Bruno is een arbeider van 51 jaar. Hij begon zijn loopbaan op zijn 21ste en is al dertig jaar aan de slag in een logistiek verdeelcentrum waar hij meestal 's nachts werkt en vaak zware lasten moet dragen. Normaal zal hij op zijn 63ste, na 42 jaar dienst, met vervroegd pensioen kunnen en van een maandelijks pensioen van 2000 euro bruto kunnen genieten.

Maar met het akkoord over de zware beroepen zal het voor Bruno mogelijk zijn op zijn 61ste met vervroegd pensioen te gaan met dezelfde uitkering van 2000 euro bruto. Werkt hij tot zijn 63ste, dan zal hij genieten van een brutopensioen van 2120 euro bruto met daarbovenop een maandelijkse brutobonus van 187 euro omdat hij een zwaar beroep heeft uitgeoefend.

Caroline is federaal ambtenaar sinds haar 23ste. Tot nu toe ging ze ervan uit dat ze op haar 63ste met pensioen kon. Na 40 jaar dus en niet na 45 jaar, want Caroline geniet van de preferentiële tantièmes of loopbaanbreuken die maken dat bepaalde ambtenaren sneller aan het vereiste aantal loopbaanjaren komen om uit te treden. Haar pensioen zal 3200 euro bruto per maand bedragen.

Met het systeem van de zware beroepen vervallen die preferentiële tantièmes, maar kan Caroline toch met pensioen op 63 jaar omdat ze een zwaar beroep uitoefent. Werkt ze tot haar 64ste, dan stijgt haar uitkering naar 3280 euro bruto per maand plus een maandelijkse bonus van 155 euro omdat ze een zwaar beroep uitoefent.

Veel onduidelijkheden

Het zijn twee voorbeelden die minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) via de sociale media heeft verspreid om de impact van het akkoord over de zware beroepen uit te leggen. Wie een zwaar beroep uitoefent, zal vroeger met pensioen kunnen gaan of een hogere uitkering krijgen als hij of zij langer werkt.

De federale regering heeft een aantal criteria voor een zwaar beroep vastgelegd: fysiek zwaar werk, een belastende werkorganisatie (ploegen, nachtwerk) of gevaarlijk werk. Stress kan in rekening worden gebracht als verzwarend criterium. Wanneer iemand aan een van die criteria voldoet, dan wordt zijn carrière fictief verlengd met 5 procent.

Anders gezegd: men komt sneller aan het vereiste aantal werkjaren voor (vervroegd) pensioen. Wanneer men aan twee criteria voldoet, is er een fictieve verlenging met 10 procent. Met drie of vier criteria loopt dat op tot een loopbaanbonus van 15 procent.

De inspanningen om mensen langer te doen werken dreigen volledig uitgehold te worden als we geen strikte aanpak hanteren" VBO, Unizo

Alleen blijft onduidelijk welke beroepen 'zwaar' zullen zijn. Premier Charles Michel (MR) mocht dan wel opgetogen zijn over het akkoord, het bevat nog losse eindjes, zoals dat ook met het zomerakkoord het geval was.

Het is nu aan de sociale partners om de lijst met zware beroepen vast te leggen, voor de ambtenaren in Comité A en voor de privéwerknemers in de Nationale Arbeidsraad (NAR).

Het is ook aan de sociale partners om te bepalen hoeveel jaar men gewerkt moet hebben in bijvoorbeeld shifts of gevaarlijke omstandigheden vooraleer men een zwaar beroep uitoefent. Is dat vijf of tien jaar? Dat is nog onduidelijk.

De werkgevers zijn er niet gerust op, blijkt uit hun eerste reacties op het akkoord. De sociale partners zijn er nog nooit in geslaagd een akkoord te bereiken over die zware beroepen. Waarom zou het nu anders zijn? Toch hoopt de minister van Pensioenen dit jaar het dossier af te sluiten zodat het in 2020 in werking kan treden.

Echt zwaar beroep

De werkgevers vrezen dat een heel lange lijst van zware beroepen voor het overheidspersoneel zal worden vastgelegd. Dat zal leiden tot een heel lange lijst van zware beroepen in de privésector. Kortom, bestaat het risico dat straks iedereen kan zeggen dat hij een zwaar beroep uitoefent?

Volgens de werkgeversorganisaties in de Groep van Tien evolueren we naar een systeem waarin 30 tot 50 procent van alle werknemers en ambtenaren een erkenning als zwaar beroep krijgt. De Europese Commissie stelt dat slechts een beperkt aantal werknemers in de Europese landen een zware of gevaarlijke job uitoefent: 1 tot 4 procent van alle werknemers.

Het VBO en Unizo waren in een reactie op het akkoord zeer duidelijk: "In de overheidssector werden bepaalde voorkeursregelingen afgeschaft (de preferentiële tantièmes). Nu wil men dat compenseren door de invoering van een nieuwe voorkeursregeling (de zware beroepen), met een spillover-effect in de privésector. De lijst van beroepen die men in gedachten heeft, staat overigens niet in verband tot de 'zwaarte' van een beroep. We horen dat de minister van Pensioenen het voornemen heeft al het onderwijzend personeel te erkennen, zonder enig onderscheid in onderwijstype of werkomstandigheden. Hij lijkt zich tevreden te stellen met één enkel criterium als verzwarende factor: emotionele belasting. De inspanningen om mensen langer te doen werken dreigen volledig uitgehold te worden als we geen strikte aanpak hanteren."

Het woord is gevallen: uitholling. De federale regering heeft de voorbije jaren maatregelen genomen die ervoor moeten zorgen dat de Belgen langer werken. Dat moet de oplopende vergrijzingskosten op zijn minst voor een deel opvangen.

Volgens de Studiecommissie voor de Vergrijzing zouden de vergrijzingskosten door het regeringsbeleid tegen 2060 2,1 procentpunt van het bruto binnenlands product (bbp) lager uitvallen dan aanvankelijk was voorzien.

Dat is een gevolg van de strengere toegangsvoorwaarden voor het brugpensioen (nu stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag of SWT) en het optrekken van de minimumleeftijd voor vervroegd pensioen.

Zo bedroeg de minimumleeftijd voor vervroegd pensioen in 2012 nog 61 jaar, nu is dat 63 jaar. De wettelijke pensioenleeftijd wordt in 2025 opgetrokken naar 66 jaar en in 2030 naar 67 jaar.

Dat stelt natuurlijk niet veel voor als massa's werknemers en ambtenaren jaren vroeger kunnen uittreden omdat ze een zwaar beroep hebben. Daar komt nog bij dat de afbouw van zeer gunstige uittredestelsels zoals dat van rijdend NMBS-personeel en militairen (die kunnen op 56 jaar vertrekken) zeer langzaam zal verlopen (zie kader Militairen en NMBS-personeel op 63 jaar met pensioen in 2040).

"Iemand zes jaar vroeger laten vertrekken is een serieus pensioencadeau waarvoor de actieven opdraaien", waarschuwt Voka-topman Hans Maertens. "Stel dat een ambtenaar zes jaar vroeger met pensioen mag gaan en daarvoor jaarlijks 30.000 euro pensioen krijgt, dan geef je een cadeau van 180.000 euro, dat terugverdiend moet worden door mensen die wel blijven werken."

Hete aardappel naar Planbureau

Wat de werkgevers ook de wenkbrauwen doet fronsen is de stelling van de regering dat voortaan niemand vroeger dan 60 jaar met pensioen zal kunnen gaan. Terwijl de gemiddelde reële uittredeleeftijd in België nog altijd amper 60 jaar bedraagt. Daarmee scoren we veel slechter dan Duitsland (62,8 jaar), Nederland (63,7) en Zweden (65,7) (zie tabel Werkelijke Belgische uittredeleeftijd blijft laag).

Over de kosten van de invoering van het stelsel van de zware beroepen wordt voorlopig gezwegen. De vergrijzingskosten stijgen tegen 2040 met 12,8 procent van het bbp, dat is 2,3 procent van het bbp extra.

In vijftien jaar tijd moet bijna 10 miljard euro extra worden gevonden. Gelden die cijfers nog met een uitgebreide lijst van zware beroepen? De regering zette zichzelf hier uit de wind door de budgettaire kosten van de hervorming te laten berekenen door het Planbureau. Als de kosten te hoog zouden oplopen, dan kunnen aspecten van het akkoord nog worden bijgestuurd of kan de lijst van zware beroepen worden ingeperkt.

Dat was een eis van de N-VA en Open Vld. De vraag blijft wanneer het Planbureau met zijn berekeningen komt. Zelfs als dat binnen het jaar gebeurt, is de kans groot dat een bijsturing er pas in de volgende legislatuur komt.

Iemand zes jaar vroeger laten vertrekken is een serieus pensioencadeau waarvoor de actieven opdraaien" Hans Maertens, topman Voka

MILITAIREN De voorkeursbehandeling is niet langer houdbaar. © BI

Militairen en NMBS-personeel op 63 jaar met pensioen in 2040

Nu kunnen militairen vanaf 56 jaar met pensioen. Hetzelfde geldt voor het rijdend personeel van de NMBS met dertig jaar dienst. Die voorkeursbehandeling is volgens de federale regering niet langer houdbaar. De regeling dooft uit, zij het zeer langzaam. Er is een overgangsfase gepland, waardoor militairen en NMBS-personeel tegen 2040 vanaf 63 jaar met pensioen zullen kunnen gaan. Dat is nog altijd een stuk onder de wettelijke pensioenleeftijd van 67 jaar die de regering tegen dan heeft vooropgesteld.


Wat wel zonder overgangsfase verdwijnt, zijn de preferentiële tantièmes, het stelsel met aangepaste loopbaanbreuken dat ook politieagenten, onderwijzers en rechters toelaat een stuk vroeger te stoppen. Die worden vervangen door het gunstregime van de zware beroepen. Momenteel zou 62,5 procent van de ambtenaren van de preferentiële tantièmes genieten.

Gelijkgestelde periodes meetellen of niet?

Er is ook nog niet beslist of gelijkgestelde periodes als tijdskrediet meetellen in de criteria voor een zwaar beroep. Gelijkgestelde periodes zijn periodes waarin men niet werkt (werkloosheid, ziekte, tijdskrediet, ...) maar die toch worden meegeteld in de berekening van het pensioen.


Van de mannelijke werknemers die met pensioen gaan, bestaat 30 procent van de loopbaan uit gelijkgestelde periodes. Bij de vrouwen is dan 37 procent. Een groot verschil met de zelfstandigen waar de gelijkgestelde periodes 3 procent bedragen voor de mannen en 5 procent voor de vrouwen. Gelijkgestelde periodes cumuleren met de uitzonderingsregels voor zware beroepen ziet het VBO niet zitten: "Drie vierde van de mensen tussen de 60 en 64 jaar geniet al van gelijkgestelde - en dus niet-actieve - periodes. We kunnen de gunstregelingen niet blijven opeenstapelen."