Toen we Jean-Pierre Blumberg in september 2008, twee weken voor het faillissement van Lehman Brothers, aan de lijn hadden, signaleerde hij vanuit Londen dat de financiële markten dol draaiden op waanzinnige producten, die hij amper kon begrijpen. "Dat is een slecht teken", klonk het toen.
...

Toen we Jean-Pierre Blumberg in september 2008, twee weken voor het faillissement van Lehman Brothers, aan de lijn hadden, signaleerde hij vanuit Londen dat de financiële markten dol draaiden op waanzinnige producten, die hij amper kon begrijpen. "Dat is een slecht teken", klonk het toen. Waarom hebben hij of zijn collega's geen waarschuwende vinger opgestoken? "Ik ben een advocaat, geen financieel expert", verklaart Blumberg, tegenwoordig covoorzitter van het internationale fusie- en overnamedepartement van Linklaters. "Natuurlijk stelden we ons toen soms vragen bij de financiële complexiteit van al die producten, maar ieder zijn job. Bovendien waren de CDO's (collateralized debt obligations, obligaties met een onderpand, in dit geval een verzameling gebundelde hypotheken, nvdr) die aan de basis van de crisis lagen, uitsluitend Amerikaanse producten. Ze waren bedacht door de zakenbankiers van Wall Street en juridisch verpakt door gespecialiseerde advocatenkantoren in de Verenigde Staten." JEAN-PIERRE BLUMBERG. "Ze hing toch in de lucht. Er was al sinds november 2007 oververhitting. De fusie- en overnamemarkt beleefde een ongekend hoogtepunt, de prijzen werden almaar gekker en de externe financiering gebeurde tegen steeds hogere hefbomen. Private-equityfondsen richtten hun pijlen op mature bedrijven, terwijl het hun historische roeping was ondernemingen in moeilijkheden te kopen en na herstructurering door te verkopen. "Er was een enorme liquiditeit. Ik herinner me een onderhandeling over een overname, waarvoor een lening van 25 miljard pond nodig was. Geef me een half uur, gooide de hoofdonderhandelaar op tafel. En jawel, binnen een half uur toverde hij het financiële engagement van enkele grote financiële instellingen uit zijn hoed." BLUMBERG. "Weinigen hadden de ernst van de situatie in de gaten. Er waren natuurlijk uitzonderingen, zoals de hedgefondsmanager John Paulson. Die ontdekte de zwakte in het businessmodel van de banksector. "Hoe werkte dat? Via de gespecialiseerde hypotheekbanken Fannie Mae en Freddie Mac subsidieerde de Amerikaanse overheid hypothecaire kredieten door commerciële banken. Om van die subsidiëring te kunnen genieten, moesten de banken een bepaald aandeel van die leningen plaatsen bij het minst kredietwaardige deel van de bevolking (zogenoemde subprime-leningen, nvdr). De zakenbanken bundelden die vervolgens, met de goedkeuring van de ratingagentschappen, tot financiële producten. "Heel het systeem draaide rond de permanente prijsstijging van vastgoed, die al dertig jaar bezig was. Paulson en enkele hedgefondsmanagers luisterden naar de econoom en Nobelpijswinnaar Robert Shiller. Die waarschuwde er al in 2006 voor dat de vastgoedprijzen niet sterker kunnen blijven stijgen dan de inflatie en de bouwkosten. Ze hadden gelijk en verdienden enorm veel geld." BLUMBERG. "Soms wil de massa gewoon niet luisteren naar doemdenkers, omdat het feest te leuk is. Een kritische houding stond voor 2008 gelijk met zwartgallig gezeur, goed voor oude mensen. Dit hangt echt wel samen met de leeftijd. Wie nooit een crisis heeft meegemaakt, beseft niet dat er ooit een einde aan de goede tijden kan komen. "In de aanloop naar de financiële crisis van 2008 waren er in 1997 de Aziatische crisis, in 1998 de Russische crash, tussen 1997 en 2000 de dotcomzeepbel en in 1998 de ondergang van het hedgefonds LCTM geweest, waarvan het miljardenverlies werd afgedekt door een bankenconsortium onder supervisie van de Federal Reserve. "De financiële markt leek bestand tegen die schokken en in staat te voorkomen dat de crisis uitdijde. De financiële wereld geloofde fundamenteel in haar eigen stabiliteit. Daarom was er evenmin paniek toen de zakenbank Bear Stearns eind 2007 in de problemen kwam. Na een lening te elfder ure, verstrekt door de Federal Reserve, nam JP Morgan Chase de zakenbank in maart 2008 over en leek ook deze crisis weer ingedijkt." BLUMBERG. "Inderdaad. De Bank of England volgde de evolutie in de VS echter met argusogen en nam actie. De centrale bank wilde tot elke prijs vermijden dat de Amerikaanse curatoren na een eventueel faillissement de Europese tegoeden zouden overhevelen om de Amerikaanse schuldeisers te betalen. Dat zou het vertrouwen in de City compleet ondermijnen. Lehman Brothers Londen overkoepelde alle wereldwijde activiteiten van de zakenbank buiten de VS. Het had de grootste marktenzaal van Londen en tientallen miljarden aan effecten in omloop. "De Bank of England schakelde PwC en Linklaters in om zo'n rampscenario te vermijden. Heel het weekend werkte een team van 80 advocaten en 200 accountants aan stapels documenten om die maandagmorgen neer te leggen bij de Londense rechtbank en de Europese tegoeden te bevriezen bij een eventueel Amerikaans faillissement. "Ons executive committee vergaderde die zondag in Londen. Toen het telefoontje kwam dat er geen oplossing was voor Lehman en onze advocaten de volgende morgen naar de Londense rechtbank moesten, wist ik: dit wordt de grootste crisis sinds de jaren dertig. Omdat geen enkele bank juist wist welke waardeloze activa er op de balansen van de andere banken stonden, viel plots de interbancaire markt stil. Banken kregen geen kortetermijnfinanciering meer. Dat was de trigger voor de kredietcrisis." BLUMBERG. "Het laatste weekend van september vroeg Fortis ons de bank bij te staan tijdens de onderhandelingen om 20 miljard euro cash te vinden om de kortetermijnschulden af te dekken. Ze voldeed aan de klassieke voorwaarden van een faillissement: te weinig liquiditeit en geen mogelijkheid om de schulden te betalen door een gebrek aan kredieten. De financiële en interbancaire markten boden geen soelaas. De Belgische en de Nederlandse overheid moesten tussenbeide komen. Even leek de bank gered. Maar een week later dreigde opnieuw een tekort van 100 miljard euro. Daarop besliste de Nederlandse overheid de Nederlandse activiteiten van Fortis over te nemen en werd de Belgische bank verkocht aan BNP Paribas." BLUMBERG. "Die indruk heb ik zeker niet. Enkele jaren na de transactie concludeerde een Nederlandse onderzoekscommissie net dat Nederland te veel had betaald voor Fortis Nederland. Ook de deal tussen België en Frankrijk lijkt me fair. De Belgische staat kon nooit de cashbehoeften op korte termijn van Fortis Bank garanderen. BNP Paribas handelde ook op advies van de Franse politiek, die besefte dat een faillissement van een Europese grootbank als Fortis door heel het financiële systeem van de eurozone zou razen." BLUMBERG. "De aandeelhouders van KBC moesten inderdaad geen verwatering slikken, maar de Belgische en de Vlaamse overheid hebben achteraf een heel goede zaak gedaan, toen de overheidssteun met een mooi rendement werd terugbetaald." BLUMBERG. "Er werkten 25 advocaten op het Fortis-dossier en 15 op dat van KBC. Er werkten 80 confraters op de bevriezing van de Europese tegoeden van Lehman Brothers. De afwikkeling van het Europese deel van het faillissement van Lehman werd pas in juni 2018 afgesloten. Met een kleine winst, overigens." BLUMBERG. "Ik ontken niet dat de crisis Linklaters veel werk heeft bezorgd. Toch wil ik beklemtonen dat we voor een herstructureringsdossiers andere tarieven moeten hanteren dan normaal. Ik heb dus liever een stijgende conjunctuur. "Het slechtste wat ons als advocatenkantoor kan overkomen, is stagnatie. In zo'n periode worden belangrijke beslissingen uitgesteld en noodzakelijke ingrepen in de structuur dienen zich niet aan. Ik vrees dat we voor zo'n periode staan. De voorbije twee jaar was de overname- en fusiemarkt erg actief, maar ik heb het gevoel dat we het einde van een cyclus beleven." BLUMBERG. "Na de vorige crisis zijn de bedrijfsleiders en de bankiers voorzichtiger geworden. Deze keer laat men de soep niet overkoken. Ik verwacht dat na de vakantie heel wat transacties worden afgeblazen. In de VS geraakt men ervan overtuigd dat de conjunctuur na meer dan zeven jaar groei aan de vooravond van een economisch kantelpunt staat. Er is volledige tewerkstelling en de economie raakt oververhit. Normaal leidt dat tot een hogere inflatie, maar die blijft achterwege. "In tegenstelling tot de Europese Centrale Bank laat de Federal Reserve de rente stijgen, wat tot een groeivertraging zal leiden. Het lijkt me de juiste politiek, want anders heeft ze geen wapens meer als er een echte crisis uitbreekt. Als de rente op nul procent of negatief staat, kan je amper nog reageren." BLUMBERG. "Een nieuwe crisis komt er sowieso. Niemand weet echter uit welke richting ze zal komen. De banken zijn solide, dus lijkt een systeemcrisis door hen is niet zo zeker. Misschien dat we over dertig jaar anders spreken. "Door een vlinderslag ergens in de wereld kan een mondiale crisis ontstaan, wordt weleens gezegd. Het kunnen ook stevige vlinders zijn. Een handelsoorlog uitgelokt door de regering-Trump is een factor die de wereld niet onder controle heeft. In de Zuid-Chinese Zee of het Midden-Oosten kunnen ook vonken ontstaan. "Voorts is de eurozone niet helemaal uit de problemen. Ook de anti-Europese sentimenten baren me zorgen. We kunnen het ons gewoon niet veroorloven dat de Europese Unie uiteenvalt. Dat zou een enorme instabiliteit veroorzaken bij de banken."