'Hij was anders dan de anderen, hij wilde impact hebben en was enorm nieuwsgierig", zei de wereldbekende viroloog Peter Piot deze zomer. Met 'hij' doelde Piot op Paul Stoffels, die bij het gezondheidsconcern Johnson & Johnson (kortweg J&J, het moederbedrijf van Janssen Pharmaceutica) verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van een vaccin tegen covid-19. De veelvuldig gelauwerde Piot, die nu na een topcarrière corona-adviseur en -steunpilaar is van Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen, heeft het over de periode in de jaren tachtig, toen hij als professor microbiologie en openbare gezondheid lesgaf aan Stoffels aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) in Antwerpen. Stoffels specialiseerde zich er in infectieziekten en tropische geneeskunde. Piot had eerder in Zaïre (nu Congo) het dodelijke ebolavirus ontdekt en hij zou met zijn collega's van het ITG ook als eerste aantonen dat aids was ontstaan in Afrika. Midden jaren tachtig zouden de twee goede vrienden worden tijdens hun onderzoek naar virussen in Zaïre. Stoffels trok er na zijn studie voor Janssen Pharmaceutica naartoe als stagiair-hiv-onderzoeker, om vier jaar later bij Janssen Pharma op verzoek van de legendarische stichter Paul Janssen - "mijn voorbeeld en mijn leermeester" - het onderzoek naar medicatie tegen hiv te leiden.
...

'Hij was anders dan de anderen, hij wilde impact hebben en was enorm nieuwsgierig", zei de wereldbekende viroloog Peter Piot deze zomer. Met 'hij' doelde Piot op Paul Stoffels, die bij het gezondheidsconcern Johnson & Johnson (kortweg J&J, het moederbedrijf van Janssen Pharmaceutica) verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van een vaccin tegen covid-19. De veelvuldig gelauwerde Piot, die nu na een topcarrière corona-adviseur en -steunpilaar is van Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen, heeft het over de periode in de jaren tachtig, toen hij als professor microbiologie en openbare gezondheid lesgaf aan Stoffels aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) in Antwerpen. Stoffels specialiseerde zich er in infectieziekten en tropische geneeskunde. Piot had eerder in Zaïre (nu Congo) het dodelijke ebolavirus ontdekt en hij zou met zijn collega's van het ITG ook als eerste aantonen dat aids was ontstaan in Afrika. Midden jaren tachtig zouden de twee goede vrienden worden tijdens hun onderzoek naar virussen in Zaïre. Stoffels trok er na zijn studie voor Janssen Pharmaceutica naartoe als stagiair-hiv-onderzoeker, om vier jaar later bij Janssen Pharma op verzoek van de legendarische stichter Paul Janssen - "mijn voorbeeld en mijn leermeester" - het onderzoek naar medicatie tegen hiv te leiden. Piot en Stoffels zijn twee van de toppers waarmee ons land een opmerkelijke hoofdrol opeist in de wereldwijde strijd tegen het coronavirus. Maar ook Jean Stéphenne, Moncef Slaoui, Johan Neyts, Luc Debruyne, Xavier Saelens en Bruno Holthof zetten België nadrukkelijk op de wereldkaart in het gevecht tegen SARS-CoV-2, het coronavirus dat covid-19 veroorzaakt. Dat zoveel landgenoten in die strijd vooroplopen, lijkt op het eerste gezicht op een toevallige weelde van uitzonderlijk getalenteerde toppers, maar het is grotendeels het gevolg van een intellectuele kruisbestuiving aan enkele vooraanstaande instellingen en bedrijven, zoals het ITG, het Leuvense Rega Instituut, en de vaccinreus GSK in Waals-Brabant. Al zou het er voor Rega en GSK helemaal anders hebben uitgezien zonder de visionaire Leuvense wetenschapper en hoogleraar Pieter De Somer. Die startte al in de jaren veertig samen met de ondernemer Jacques Lannoy en met zijn vriend - en latere winnaar van de Nobelprijs voor Geneeskunde - Christian de Duve een klein labo in het Waals-Brabantse Genval om penicilline af te zonderen. Dat lab groeide uit tot een fabriekje voor de productie van penicilline, genaamd Recherche et Industrie Thérapeutiques (R.I.T.). Begin jaren vijftig lanceerde De Somer ook zijn academische carrière, eerst als docent en vanaf 1961 als hoogleraar aan de faculteit Geneeskunde. Intussen richtte hij met R.I.T. ook het Rega Instituut op, waar verbazend snel een poliovaccin werd ontwikkeld. België werd daardoor het eerste land in Europa dat zijn bevolking zelf kon vaccineren. De Somer, die in 1968 rector van de KU Leuven werd en dat bleef tot zijn dood in 1985, zou het Rega Instituut nadien schenken aan de KU Leuven. Sindsdien speelt het een vooraanstaande rol in virusonderzoek. Zo ligt het, net als Tibotec-Virco, aan de basis van een aantal van 's werelds meest gebruikte aidsremmers. Het Rega Instituut, dat begin jaren negentig nauw samenwerkte met Janssen Pharmaceutica, was ook de uitvalsbasis van serieondernemer Rudi Pauwels, toen die er als doctoraatsstudent een handig systeem ontwikkelde om producten op grote schaal te screenen op hun activiteit tegen hiv. Daaruit kwam een veelbelovende productfamilie naar voren: de Tibo's. Die naam was later terug te vinden in Tibotec, het bedrijf dat Pauwels midden jaren negentig oprichtte om producten tegen hiv te ontwikkelen. Stoffels voegde zich in 1995 bij Tibotec, waarna ze samen het diagnosticabedrijf Virco oprichtten. Zeven jaar later werd het fusiebedrijf Tibotec-Virco overgenomen door J&J. Terwijl Pauwels naar Zwitserland trok, waar hij later het biotechbedrijf Biocartis oprichtte, werd Stoffels de topman van de virologiedivisie van J&J en groeide hij uit tot een van de meest invloedrijke spelers in de farmasector. Als chief scientific officer van J&J leidt hij nu ook de ontwikkeling van een vaccin tegen covid-19, dat naar alle verwachting als een van de eerste zal worden goedgekeurd, verdeeld en verkocht. Een ander vaccin dat als een van de eerste op de markt zal komen, is dat van Oxford University en diens commerciële partner, de farmagigant AstraZeneca. Sinds vijf jaar is de Antwerpenaar Bruno Holthof de CEO van de prestigieuze Oxford University Hospitals, waar hij mee het ecosysteem uitbouwde om in een hypercompetitieve omgeving een vaccin versneld te kunnen ontwikkelen. Daardoor kwam Holthof mee aan het roer voor de ontwikkeling van het Britse coronavaccin. En ook Holthof heeft een band met het Rega Instituut. Midden jaren tachtig was hij er twee jaar assistent. Later nam hij de leiding van de verlieslatende Antwerpse OCMW-ziekenhuizen. Hij zorgde voor een opmerkelijke turnaround en bouwde ze uit tot het winstgevende ZiekenhuisNetwerk Antwerpen (ZNA), vooraleer te verkassen naar Oxford. Maar het is vooral dankzij viroloog Johan Neyts dat Rega ook in de strijd tegen corona op de wereldkaart staat. Neyts werkt aan een heel beloftevol vaccin tegen covid-19, op basis van het superefficiënte vaccin tegen gele koorts. De verwachtingen voor het vaccin zijn hooggespannen, al zal het allicht pas in 2022 op de markt komen. Maar daarnaast speurt Neyts in Rega ook op een massale schaal naar medicijnen om het virus af te remmen. Ook de Bill & Melinda Gates Foundation heeft Neyts ingeschakeld om duizenden stoffen te onderzoeken op hun virusremmend potentieel. Neyts zorgt op zijn beurt voor de link met Xavier Saelens, hoogleraar aan de UGent en het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB). De twee werken samen aan antilichamen tegen het coronavirus, maar Saelens is de drijvende kracht achter een mogelijk covid-19-medicijn dat verder zal worden ontwikkeld door het Gentse Exevir Bio, een spin-off van VIB. Saelens werkte daarvoor op basis van antilichamen van lama's. Die bleken in het labo het SARS-CoV-2-virus te neutraliseren. Zonder tegenslag starten eind dit jaar de klinische tests voor de potentiële virusremmer, die zal worden geproduceerd bij UCB. Het potentieel van antilichamen van lama's werd al eerder uitvoerig en succesvol bewezen door de Gentse biotechbedrijven Ablynx en argenx. Maar ook het nalatenschap van De Somer via R.I.T. is jaren later nog intact, en dat is nog zacht uitgedrukt. R.I.T. werd in 1968 overgenomen door het farmabedrijf Smith Kline & French. Het fusiebedrijf SmithKline-RIT zou later SmithKline Beecham Biologicals worden, en na de fusie tussen Glaxo en SmithKline de naam GlaxoSmithKline (GSK) Biologicals krijgen. Dat de later tot GSK Vaccines omgedoopte wereldleider in vaccins nog altijd zijn hoofdkwartier in het Waals-Brabantse Waver heeft, is hoofdzakelijk de verdienste van Jean Stéphenne, een icoon van het Waalse bedrijfsleven. Iedereen beaamt dat het zonder Stéphenne anders gelopen zou zijn. Door zijn onverzettelijkheid overtuigde hij het moederbedrijf GSK telkens opnieuw om te investeren in de voor Britten onooglijke plaatsjes Rixensart en Waver. Het onderzoeksteam in België slaagde erin voortdurend uit te pakken met spectaculaire successen, zoals vaccins tegen hepatitis B, rodehond, mazelen en waterpokken. Tijdens een bezoek van de Britse koningin Elizabeth aan GSK Vaccines in Waver werd Stéphenne dertien jaar geleden door de GSK-top aan de vorstin geïntroduceerd als "onze held". Stéphenne, die ook de architect is van het sociaaleconomische marshallplan dat het Waalse bedrijfsleven weer op de kaart zette, zwaaide in 2012 af bij GSK. Hij focuste sindsdien op zijn activiteiten als bestuurder en businessangel, tot hij in april van dit jaar door de Duitse coronavaccinontwikkelaar CureVac werd benoemd tot voorzitter. CureVac was toen plots wereldnieuws omdat het gerucht ging dat de Amerikaanse president Donald Trump CureVac exclusief voor de Amerikaanse markt een vaccin wilde laten ontwikkelen. Dat wakkerde de vrees aan voor vaccinnationalisme, waarbij landen zich te allen prijze en zonder scrupules willen verzekeren van een vaccin tegen covid-19. CureVac, dat toen zijn CEO de laan uitstuurde, vertoeft sinds de benoeming van Stéphenne in veel rustiger vaarwater. Al in 2010, twee jaar voor zijn vertrek, stelde Stéphenne de Marokkaanse Belg Moncef Slaoui voor als zijn opvolger. Slaoui was na zijn studie immunologie en moleculaire biologie in Brussel in 1988 bij SmithKline-RIT aan de slag gegaan. Hij werd later verantwoordelijk voor businessdevelopment en onderzoek, en zorgde zo voor de ontwikkeling van vaccins tegen baarmoederhalskanker en het rotavirus. Hij werkte ook 27 jaar aan een vaccin tegen malaria. Maar hoewel Moncef Slaoui Stéphenne als zijn mentor omschreef, zou hij uiteindelijk niet in diens voetsporen treden, omdat hij in Londen wilde blijven werken. Drie jaar geleden verliet Slaoui GSK, om dit jaar plots volop in het wereldvoetlicht te treden. Hij werd in mei benoemd tot wetenschappelijk leider van Operation Warp Speed, het door de Amerikaanse president Donald Trump gelanceerde programma om in recordsnelheid vaccins tegen covid-19 ontwikkeld te krijgen. Ook Luc Debruyne verdiende zijn sporen bij GSK. De West-Vlaming ging er begin jaren negentig aan de slag en was vijf jaar lang de CEO van GSK Vaccines. Hij vertrok er twee jaar geleden en is nu onder meer strategisch adviseur van de CEO van de Coalition for Epidemic Preparedness Innovations, kortweg CEPI. Die organisatie werd onder meer door Bill Gates gelanceerd om de ontwikkeling van vaccins tegen virale infectieziekten te versnellen. Zo financiert CEPI deels de kosten voor negen kandidaat-vaccins, onder meer dat van het partnerschap tussen AstraZeneca en Oxford University. Debruyne toont ook aan hoe fijnmazig het Belgische netwerk wel is. Zo was Slaoui zijn mentor bij GSK Vaccines, is Piot nu een mentor en geeft hij advies voor het vaccinproject van Neyts. Bovendien hebben Stoffels en Debruyne een open lijn om de vaccins te bespreken, terwijl Piot in de raad van bestuur van CEPI zetelt. "Het is een kleine wereld", besluit Luc Debruyne. "We werken allen samen als Belgen."