Volgens het jongste Regional Innovation Scoreboard (RIS) van de Europese Commissie hoort Vlaanderen niet langer bij de topgroep van innovatieleiders. Die Europese regio's scoren op het gebied van innovatie 20 procent beter dat het EU-gemiddelde. Ze bevinden zich vooral in Duitsland, Zwitserland, Nederland en de Scandinavische landen. Vlaanderen zit daar net onder, in de categorie van de 'sterke innovatoren': regio's met een score tussen 90 en 120 procent van het EU-gemiddelde. De score hangt af van criteria zoals innovatieve kmo-samenwerking, uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling door bedrijven, levenslang leren en het aantal aanvragen van handelsmerken en patenten.
...

Volgens het jongste Regional Innovation Scoreboard (RIS) van de Europese Commissie hoort Vlaanderen niet langer bij de topgroep van innovatieleiders. Die Europese regio's scoren op het gebied van innovatie 20 procent beter dat het EU-gemiddelde. Ze bevinden zich vooral in Duitsland, Zwitserland, Nederland en de Scandinavische landen. Vlaanderen zit daar net onder, in de categorie van de 'sterke innovatoren': regio's met een score tussen 90 en 120 procent van het EU-gemiddelde. De score hangt af van criteria zoals innovatieve kmo-samenwerking, uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling door bedrijven, levenslang leren en het aantal aanvragen van handelsmerken en patenten. De Vlaamse ambitie om tot de top vijf van de Europese innovatieve regio's te behoren, wordt moeilijk haalbaar, blijkt uit een studie van de KBC-studiedienst. "Vlaanderen heeft veel troeven, is relatief welvarend en sterk innovatief. Het presteert zeker niet slecht, maar het moet wel een tandje bijsteken als het wil aansluiten bij het Europese koppeloton," stelt Johan Van Gompel, senior economist KBC Groep en auteur van de studie. "In het afgelopen decennium zakte Vlaanderen in de rangschikking van de Europese regio's, zowel voor economische groei als voor werkzaamheid en werkloosheid. Ook tegenover de topgroep van de innovatieleiders verslechterden de relatieve groei- en arbeidsmarktprestaties." Het onderzoek van de KBC-studiedienst leert dat Vlaanderen voeling verliest met de 38 Europese innovatieleiders. Zo ligt de groei van het bruto binnenlands product in Vlaanderen sinds 2010 lager dan die van de innovatieleiders. In 2016 groeide de Vlaamse economie 1 procentpunt minder dan die van de topregio's. In 2010 was dat zelfs 2 procentpunt. De relatieve achteruitgang tegenover de innovatieleiders komt nog sterker naar voren bij de arbeidsmarktindicatoren. Ook al was de Vlaamse werkzaamheidsgraad met 75,5 procent in 2019, voor de coronacrisis, hoog in een Europees perspectief, ze was nog altijd een stuk lager dan in de topregio's, die vlot 80 procent halen. De Vlaamse werkloosheidsgraad (4%) is wel lager dan gemiddeld bij de innovatieleiders, maar de kloof verkleint. Een andere belangrijke determinant van groei en welvaart is de productiviteitsgroei. In Vlaanderen vertraagde die groei van 1,5 procent in 2000 tot 0,6 procent nu, maar ze bleef wel rond het gemiddelde in Europa. Ook in vergelijking met de meest innovatieve Europese regio's scoort Vlaanderen in productiviteitsgroei niet zo slecht. Behalve in 2010 en 2017 lag de Vlaamse productiviteitsgroei het voorbije decennium ieder jaar hoger dan het gemiddelde in de topregio's. Die minder sterke economische groei in Vlaanderen sinds 2010 was veeleer te wijten aan de gemiddeld lagere werkgelegenheidsgroei. "Onze analyse leert dat Vlaanderen de voorbije jaren aan slagkracht verliest in Europa", stelt Van Gompel. "Een belangrijke vraag is of de regio de komende jaren de groeiende kloof weer kan verkleinen." De regering-Jambon kan daar iets aan doen, stelt de studie. Ten eerste moet ze de werkgelegenheidsgraad optrekken. Volgens cijfers van Eurostat ligt de vacaturegraad (het aantal vacatures tegenover het aantal beschikbare banen) in de Vlaamse industrie in de tweede helft van 2020 alweer hoger dan voor de coronacrisis. Het zal zaak zijn werkzoekenden te vinden met de juiste opleiding, vaardigheden en interesse om die vacatures in te vullen. "De mismatch op de Vlaamse arbeidsmarkt dreigt een nog groter probleem te worden", waarschuwt Van Gompel. "Met haar Alle hens aan dek-plan ondernam de Vlaamse regering onlangs een belangrijk stap om meer mensen op arbeidsleeftijd aan het werk te krijgen. Het is goed dat ze vasthoudt aan de ambitie om de werkzaamheidsgraad te verhogen naar 80 procent tegen 2030, ondanks de coronacrisis." Dat kan volgens van Van Gompel door het activeren van de resterende arbeidsreserve en de inactieven die geen werk zoeken, door herscholing en door werken meer lonend te maken. Van Gompel: "De Vlaamse jobbonus, die ervoor moet zorgen dat werknemers met een laag loon vanaf 2021 netto meer overhouden, komt daaraan tegemoet." Een tweede werkpunt is het onderwijs. Het aantal afgestudeerden in technologie, wiskunde en exacte wetenschappen blijft laag in vergelijking met de innovatietoppers. Dat aantal opdrijven moet helpen om de productiveitsgroei aan te zwengelen. Net als investeringen in goede wegen- en digitale infrastructuur, het verminderen van de vrij restrictieve regelgeving, het bevorderen van concurrentie (vooral op de dienstenmarkten) en risicokapitaal. "Vlaamse ondernemingen vinden niet altijd vlot toegang tot risicokapitaal", weet Van Gompel. "Het probleem is niet zozeer de beschikbaarheid ervan, wel de grote versnippering van het kapitaal. Dat heeft als voordeel dat veel kleine ondernemingen op weg worden geholpen met bescheiden sommen. De keerzijde is dat er te weinig doorgroeifinanciering is. Daarom is een meer gerichte besteding van de financiële steun nodig, met een focus op beloftevolle, snelgroeiende ondernemingen."Een laatste voorstel is de overheidssteun voor onderzoek en ontwikkeling en innovatieprojecten beter te doen renderen. Die steun brengt pas iets op wanneer de innovatie uitmondt in een meer hoogwaardige tewerkstelling, efficiëntere bedrijfsprocessen of nieuwe producten en diensten. "Dat is een pijnpunt. De overheid kan die zwakte wegwerken door haar innovatiesteun minder vrijblijvend te maken. Ze kan die bijvoorbeeld koppelen aan concrete resultaatsverbintenissen", stelt Van Gompel. De KBC-econoom wijst er wel op dat het uitrollen van zo'n beleid Vlaanderen niet in de Europese top vijf zal brengen. "Dat is een onhaalbare kaart. Vlaanderen staat op de veertigste plaats in de rangschikking. Het zou al mooi zijn als Vlaanderen snel weer kan aansluiten bij de topgroep van 38 innovatieleiders ¬ een minimum minimorum ¬ en daarna jaarlijks een paar plaatsen naar boven kan opschuiven."