Nu de Italianen Europees kampioen voetbal zijn en master in business administration Giorgio Chiellini (Universiteit van Turijn) de begeerde beker in de lucht mocht steken, focussen we op de Olympische Spelen. Nog zoveel groter, mondialer en veelzijdiger dan voetbal. Als we eerlijk zijn, beseften we dat de Rode Duivels geen Europees kampioen zouden worden. Maar in Japan kunnen onze landgenoten wel een paar keer olympisch kampioen worden. Dat is ooit anders geweest. Niet langer dan negen jaar geleden behaalde België nul keer goud, één keer zilver en twee keer brons. Het was onze slechtste prestatie ooit. Voorspellingen doen over sport is altijd een heikele onderneming, maar deze keer zal het een pak beter zijn.

Aan excelleren in topsport kun je vele betekenissen hechten. Voor totalitaire regimes zijn medailles een halszaak. Dictators hebben de neiging hun sportontwikkeling buiten alle proporties op te blazen. Talenten trainen, drillen en desnoods doperen is er een staatszaak. Denk aan het Oostblok tijdens de Koude Oorlog. Denk ook aan de fijnmazige manipulatie door de Russen van het antidopinglabo, onder meer tijdens de Winterspelen van 2014. Denk straks ook aan de Chinezen, die atleten angstvallig in eigen land houden, allicht om ze op hun gemakje te prepareren. Corona maakt preventieve dopingcontroles moeilijker dan normaal. Het zal een impact hebben op sommige prestaties. Dat is geen voorspelling, maar een te vrezen feit.

We willen goud op de Spelen, maar ook in het leven.

In België gaat het er veel fijnzinniger toe. Hier is topsport geen ideologische halszaak, maar wel van groot belang. Een democratisch land met een brede laag topsporters heeft vrijwel altijd een gezonde sportcultuur, goede trainingsfaciliteiten, sterke talentscouting en een hoogwaardige begeleiding. België is geen traditionele sportnatie zoals Nederland of sommige Scandinavische landen. Maar we worden beter. Er is meer kennis, meer geld en meer durf. Zo'n gezonde sportcultuur zegt iets over een land. Het betekent dat jonge mensen groot kunnen worden in datgene waar ze goed in zijn. Als dat in de sport lukt, is de kans groot dat het ook in andere domeinen lukt. In kunst, in wetenschappen, in ondernemen... Winnaars hebben we niet alleen op de Olympische Spelen nodig, maar ook in het leven.

Als bovendien vooral vrouwen uitblinken, wordt het nog veel beter. Om extreem goed te worden in sport hebben meisjes en vrouwen in grote delen van de wereld nog altijd méér barrières te slopen dan jongens of mannen. Vaak hebben ze minder goede coaches, kunnen ze minder trainen of worden hun prestaties gewoon minder naar waarde geschat. Landen waar vrouwen wél evenveel kansen krijgen om uit te blinken, hebben op de Olympische Spelen nog altijd een streepje voor. België is zo'n land. Kijk naar de medaillekandidaten en tel de vrouwen. Tel straks ook maar de medailles. Hoe meer vrouwen, hoe meer dat zegt over onze maatschappij.

In Trends van deze week vindt u een paar interessante economische verhalen over de Olympische Spelen. We kijken naar het gastland Japan, dat vijftien jaar voorsprong heeft als het over vergrijzing gaat. De Japanners moeten voortdurend hun economie hervormen, maar zinken doen ze helemaal niet. We praten ook met een medaillewinnares die het gemaakt heeft in het bedrijfsleven. Heidi Rakels bouwde een succesvolle carrière uit als zakenvrouw, moest noodgedwongen een stap terugzetten, maar ambieert nu het voorzitterschap van het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC). BOIC-voorzitters zijn gewoonlijk grijze, mannelijke sportbobo's. Als Rakels het straks haalt, is België nog een extra gouden medaille waard.

Nu de Italianen Europees kampioen voetbal zijn en master in business administration Giorgio Chiellini (Universiteit van Turijn) de begeerde beker in de lucht mocht steken, focussen we op de Olympische Spelen. Nog zoveel groter, mondialer en veelzijdiger dan voetbal. Als we eerlijk zijn, beseften we dat de Rode Duivels geen Europees kampioen zouden worden. Maar in Japan kunnen onze landgenoten wel een paar keer olympisch kampioen worden. Dat is ooit anders geweest. Niet langer dan negen jaar geleden behaalde België nul keer goud, één keer zilver en twee keer brons. Het was onze slechtste prestatie ooit. Voorspellingen doen over sport is altijd een heikele onderneming, maar deze keer zal het een pak beter zijn. Aan excelleren in topsport kun je vele betekenissen hechten. Voor totalitaire regimes zijn medailles een halszaak. Dictators hebben de neiging hun sportontwikkeling buiten alle proporties op te blazen. Talenten trainen, drillen en desnoods doperen is er een staatszaak. Denk aan het Oostblok tijdens de Koude Oorlog. Denk ook aan de fijnmazige manipulatie door de Russen van het antidopinglabo, onder meer tijdens de Winterspelen van 2014. Denk straks ook aan de Chinezen, die atleten angstvallig in eigen land houden, allicht om ze op hun gemakje te prepareren. Corona maakt preventieve dopingcontroles moeilijker dan normaal. Het zal een impact hebben op sommige prestaties. Dat is geen voorspelling, maar een te vrezen feit. In België gaat het er veel fijnzinniger toe. Hier is topsport geen ideologische halszaak, maar wel van groot belang. Een democratisch land met een brede laag topsporters heeft vrijwel altijd een gezonde sportcultuur, goede trainingsfaciliteiten, sterke talentscouting en een hoogwaardige begeleiding. België is geen traditionele sportnatie zoals Nederland of sommige Scandinavische landen. Maar we worden beter. Er is meer kennis, meer geld en meer durf. Zo'n gezonde sportcultuur zegt iets over een land. Het betekent dat jonge mensen groot kunnen worden in datgene waar ze goed in zijn. Als dat in de sport lukt, is de kans groot dat het ook in andere domeinen lukt. In kunst, in wetenschappen, in ondernemen... Winnaars hebben we niet alleen op de Olympische Spelen nodig, maar ook in het leven. Als bovendien vooral vrouwen uitblinken, wordt het nog veel beter. Om extreem goed te worden in sport hebben meisjes en vrouwen in grote delen van de wereld nog altijd méér barrières te slopen dan jongens of mannen. Vaak hebben ze minder goede coaches, kunnen ze minder trainen of worden hun prestaties gewoon minder naar waarde geschat. Landen waar vrouwen wél evenveel kansen krijgen om uit te blinken, hebben op de Olympische Spelen nog altijd een streepje voor. België is zo'n land. Kijk naar de medaillekandidaten en tel de vrouwen. Tel straks ook maar de medailles. Hoe meer vrouwen, hoe meer dat zegt over onze maatschappij. In Trends van deze week vindt u een paar interessante economische verhalen over de Olympische Spelen. We kijken naar het gastland Japan, dat vijftien jaar voorsprong heeft als het over vergrijzing gaat. De Japanners moeten voortdurend hun economie hervormen, maar zinken doen ze helemaal niet. We praten ook met een medaillewinnares die het gemaakt heeft in het bedrijfsleven. Heidi Rakels bouwde een succesvolle carrière uit als zakenvrouw, moest noodgedwongen een stap terugzetten, maar ambieert nu het voorzitterschap van het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC). BOIC-voorzitters zijn gewoonlijk grijze, mannelijke sportbobo's. Als Rakels het straks haalt, is België nog een extra gouden medaille waard.