Europese multinationals kijken in hun zoektocht naar grondstoffen en goedkope arbeid al decennialang naar andere delen van de wereld. Dat gaat vaak gepaard met de vervuiling van het leefgebied van de lokale bevolking en met arbeidsomstandigheden die we in Europa niet meer dulden. Hoewel regelmatig wantoestanden aan het licht komen, heeft dat in de meeste Europese landen nog niet tot strengere regels geleid.
...

Europese multinationals kijken in hun zoektocht naar grondstoffen en goedkope arbeid al decennialang naar andere delen van de wereld. Dat gaat vaak gepaard met de vervuiling van het leefgebied van de lokale bevolking en met arbeidsomstandigheden die we in Europa niet meer dulden. Hoewel regelmatig wantoestanden aan het licht komen, heeft dat in de meeste Europese landen nog niet tot strengere regels geleid.Maar de roep om verandering wordt luider. Eind november vond in Zwitserland een referendum plaats over een wetsvoorstel rond verantwoord ondernemen. Daarmee wilden de initiatiefnemers, een verzameling van politici, ondernemers en ngo's, de Zwitserse multinationals aansporen meer werk te maken van respect voor milieu- en mensenrechten in hun productieketen.Daarvoor wordt de term 'due diligence' gebruikt. Dat begrip houdt in dat bedrijven in elke stap van hun productieketen voorzorgen nemen om de risico's op bijvoorbeeld kinderarbeid, gevaarlijke werkomstandigheden of vervuiling te minimaliseren. De grote nieuwigheid in het Zwitserse referendum was de afdwingbaarheid: in de plaats van de problematiek over te laten aan zelfregulering, zouden bedrijven in het geval van schendingen gerechtelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld in hun thuisland. De voorbeelden uit de campagne in de aanloop naar het Zwitserse referendum doen naar adem happen. Met name de mijnbouwgigant Glencore (zie ook kader onderaan dit artikel) en de cementreus LafargeHolcim werden stevig op de korrel genomen, onder meer voor de zware gevolgen van hun buitenlandse activiteiten voor de gezondheid van de lokale bevolking. Iets meer dan de helft van de Zwitsers schaarde zich dan ook achter het voorstel, maar omdat de tweede voorwaarde - een meerderheid in de kieskantons - niet werd vervuld, haalden de tegenstanders van het voorstel hun slag thuis.Een veelgebruikt argument tegen de invoering van dwingende wetgeving is dat het zinloos is een internationaal probleem nationaal te willen aanpakken. Ook in Zwitserland beweerde het neen-kamp dat een afdwingbare due diligence de nationale bedrijven zou benadelen ten opzichte van ondernemingen uit andere landen. Enkel internationale regels kunnen een oplossing bieden, luidde de redenering.Die oplossing komt er misschien sneller dan verwacht. Woensdag keurde de commissie Juridische Zaken van het Europees Parlement een wetsvoorstel goed van het Nederlandse europarlementslid Lara Wolters (Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten). Als de tekst over enkele maanden ook in een plenaire zitting wordt goedgekeurd, zal hij de basis vormen voor Europese wetgeving over verplichte due diligence."Zover zijn we nog niet, maar ik ben optimistisch", blikt Wolters vooruit. "Ik heb bij het opstellen van mijn voorstel rekening gehouden met de bedenkingen van de betrokken partijen, zoals de praktische toepasbaarheid van de regels en het beschermen van Europese kmo's. Het eindresultaat is een tekst met een breed politiek draagvlak."Wolters voelt zich gesteund door de bedrijfswereld. "Heel wat grote namen, zoals Tony's Chocolonely en Vaude maar ook Mars en adidas, zijn vragende partij voor een dwingender wetgeving en een gelijk speelveld. Wie al tijd en geld investeert in due diligence, heeft hogere kosten dan de concurrenten met minder scrupules. Aan die situatie, waarin het respect voor milieu- en mensenrechten een concurrentieel nadeel vormt, moet een einde komen. Wanneer zelfregulering niet volstaat, is dwingende wetgeving de volgende stap."Wat mogen multinationals precies verwachten? "Bedrijven zullen moeten aantonen dat elke stap van hun productieproces gevrijwaard is van schendingen van milieu- en mensenrechten. Dat zal ook gelden voor de samenwerkingen met leveranciers. Wanneer aangekochte grondstoffen of onderdelen in verband worden gebracht met bijvoorbeeld kinderarbeid of corruptie, zal dat dus ook onder de verantwoordelijkheid van de multinational vallen", aldus Wolters."Het vrijblijvende karakter van zelfregulering wordt bovendien ingeruild voor een juridisch afdwingbare verantwoordelijkheid", gaat Wolters verder. "EU-lidstaten worden verplicht burgerrechtelijke aansprakelijkheid mogelijk te maken bij niet-naleving van de wet. Mijn tekst bevat daarvoor concrete richtlijnen. Toch moeten rechtszaken het laatste middel zijn. Indien wantoestanden worden vastgesteld, gaat de voorkeur naar bemiddeling of compensatie. Om dat goed te laten verlopen, moeten bedrijven een duidelijk due-diligenceplan hebben."De kritiek als zou haar voorstel te ver gaan en multinationals omtoveren in liefdadigheidsorganisaties, vindt Wolters ongegrond. "We vragen van bedrijven dat ze de mensenrechten respecteren, niet dat ze er hun kernactiviteit van maken. Dat zoiets een zekere inspanning vergt, is geen overtuigend tegenargument. Er zijn voldoende winstgevende ondernemingen die tonen dat due diligence niet alleen geen belemmering vormt voor commercieel succes, maar er zelfs toe bijdraagt."Het is nog even wachten op een definitieve Europese wettekst, maar omdat de Europese Unie zich baseert op de al langer bekende richtlijnen van de Verenigde Naties en de OESO, zijn de algemene principes duidelijk. Verschillende lidstaten onderzoeken al hoe ze die principes kunnen toepassen in hun eigen nationale context. In ons land heeft het Federale Instituut voor Duurzame Ontwikkeling die opdracht toevertrouwd aan een samenwerkingsverband van onderzoekers van het HIVA (KU Leuven) en de Law and Development Research Group van de Universiteit Antwerpen (UA).Professor Liliana Lizarazo-Rodríguez, verbonden aan de UA en de VUB, legt uit waarom België het best zo snel mogelijk werk maakt van een nationaal actieplan. "De Europese beleidsmakers hebben duidelijk hun zinnen gezet op juridisch afdwingbare due diligence. Tegelijk liggen veel factoren nog niet vast. Lidstaten die nu actief meedenken en een voortrekkersrol opnemen, kunnen nog wegen op het eindresultaat. Zo telt België veel minder multinationals en verhoudingsgewijs meer kmo's dan Duitsland, Frankrijk of Nederland. Door tijdig de aandachtspunten te signaleren, hopen we ervoor te zorgen dat die laatste groep, die dikwijls minder controle heeft over wat hun leveranciers in het buitenland doen, niet de dupe wordt van de nieuwe regels."Voor België is proactief onderzoek des te belangrijk, omdat ons land zo goed als geen wetgeving kent voor de bescherming van mensenrechten in de productieketens. "De enige verplichting die sommige bedrijven in ons land hebben, is de rapportering van niet-financiële informatie in hun jaarverslag. Begin dit jaar is ook een EU-verordening in werking getreden voor de import van mineralen uit conflictgebieden", aldus Lizarazo-Rodriguez. "Voor de meeste Belgische ondernemingen is due diligence echter ofwel nog een blinde vlek, ofwel zitten ze nog vast in de auditfase: van duidelijke procedures voor het voorkomen, rapporteren en remediëren van inbreuken is meestal geen sprake. Ten aanzien van landen zoals Frankrijk en Nederland hebben we dus een achterstand goed te maken."Hoewel Lizarazo-Rodriguez achter de strengere regelgeving staat, zal het volgens haar nog heel wat voeten in de aarde hebben om de geschikte juridische constructies te vinden. "Niet alleen bestaan heel wat soorten contracten tussen bedrijven en hun leveranciers, ook productieketens kunnen behoorlijk complex ineen zitten. Bovendien krijg je door de internationale dimensie van de problematiek al snel een kluwen aan jurisdicties en bevoegdheden, wat voor heel wat onzekerheid kan zorgen over de reikwijdte en de implicaties van regelgeving."