prijzen voor niet-bewerkte voeding ook minder hard gestegen in België dan in de buurlanden in de periode 2010-2021, zeker voor groenten en fruit. De hardere concurrentie kan een verklaring zijn. Door het samengaan van Ahold (bekend van Albert Heijn en bol.com, nvdr) en Delhaize in 2016 heeft marktleider Colruyt Group nu een sterkere concurrent tegenover zich. Maar we weten niet of dat echt de verklaring is, want ondanks die veranderde markt bleven de marges van Colruyt bijvoorbeeld nog altijd vrij hoog. Het heeft nu wel een winstwaarschuwing gegeven, wat erop kan wijzen dat er nu wel een impact is." Maar we mogen het totale plaatje niet uit het oog verliezen. Onze koopkracht wordt niet alleen bepaald door de evolutie van de inflatie, maar ook door de groei van ons inkomen. Dat kan voor elk huishouden verschillen. De statistieken in de jaarverslagen van de Nationale Bank maken een ruwe berekening mogelijk. Daar vinden we de groeipercentages van het bruto beschikbaar inkomen en van de voedingprijzen ( zie grafiek). Wie in 2011 een bruto beschikbaar inkomen van 1.000 euro had, zag dat tegen 2020 gemiddeld stijgen tot 1.225 euro. Het bruto beschikbaar inkomen hield net niet de inflatie bij. In de supermarkten zien we een ander beeld. Elke 1.000 euro aan bewerkte levensmiddelen in 2011, inclusief alcohol en tabak, kostte 1.241 euro eind 2020. Voor niet-bewerkte voeding was dat 1.182 euro. De prijzen van bewerkte levensmiddelen stegen dus meer dan het beschikbare inkomen groeide; niet-bewerkte levensmiddelen werden relatief goedkoper. Vooral de periode 2011-2016 was slecht voor onze koopkracht. Toen was de prijsstijging van bewerkte en niet-bewerkte levensmiddelen hoger dan de groei van het bruto beschikbaar inkomen. Ergens is dat logisch, want de regering-Di Rupo en aanvankelijk ook de regering-Michel zetten in op loonmatiging. Het herstel van de concurrentiepositie van de bedrijven kreeg toen voorrang. Dat leidde onder meer tot een indexsprong. Nadien steeg het beschikbaar inkomen door de verlaging van de personenbelasting en de hogere economische groei. De pandemie laat ook sporen na in onze collectieve koopkracht, leren de cijfers over 2020. De schade voor de inkomens werd beperkt door snelle en relatief genereuze steunmaatregelen, in het bijzonder de versoepelde tijdelijke werkloosheid. Maar de eerste maanden van de lockdown gold een verbod op promotieacties in België, om geen stormloop op de supermarkten aan te wakkeren. Dat zorgde voor een beperkte prijsstijging. De aanvoerproblemen deden nadien alle prijzen stijgen, vooral die van de verse producten. Die werden in 2020 gemiddeld bijna 5 procent duurder. Een deel van de koopkrachtwinst van de voorbije jaren ging daardoor verloren, maar we konden in 2020 nog altijd meer verse producten kopen dan tien jaar geleden in verhouding tot ons inkomen. Een Belgisch gezin koopt doorgaans relatief veel meer bewerkte voeding, waardoor eind 2020 wellicht iets meer inkomen nodig was dan tien jaar geleden om dezelfde korf producten te kopen. Een Belgisch gezin geeft jaarlijks gemiddeld 6.000 euro uit aan eten en drinken, leert het huishoudbudgetonderzoek van Statbel. Dat betekent dat het koopkrachtverlies wellicht slechts 50 à 100 euro bedraagt over tien jaar tijd. Wie bij het shoppen de afgelopen jaren slim prijzen vergeleek en promoties niet liet liggen, kon jaarlijks gemakkelijk meer dan dat besparen op voeding.