Onze dalende ranking in het recente TIMMS-rapport heeft de voorbije weken opnieuw het debat aangewakkerd over de weg die we met onderwijshervormingen moeten inslaan. De start van het nieuwe jaar is een uitgelezen moment om dat vraagstuk te bekijken.

Volgens het World Economic Forum zal 65 procent van de zesjarigen later een baan uitoefenen die nu nog niet bestaat. Met welk soort onderwijs bereiden we die jongeren daarop voor? Met welk soort kennis en welke vaardigheden?

Of het nu fake news, covid of de laatste iPhone is, hun razendsnelle verspreiding toont aan dat de globalisering en innovatie - hand in hand - onze wereld kleiner maken en sneller doen draaien. De radio deed er in het begin van de twintigste eeuw nog bijna veertig jaar over om 50 miljoen gebruikers te bereiken. De iPad deed het een eeuw later in amper twintig maanden. Een studie van McKinsey schat dat verandering nu tienmaal sneller en met driehondermaal de schaal gebeurt in vergelijking met de industriële revolutie. De complexiteit en de uitdagingen voor onze samenleving groeien in een exponentieel tempo mee.

Intussen past het onderwijs zich aan die evoluties aan. Maar dat proces verloopt uitermate traag. Het duurt - wellicht terecht - een generatie om weloverwogen veranderingen door te spreken, een consensus te bouwen, te implementeren en vervolgens de impact te meten. Dat proces is de voorbije decennia niet veel sneller geworden.

Met lineaire hervorming proberen om exponentiële verandering bij te houden, is vechten tegen de bierkaai. Jongeren zullen steeds langer opleidingen moeten volgen, om steeds minder relevante kennis en vaardigheden te absorberen, die steeds sneller verouderd zal zijn. Dat zal meer geld kosten voor minder resultaten, en dus een dalende return on investment voor het onderwijs betekenen. De trend naar levenslang leren is slechts een erkenning van die realiteit.

De OESO en de Wereldbank hanteren voor het onderwijs nog return-on-investmentcijfers van 10 procent per jaar, en meer. Het is dus overduidelijk dat er nog heel wat meerwaarde zit in onze onderwijsinvesteringen. Maar deze realisatie heeft wel belangrijke gevolgen voor de keuzes die we maken over hoe we de volgende generatie willen opleiden. Onderwijs dat voornamelijk gebaseerd is op kennisoverdracht, verliest zijn nut en rendement als de halfwaardetijd van die kennis elk jaar afneemt.

Waarom hebben we onderwijs nodig?

Als we ons niet daarop moeten richten, waarop dan wel? Om die vraag te beantwoorden, hebben we een glazen bol nodig, om te voorspellen hoe die 65 procent nieuwe jobs in het midden van de eeuw eruit zullen zien. Een exact antwoord is er niet, maar we kunnen ons wel een beeld vormen op basis van de fundamentele trends die onze wereld hertekenen.

Een van die trends is de proliferatie van artificiële intelligentie en de bijbehorende innovaties, zoals vergaande automatisatie, slimme assistenten als Siri en Alexa, zelfrijdende auto's enzovoort. Experts schatten dat het simuleren van het equivalent van een menselijk brein in de grootteorde van een exaflop aan berekeningen per seconde kost. Dat is een miljard keer een miljard, of een 1 met 18 nullen. Sinds deze zomer is de snelste supercomputer ter wereld deze mijlpaal voorbij.

Voor 1000 dollar, de prijs van een iPhone, kopen consumenten vandaag een chip die 10.000 keer trager is. Dat lijkt een groot verschil, maar bedenk dat dat verschil even groot is als dat tussen de chips van vandaag en die van twintig jaar geleden. In hetzelfde tempo is de iPhone in iemands broekzak in 2045 slimmer dan zijn eigenaar. Dat is de tijdspanne waarin een kind dat nu geboren wordt, op de arbeidsmarkt zal belanden.

'Slimmer' is natuurlijk een relatief begrip. We kunnen ons nauwelijks inbeelden welke capaciteiten zo'n computer op menselijk niveau zou hebben. Maar het is niet gek om te denken dat hij op heel wat gebieden beter zou presteren dan wij, zelfs bij taken die een hogere opleiding vergen. Wat als iedereen van ons de klok rond een hele denktank voor zich heeft werken, om eender welk probleem aan te pakken? Met zo'n capaciteit ter onzer beschikking zou eender van ons bergen werk kunnen verzetten terwijl we een dutje doen. Denk bijvoorbeeld aan een architect die zijn iPhone vraagt de optimale tien plannen te ontwerpen voor een specifieke bouwgrond, gegeven alle voorwaarden en voorkeuren van de opdrachtgever, het moodboard van de architect en de toepasselijke stedenbouwkundige voorschriften.

Als we nu al zien dat de automatisatie en robots banen verdringen, dan komt het verdwijnen van jobs voor hoogopgeleiden in de komende decennia in een stroomversnelling terecht. De rol van onze kinderen zal transformeren naar het aansturen van al die capaciteit. De essentiële vaardigheden zullen zijn: de juiste vragen stellen, omgaan met conflicterende belangen en schaarse grondstoffen, een gewenst doel duidelijk omschrijven, een visie te hebben en, bovenal, die capaciteit ethisch en bewust zetten. Leiderschap dus.

Als het een generatie duurt om een onderwijssysteem te transformeren, dan moeten we ons nu afvragen hoe we vaardigheden als leiderschap, ondernemerschap, creativiteit, ethiek, welzijn, samenwerking, communicatie en empathie veel meer aandacht kunnen geven.

Het goede nieuws is dat dit meerdere uitdagingen in een klap aanpakt. Niet alleen stomen we studenten klaar voor de toekomst. We bieden hun ook vaardigheden met een levenslange meerwaarde, die niet onderhevig zijn aan het halfwaardetijdprobleem. En finaal wapenen we hen ook om beter met exponentiële verandering om te gaan, door ze te sturen in plaats van te ondergaan.

Bieke Claes was zeven jaar CEO van BelCham, de Belgisch-Amerikaanse kamer van koophandel. Herlees het interview uit 2018: 'We hebben een Rode Duivels-elftal van jonge ondernemers nodig'

Onze dalende ranking in het recente TIMMS-rapport heeft de voorbije weken opnieuw het debat aangewakkerd over de weg die we met onderwijshervormingen moeten inslaan. De start van het nieuwe jaar is een uitgelezen moment om dat vraagstuk te bekijken. Volgens het World Economic Forum zal 65 procent van de zesjarigen later een baan uitoefenen die nu nog niet bestaat. Met welk soort onderwijs bereiden we die jongeren daarop voor? Met welk soort kennis en welke vaardigheden?Of het nu fake news, covid of de laatste iPhone is, hun razendsnelle verspreiding toont aan dat de globalisering en innovatie - hand in hand - onze wereld kleiner maken en sneller doen draaien. De radio deed er in het begin van de twintigste eeuw nog bijna veertig jaar over om 50 miljoen gebruikers te bereiken. De iPad deed het een eeuw later in amper twintig maanden. Een studie van McKinsey schat dat verandering nu tienmaal sneller en met driehondermaal de schaal gebeurt in vergelijking met de industriële revolutie. De complexiteit en de uitdagingen voor onze samenleving groeien in een exponentieel tempo mee.Intussen past het onderwijs zich aan die evoluties aan. Maar dat proces verloopt uitermate traag. Het duurt - wellicht terecht - een generatie om weloverwogen veranderingen door te spreken, een consensus te bouwen, te implementeren en vervolgens de impact te meten. Dat proces is de voorbije decennia niet veel sneller geworden.Met lineaire hervorming proberen om exponentiële verandering bij te houden, is vechten tegen de bierkaai. Jongeren zullen steeds langer opleidingen moeten volgen, om steeds minder relevante kennis en vaardigheden te absorberen, die steeds sneller verouderd zal zijn. Dat zal meer geld kosten voor minder resultaten, en dus een dalende return on investment voor het onderwijs betekenen. De trend naar levenslang leren is slechts een erkenning van die realiteit.De OESO en de Wereldbank hanteren voor het onderwijs nog return-on-investmentcijfers van 10 procent per jaar, en meer. Het is dus overduidelijk dat er nog heel wat meerwaarde zit in onze onderwijsinvesteringen. Maar deze realisatie heeft wel belangrijke gevolgen voor de keuzes die we maken over hoe we de volgende generatie willen opleiden. Onderwijs dat voornamelijk gebaseerd is op kennisoverdracht, verliest zijn nut en rendement als de halfwaardetijd van die kennis elk jaar afneemt.Als we ons niet daarop moeten richten, waarop dan wel? Om die vraag te beantwoorden, hebben we een glazen bol nodig, om te voorspellen hoe die 65 procent nieuwe jobs in het midden van de eeuw eruit zullen zien. Een exact antwoord is er niet, maar we kunnen ons wel een beeld vormen op basis van de fundamentele trends die onze wereld hertekenen.Een van die trends is de proliferatie van artificiële intelligentie en de bijbehorende innovaties, zoals vergaande automatisatie, slimme assistenten als Siri en Alexa, zelfrijdende auto's enzovoort. Experts schatten dat het simuleren van het equivalent van een menselijk brein in de grootteorde van een exaflop aan berekeningen per seconde kost. Dat is een miljard keer een miljard, of een 1 met 18 nullen. Sinds deze zomer is de snelste supercomputer ter wereld deze mijlpaal voorbij.Voor 1000 dollar, de prijs van een iPhone, kopen consumenten vandaag een chip die 10.000 keer trager is. Dat lijkt een groot verschil, maar bedenk dat dat verschil even groot is als dat tussen de chips van vandaag en die van twintig jaar geleden. In hetzelfde tempo is de iPhone in iemands broekzak in 2045 slimmer dan zijn eigenaar. Dat is de tijdspanne waarin een kind dat nu geboren wordt, op de arbeidsmarkt zal belanden.'Slimmer' is natuurlijk een relatief begrip. We kunnen ons nauwelijks inbeelden welke capaciteiten zo'n computer op menselijk niveau zou hebben. Maar het is niet gek om te denken dat hij op heel wat gebieden beter zou presteren dan wij, zelfs bij taken die een hogere opleiding vergen. Wat als iedereen van ons de klok rond een hele denktank voor zich heeft werken, om eender welk probleem aan te pakken? Met zo'n capaciteit ter onzer beschikking zou eender van ons bergen werk kunnen verzetten terwijl we een dutje doen. Denk bijvoorbeeld aan een architect die zijn iPhone vraagt de optimale tien plannen te ontwerpen voor een specifieke bouwgrond, gegeven alle voorwaarden en voorkeuren van de opdrachtgever, het moodboard van de architect en de toepasselijke stedenbouwkundige voorschriften. Als we nu al zien dat de automatisatie en robots banen verdringen, dan komt het verdwijnen van jobs voor hoogopgeleiden in de komende decennia in een stroomversnelling terecht. De rol van onze kinderen zal transformeren naar het aansturen van al die capaciteit. De essentiële vaardigheden zullen zijn: de juiste vragen stellen, omgaan met conflicterende belangen en schaarse grondstoffen, een gewenst doel duidelijk omschrijven, een visie te hebben en, bovenal, die capaciteit ethisch en bewust zetten. Leiderschap dus.Als het een generatie duurt om een onderwijssysteem te transformeren, dan moeten we ons nu afvragen hoe we vaardigheden als leiderschap, ondernemerschap, creativiteit, ethiek, welzijn, samenwerking, communicatie en empathie veel meer aandacht kunnen geven. Het goede nieuws is dat dit meerdere uitdagingen in een klap aanpakt. Niet alleen stomen we studenten klaar voor de toekomst. We bieden hun ook vaardigheden met een levenslange meerwaarde, die niet onderhevig zijn aan het halfwaardetijdprobleem. En finaal wapenen we hen ook om beter met exponentiële verandering om te gaan, door ze te sturen in plaats van te ondergaan.