De federale regering besloot deze zomer de degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen te versterken. Sneller dalende uitkeringen moet de werkloze ertoe aanzetten sneller weer aan de slag te gaan.

Maar in een nieuwe studie pleiten economen, onder wie ex-minister Frank Vandenbroucke, ervoor de uitkeringen te laten stijgen in de tijd. Op basis van Zweedse cijfers stelt de studie dat werklozen sneller aan de slag gaan als de uitkering in het begin van de werkloosheid lager is en daarna mag stijgen.

Dat is een absurde gedachte. De uitkeringen doen stijgen voor wie langer werkloos is, voert de werkloosheidsval opnieuw in. Dan is er geen financiële prikkel meer om een baan te zoeken. Hoe kan de VDAB werklozen activeren als ze weten dat ze in de toekomst meer geld krijgen?

Werkloosheidsuitkering verhogen is slecht idee

Het systeem van de degressieve werkloosheidsuitkering wordt dus het beste behouden. En als het stelsel toch strenger wordt, gebeurt dat het beste door de uitkeringen in de tijd te beperken. België is zowat het enige OESO-land waar dat nog zo is.

Een beperking van de uitkeringen in de tijd is een efficiënte stimulus. Efficiënter dan hogere uitkeringen aan het begin van de werkloosheidsperiode gevolgd door een versterkte degressiviteit, zoals de regering nu wil doorvoeren.

Eigenlijk is die maatregel uit het zomerakkoord - en zeker het eerste deel met hogere uitkeringen aan het begin - te duur. In deze tijden van krapte op de arbeidsmarkt zal wie net werkloos is in de meeste gevallen snel weer werj vinden. Ook de laaggeschoolden, want voor bijna de helft van de vacatures is geen opleiding vereist.

De verhouding tussen de werkloosheidsuitkering en het laagste loon bedraagt 65 procent in België. Die verhogen naar pakweg 80 procent is in de huidige activeringsdiscussie irrelevant.