Toerisme Vlaanderen wil de komende tweeënhalf jaar 3 miljoen bezoekers naar de Vlaamse meesters lokken. Terecht, Brussel en Vlaanderen bezitten een indrukwekkend patrimonium. Als het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen heropent, heeft Vlaanderen er nog een internationaal topmuseum bij.
...

Toerisme Vlaanderen wil de komende tweeënhalf jaar 3 miljoen bezoekers naar de Vlaamse meesters lokken. Terecht, Brussel en Vlaanderen bezitten een indrukwekkend patrimonium. Als het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen heropent, heeft Vlaanderen er nog een internationaal topmuseum bij. De Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België in Brussel met hun rijke collecties kunnen ook zo'n uithangbord zijn. Maar dat federale museum blijft kampen met een kaduke infrastructuur, onderfinanciering en - misschien nog het ergste - een gebrek aan visie. Ja, er wordt gewerkt aan een masterplan om de infrastructuur aan te pakken. Maar zorgen dat de schilderijen droog hangen, is niet hetzelfde als een museumbeleid voeren. Om dat museum een echt nieuwe start te geven, moeten de federale overheid en de regio's samenwerken. Dat zou weleens een onneembare horde kunnen zijn. Anders hadden we dat Eurostadion ook wel kunnen bouwen. De Brusselse regering heeft 125 miljoen euro gevonden om de Citroëngarage te verbouwen tot een filiaal van het Centre Pompidou. Dat bedrag had volstaan om de Koninklijke Musea - die onze eigen collecties beheren - uit de as te doen herrijzen. Dat de Brusselse regering haar eigen weg gaat, wijst erop dat we ons weinig illusies moeten maken over de toekomst van het museum. In Amsterdam gaan elk jaar meer dan 2 miljoen mensen naar de Hollandse meesters in het Rijksmuseum kijken. Dat museum heeft Rembrandt en Vermeer, wij hebben Bruegel, Rubens en Jordaens. Tot daar ligt de lat ongeveer gelijk. Maar het Rijksmuseum heeft na zijn renovatie in 2013 wel een enorme dynamiek gevonden. Als het museum van Antwerpen én dat van Brussel daar ook in slagen, trekken we die 3 miljoen kunstliefhebbers wellicht in minder dan tweeënhalf jaar aan.