Mag ik voor deze column economie eens niet als kapstok gebruiken? Hoewel de export weer begint op te veren, valt er in barre coronatijden weinig positief nieuws te rapen. Wel spotte ik tussen alle ellende een lichtpuntje: de quota in de raden van bestuur van beursgenoteerde bedrijven, waar minstens een derde van de leden van het andere geslacht moet zijn, werpen vruchten af.

Die quota werden in 2011 in het leven geroepen. Ik vond die een belediging voor de vele competente en talentvolle vrouwen in onze maatschappij. Maar voorafgaand aan de goedkeuring van de wet verklaarde een vooraanstaand Belgisch zakenman dat de benoeming van vrouwen in zijn raad van bestuur het niveau naar beneden zou halen. Voor principiële tegenstanders van quota was die uitspraak de trigger om toch mee te stappen.

Een lichtpuntje te midden van alle ellende: voor het eerst is meer dan één op de drie bestuurders van beursgenoteerde bedrijven een vrouw.

De cijfers logen er niet om: slechts één op de tien bestuurders van beursgenoteerde bedrijven was een vrouw. Dat de helft van de bevolking werd genegeerd, is op zijn minst vreemd. Alsof er geen vrouwen bestaan die iets van economie, management of technologie kennen - kortom, vrouwen die evengoed in aanmerking komen als elke andere persoon met dezelfde achtergrond om zo'n functie te vervullen.

Maar goed nieuws dus: over 126 beursgenoteerde bedrijven heen is voor het eerst meer dan één op de drie bestuurders een vrouw (365 op een totaal van 1098). Daarmee is een eerste stap gezet naar inclusief leiderschap, naar een weerspiegeling van de maatschappij in de economische wereld. En bij mijn weten hebben die bedrijven inmiddels niet te lijden onder slecht beheer. Uiteraard bleven de reacties niet uit. In een interview verkondigde Griet Vandermassen dat 'feministen' wel CEO willen worden, maar niet achter de vuilkar willen lopen. Dat slaat nergens op. Dat er een biologisch verschil is, waardoor fysieke arbeid voor vrouwen moeilijker kan zijn, is juist. Dat gelijkwaardigheid net inhoudt dat iedereen de mogelijkheid krijgt om voor een baan te solliciteren en daarbij au sérieux te worden genomen: daar wringt het schoentje.

Dit is geen zaak van mannen versus vrouwen. Dit is een zaak van opvoeding.

De problematiek doet zich verre van alleen voor aan de top. Er is door de covid-19-crisis meer partnergeweld vastgesteld, en dat treft vooral vrouwen. Vrouwen die kun kinderen niet kunnen beschermen tegen het toegenomen misbruik. En als het economisch slecht gaat en meer dan honderdduizend banen dreigen te verdwijnen, welke banen sneuvelen dan eerst? Die van vrouwen. Dat voorspel niet ik, maar wel Christine Lagarde, de voorzitter van de Europese Centrale Bank. Naast hun fysieke integriteit en die van hun kinderen wordt ook de financiële onafhankelijkheid van vrouwen bedreigd. Ook dat kan een virus aanrichten.

Nee, ik ga geen polariserend discours houden. Dit is geen zaak van mannen versus vrouwen. Dit is een zaak van opvoeding. Maatschappelijke waarden aanleren wil ook zeggen: aanleren dat je iedere mens als mens beschouwt, niet als onderdeel van een groep die je dan in een hokje kunt zetten. Dat iedereen gelijke kansen krijgt en geen rolpatronen wordt aangeleerd vanaf de kleuterklas. Dat respect voor de ander essentieel is, hoezeer hij of zij ook verschilt van je eigen achtergrond. En dat er geen betere of slechtere, maar alleen verschillende mensen bestaan. Dat van bij de start in het onderwijs opnemen, had heel wat problemen kunnen ontmijnen.

Maar de sociale media drukken ons met de neus op de feiten. Je merkt snel hoe kort door de bocht en polariserend er wordt getweet, zonder feitelijke of wetenschappelijke achtergrond. Scheldwoorden, bedreigingen en fake news zijn schering en inslag - om van te walgen. Maar polariserend optreden wordt blijkbaar beloond. Hopelijk kan ooit het tegenovergestelde worden aangeleerd.

Laat deze zomercolumn mij nu voorgoed wegzetten als een suffragette. Ik kan ermee leven.

Mag ik voor deze column economie eens niet als kapstok gebruiken? Hoewel de export weer begint op te veren, valt er in barre coronatijden weinig positief nieuws te rapen. Wel spotte ik tussen alle ellende een lichtpuntje: de quota in de raden van bestuur van beursgenoteerde bedrijven, waar minstens een derde van de leden van het andere geslacht moet zijn, werpen vruchten af. Die quota werden in 2011 in het leven geroepen. Ik vond die een belediging voor de vele competente en talentvolle vrouwen in onze maatschappij. Maar voorafgaand aan de goedkeuring van de wet verklaarde een vooraanstaand Belgisch zakenman dat de benoeming van vrouwen in zijn raad van bestuur het niveau naar beneden zou halen. Voor principiële tegenstanders van quota was die uitspraak de trigger om toch mee te stappen.De cijfers logen er niet om: slechts één op de tien bestuurders van beursgenoteerde bedrijven was een vrouw. Dat de helft van de bevolking werd genegeerd, is op zijn minst vreemd. Alsof er geen vrouwen bestaan die iets van economie, management of technologie kennen - kortom, vrouwen die evengoed in aanmerking komen als elke andere persoon met dezelfde achtergrond om zo'n functie te vervullen. Maar goed nieuws dus: over 126 beursgenoteerde bedrijven heen is voor het eerst meer dan één op de drie bestuurders een vrouw (365 op een totaal van 1098). Daarmee is een eerste stap gezet naar inclusief leiderschap, naar een weerspiegeling van de maatschappij in de economische wereld. En bij mijn weten hebben die bedrijven inmiddels niet te lijden onder slecht beheer. Uiteraard bleven de reacties niet uit. In een interview verkondigde Griet Vandermassen dat 'feministen' wel CEO willen worden, maar niet achter de vuilkar willen lopen. Dat slaat nergens op. Dat er een biologisch verschil is, waardoor fysieke arbeid voor vrouwen moeilijker kan zijn, is juist. Dat gelijkwaardigheid net inhoudt dat iedereen de mogelijkheid krijgt om voor een baan te solliciteren en daarbij au sérieux te worden genomen: daar wringt het schoentje. De problematiek doet zich verre van alleen voor aan de top. Er is door de covid-19-crisis meer partnergeweld vastgesteld, en dat treft vooral vrouwen. Vrouwen die kun kinderen niet kunnen beschermen tegen het toegenomen misbruik. En als het economisch slecht gaat en meer dan honderdduizend banen dreigen te verdwijnen, welke banen sneuvelen dan eerst? Die van vrouwen. Dat voorspel niet ik, maar wel Christine Lagarde, de voorzitter van de Europese Centrale Bank. Naast hun fysieke integriteit en die van hun kinderen wordt ook de financiële onafhankelijkheid van vrouwen bedreigd. Ook dat kan een virus aanrichten. Nee, ik ga geen polariserend discours houden. Dit is geen zaak van mannen versus vrouwen. Dit is een zaak van opvoeding. Maatschappelijke waarden aanleren wil ook zeggen: aanleren dat je iedere mens als mens beschouwt, niet als onderdeel van een groep die je dan in een hokje kunt zetten. Dat iedereen gelijke kansen krijgt en geen rolpatronen wordt aangeleerd vanaf de kleuterklas. Dat respect voor de ander essentieel is, hoezeer hij of zij ook verschilt van je eigen achtergrond. En dat er geen betere of slechtere, maar alleen verschillende mensen bestaan. Dat van bij de start in het onderwijs opnemen, had heel wat problemen kunnen ontmijnen. Maar de sociale media drukken ons met de neus op de feiten. Je merkt snel hoe kort door de bocht en polariserend er wordt getweet, zonder feitelijke of wetenschappelijke achtergrond. Scheldwoorden, bedreigingen en fake news zijn schering en inslag - om van te walgen. Maar polariserend optreden wordt blijkbaar beloond. Hopelijk kan ooit het tegenovergestelde worden aangeleerd. Laat deze zomercolumn mij nu voorgoed wegzetten als een suffragette. Ik kan ermee leven.