1. De Belgische economische groei koelt af
...

1. De Belgische economische groei koelt afIn 2018 groeide de Belgische economie met 1,8 procent. Volgend jaar zal de groei vertragen naar 1,5 procent, voorspelt de Nationale Bank. De jaren daarop zou de groeivertraging zich voortzetten: de Belgische economie zou elk jaar tussen 1,2 en 1,4 procent groeien. De groeivertraging over de projectieperiode vindt haar oorsprong in dalende bedrijfsinvesteringen en in de teruglopende uitvoergroei. Aan de versterking van de concurrentiekracht dankzij de loonkostenverlagingen die sinds 2014 zijn doorgevoerd komt stilaan een einde. Volgens de Nationale Bank zouden de marktaandelen van de Belgische bedrijven gedurende de periode 2019-2021 met ruim 1 procent krimpen. De sterker stijgende gezinsconsumptie ten gevolge van de toenemende koopkracht heeft dan weer een positief effect op de groei.2. De koopkracht blijft stijgenDe komende drie jaar neemt de koopkracht van de gezinnen met meer dan 5 procent toe. Rekening houdend met de verwachte bevolkingsgroei stemt dat overeen met 3,6 procent per persoon. De stijging zal vooral een gevolg zijn van de nog altijd krachtige werkgelegenheidsgroei. Er worden tussen 2018 en 2021 153.000 nieuwe banen gecreëerd. Ook de belastingverlaging van 2019 ten gevolge van de taxshift speelt haar rol, net als de aantrekkende reële lonen.3. De loonkosten nemen toeDe krapte op de arbeidsmarkt maakt wel dat de druk op de lonen zal toenemen. Bij een aanzienlijk hogere indexering in 2019, voornamelijk onder invloed van de stijging van de energieprijzen, zouden de bruto-uurlonen in 2019 versnellen tot 2,9 procent en vervolgens beperkt afnemen, in lijn met het verwachte verloop van de indexering. Afhankelijk van wat in het buitenland gebeurt, dreigt de loonkostenstijging de concurrentiekracht van de Belgische ondernemingen te verzwakken.4. De sociale uitkeringen swingen uit de panIn de overheidsfinanciën neemt het begrotingstekort in 2018 af tot 0,8 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dat heeft opnieuw vooral te maken met de sterke toename van de voorafbetalingen door de vennootschappen tegen de achtergrond van de verdere verhoging van het tarief voor onvoldoende voorafbetalingen. Dat is evenwel een tijdelijke factor, die zal leiden tot lagere inkohieringen bij de vereffening van de vennootschapsbelasting. Volgend jaar dreigt het begrotingstekort toe te nemen tot -1,6 procent van het bbp en tegen 2021 zou het kunnen oplopen tot 2 procent van het bbp. De dalende tendens van de primaire uitgaven in verhouding tot het bbp is dit jaar al tot stilstand gekomen op 50,1 procent van het bbp. Die uitgaven zouden tegen 2021 opnieuw licht stijgen tot 50,5 procent van het bbp. De komende jaren zouden de overheidsuitgaven opnieuw sneller stijgen dan het bbp. Dat heeft vooral te maken met de stijging van de sociale uitkeringen: van 25 procent van het bbp in 2017 naar 25,8 procent in 2021. De reden voor die toename zijn de extra uitgaven voor pensioenen en gezondheidszorg. De jongste jaren kon de demografische druk op de socialezekerheidsuitgaven worden geneutraliseerd door een strikte beheersing van de uitgaven voor de gezondheidszorg, de indexsprong in 2015 en de daling van de werkloosheid.