De Vlaamse regeringsvorming gaat nog trager dan de processie van Echternach. Informateur Bart De Wever (N-VA) wacht de federale regeringsvorming af en speelt blijkbaar de mogelijke coalitiepartners CD&V, Open Vld en de sp.a volop tegen elkaar uit.

Inhoudelijk is er geen reden om te talmen. Integendeel, er is reden tot bezorgdheid. Bij elk nieuw bulletin van de Nationale Bank, het Planbureau of de Europese Commissie blijken de groeiverwachtingen negatief bijgesteld. We zitten de komende jaren dichter bij 1,1 à 1,2 procent groei dan bij 1,6 à 1,7 procent. Tijd dus voor een Vlaamse regering die volop inzet op economische groei. De potentiële groei in België én Vlaanderen is al een tijd gezakt tot rond 1 procent. Dat is te laag in vergelijking met andere landen.

Vlaanderen hoeft niet te wachten op een federale regering.

De manier waarop de Vlaamse economie evolueert, is natuurlijk in eerste instantie afhankelijk van de internationale economische omgeving. De regio en bij uitbreiding de Belgische economie zijn sterk afhankelijk van de export. Toch kan het beleid een handje helpen. Dat geldt zeker voor de volgende Vlaamse regering. Een daadkrachtige Vlaamse regering kan doortastende maatregelen nemen die bijdragen tot de ondersteuning van de economische groei. Inzetten op innovatie moet een prioriteit zijn, net als het opvoeren van de overheidsinvesteringen, onder andere in infrastructuurwerken en in groene energie.

De SERV, het overlegorgaan van de Vlaamse werkgevers en vakbonden berekende dat de regering-Bourgeois 8 procent van de uitgaven besteedde aan investeringen. Niet slecht, maar dat mag een stuk meer zijn, stelt de SERV. Een andere prioriteit is het aanpakken van de krapte op de Vlaamse arbeidsmarkt. Met een Vlaams activeringsbeleid en de eigen fiscale hefbomen - zoals een nieuwe jobkorting of een verlaging van de personenbelasting - om de werkloosheidsval weg te werken, hoeft Vlaanderen niet te wachten op een federale regering.