Wie de campus van SAS Institute in North Carolina oprijdt, merkt het meteen: hier heerst geen geldtekort. Op de smetteloze gazons staan energieneutrale gebouwen, waaronder een fitnesszaal, een zwembad en een medisch centrum. Aan alles is gedacht, tot en met de laadpalen voor elektrische wagens.
...

Wie de campus van SAS Institute in North Carolina oprijdt, merkt het meteen: hier heerst geen geldtekort. Op de smetteloze gazons staan energieneutrale gebouwen, waaronder een fitnesszaal, een zwembad en een medisch centrum. Aan alles is gedacht, tot en met de laadpalen voor elektrische wagens. In tegenstelling tot zijn naam, is SAS Institute geen instituut, maar een commercieel bedrijf dat software verkoopt om voorspellingen te maken op basis van grote hoeveelheden data. Bent u een grootwarenhuis, dan kan de software u vertellen hoeveel de verkoop van een product zal stijgen bij een prijskorting, en wat dat betekent voor de verkoop van de andere producten in de rekken. Bent u een bank, dan zal de software een krediettarief voorstellen voor een bepaalde klant, gebaseerd op het risicoprofiel van een massa gelijkaardige klanten. Bent u het ministerie van Financiën, dan zal de software de dossiers aanwijzen met de grootste kans op fraude. SAS Institute is niet beursgenoteerd, cijfers over het bedrijf zijn dus schaars. Het jaarverslag maakt melding van een omzet van 3,2 miljard dollar in 2016. Het bijbehorende grafiekje toont een onafgebroken omzetgroei sinds de oprichting in 1976. En de winst? "Sedert ons ontstaan hebben we elk jaar winst gemaakt", zegt chief revenu officer Nick Lisi in de ruime bezoekersruimte. Afgaand op de rapporten van marktonderzoeksbureaus, is SAS marktleider in zijn sector. Gartner bijvoorbeeld noemt SAS in een rapport van februari dit jaar "de topverkoper op de markt van de data-analyse, zowel in termen van omzet als aantal betalende klanten". Zo te zien zit SAS op rozen. Maar blijft dat zo? Bij datawetenschappers blijkt SAS heel wat minder populair. De jaarlijkse enquête van de gespecialiseerde website KDnuggets leert dat meer dan de helft van de wereldwijd 2900 ondervraagde dataspecialisten werkt met zogenoemde opensourcesoftware, waarvan de broncode vrij beschikbaar is op het internet. De software van SAS staat in de onderste regionen van het voorkeurslijstje van de wetenschappers. Als waarschuwing kan dat tellen. "Tot tien jaar geleden was het simpel", zegt Jeroen Van Godtsenhoven, bij SAS verantwoordelijk voor België en Luxemburg. "We stonden alleen op het speelveld, wij bepaalden de innovatie. Vandaag staan we op de volle wei van Werchter. Allerhande bedrijfjes halen geld op om nieuwe datamodellen te bouwen op basis van opensourcesoftware. De kans dat een aantal kleintjes opeens heel groot wordt, is reëel. Dat houdt ons scherp." Om bij te blijven, investeert SAS liefst een kwart van zijn omzet in onderzoek. Alleen al op de campus in North Carolina zijn ruim 4000 onderzoekers aan de slag. Onderzoek zit in het DNA van SAS, dat geboren is als spin-off van de North Carolina State University. Maar zelfs met de vernuftigste modellen verdien je nog geen geld. "In het onderzoekslabo haalt de opensourcesoftware even goede resultaten als de software van SAS", geeft Van Godtsenhoven toe. "Maar waar vele vernieuwers mee worstelen, is om de theoretische oefening bruikbaar te maken voor de klant. Is hun software gemakkelijk te installeren? Is ze compatibel met andere softwaresystemen in het bedrijf? Wie doet het onderhoud? Wie moeten ze bellen als het systeem spaak loopt? Behandelt hun software persoonlijke data volgens de privacywetgeving? En hoe maken ze hun systeem ook toegankelijk voor de kmo om de hoek, niet één keer per maand, maar duizend keer per dag, terwijl de data binnenstromen? Met zijn terreinervaring maakt SAS het verschil." Het wereldje van de open source mag dan niet bekendstaan om de betrouwbaarste en laagdrempeligste oplossingen, het is wel een broedplaats van nieuwe ideeën, die aan de aandacht van SAS kunnen ontsnappen. Het bedrijf lijkt dat te beseffen. Onlangs schreef SAS een rapport over de kwestie, met als openingszin: 'Opensourcetechnologieën zijn vitaal geweest voor de spreiding van big data.' "Dat is een grote toegeving voor SAS, een bedrijf dat opensourcesoftware omhelst zoals Donald Trump Angela Merkel omhelst", grapte de gespecialiseerde blogger Thomas W. Dinsmore. "We hebben onze strategie gewijzigd", zegt Van Godtsenhoven. "Goede ideeën uit de opensourcewereld integreren we vandaag in de SAS-systemen. Stel dat een bank een eigen algoritme schrijft om kredietrisico's in te schatten, gebruik makend van een opensourceprogrammeertaal. Geen probleem, wij bedden dat algoritme in het SAS-raamwerk in." Maar hoe pak je internetreuzen als Google, Amazon of Alibaba aan? Ze zijn uitgegroeid tot bigdataconglomeraten, die nu ook data-analyse aanbieden. Een voorbeeld is BigQuery, de data-analysedienst van Google. "Ik ben niet bang voor Google", zegt Van Godtsenhoven. "Google is voor ons een partner, net als Amazon en Microsoft. Vandaag strijden zij om het grootste marktaandeel in de cloud, of internetcapaciteit voor data-opslag of -verwerking. De complexe modellen van SAS maken gebruik van die capaciteit. Wij genereren dus omzet voor Google, Amazon en Microsoft." De internetreuzen investeren ook gigantische sommen in artificiële intelligentie, waarmee ze gesofisticeerde modellen kunnen bouwen. Wat als zij SAS uit de markt duwen? "Het zou naïef zijn te denken dat SAS niet investeert in artificiële intelligentie. Ook wij evolueren. Opnieuw, de strijd draait niet om gesofisticeerde modellen, maar om bruikbare en betrouwbare toepassingen op de werkvloer. Voor SAS is data-analyse de enige inkomstenbron, terwijl de internetreuzen talloze andere activiteiten hebben. Onze focus is onze sterkte en tegelijk onze zwakte. Soms geven de internetreuzen data-analyse als gratis toemaatje bij grote contracten. Daar kunnen wij niet tegenop." Jim Goodnight, medeoprichter, grootaandeelhouder en CEO van SAS, is 74 jaar. Wat als morgen een van de internetreuzen voor de deur staat met een enorme zak geld? "Daar ligt Jim niet wakker van", zegt Van Godtsenhoven. "Hij blijft de professor statistiek, die van zijn passie zijn bedrijf heeft gemaakt, en aan niemand verantwoording moet afleggen. Zijn opvolging is geregeld. Jim heeft trouwens zelf een behoorlijke zak geld. Tegen constante wisselkoersen groeit de omzet van SAS met 4 procent per jaar, de verkoop van nieuwe softwarelicenties zelfs met 10 procent per jaar. Het gaat goed met SAS. Een betrokken, ietwat eigengereide man als Jim zal dat niet opgeven." Het is maar de vraag of SAS onder de vleugels van een internetreus beter af zou zijn, aldus Van Godtsenhoven. "De beurs gaf die bedrijven een enorme waardering en verwacht dus een enorme groei terug. Om die groei waar te maken, moeten ze investeren, vaak met geleend geld, wat hen kwetsbaar maakt. SAS daarentegen heeft geen schulden en maakt winst. Onze omzet bestaat voor 80 procent uit lopende licenties op onze software. Ook al verkopen we geen enkele nieuwe licentie gedurende een boekjaar, het leeuwendeel van onze omzet is al binnen op dag één." Wat niet betekent dat SAS geen enkele zorg heeft. 'Goed, maar duur', zo luidt de samengevatte commentaar op SAS in de markt. "De prijs hangt samen met de waarde", reageert Van Godtsenhoven. "Zou onze omzet voor 80 procent bestaan uit contracthernieuwingen als wij geen kwaliteit leverden?" Zijn Rolls-Royce-imago heeft SAS ook te danken aan zijn focus op grote, bemiddelde klanten, zoals banken of farmabedrijven. "SAS werkt aan een betere toegankelijkheid voor kmo's, bijvoorbeeld door zijn toepassingen toegankelijk te maken via het internet", zegt Van Godtsenhoven. "We investeren ook in het netwerk van externe verkopers met veel tentakels in de markt, zoals ICT-consultants. Een bigdataproject van Capgemini bijvoorbeeld zal vaak SAS-software onder de motorkap hebben. Vandaag komt 30 procent van onze omzet via zulke externe verkopers. Dat is al een groot verschil met vroeger, maar het moet nog veel meer. Big data zijn vandaag overal, in elk bedrijf, elke dag. De markt is enorm breed geworden, en SAS moet daarin mee." Het tekort aan dataspecialisten belemmert die marktgroei. "Als bedrijf dat jaarlijks een klein miljard dollar in onderzoek investeert, trekt SAS voldoende datawetenschappers aan", zegt Van Godtsenhoven. "Onze klanten daarentegen hebben veel meer moeite om goede mensen te vinden. Daarom leiden we zelf data-analisten op, die daarna aan de slag kunnen in de markt, bijvoorbeeld bij Capgemini, DXC, Deloitte, Accenture en Realdomen. Zo proberen we ons afzetpotentieel op peil te houden. Onlangs hebben we zelfs tien Syrische vluchtelingen opgeleid." Het grootste probleem is de psychologische weerstand in de markt. "Of het nu gaat om risico-inschatting door banken of fraudeonderzoek door fiscale administraties, data-analyse beperkt zich voorlopig tot ondersteuning. Het neemt de rol van de mens nog niet over. Maar wat brengt de toekomst? Vele ondernemers zien best wel de mogelijkheden van big data, maar vrezen dat ze hun werknemers niet meekrijgen. Wij verliezen geen projecten omdat concurrenten ermee aan de haal gaan, wij verliezen projecten omdat de klant ze afvoert. Data-analyse is nog altijd een niche. Bij veel bedrijven is de factuur voor telecom vele keren hoger."